Dagelijks archief: maart 14, 2020

De twaalf meest gestelde vragen over de wederkomst van Jezus.

De wederkomst van Jezus.
Veel christenen verwachten de wederkomst van Jezus Christus, maar natuurlijk weten we niet wanneer. De Bijbel geeft nu eenmaal geen duidelijke tijdsberekening aangaande de wederkomst van Jezus. Sterker nog, Jezus heeft gezegd (Matt. 24:36) “Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.” Toch verwachten miljoenen christenen in de wereld, dat Jezus op een dag zal terug komen. Maar tegelijk zijn er ook heel veel vragen. Tijdens de vele Bijbelstudies die we over dit onderwerp mochten geven, viel het ons op dat ons vaak dezelfde vragen gesteld werden. Hier onder kunt u de twaalf meest gestelde vragen en hun antwoorden vinden, over de wederkomst van Jezus.
DE TWAALF MEEST GESTELDE VRAGEN.
Vraag 1. Is er verschil tussen wat de Bijbel bedoeld met de wederkomst van Jezus en de z.g. wegname van de gemeente van deze aarde?
Antwoord: De wederkomst van de Heer vindt plaats aan het eind van de grote verdrukking (lees Matt.24:21,29 en 30). Het kenmerk van dit gebeuren is, “aller oog zal Hem zien en alle knie zal zich voor Hem buigen” (Openb.l:7 en Fil.2:9). De wegname (Matt.24:4O,41) is een voor de wereld verborgen gebeurtenis, welke “voor” de grote verdrukking zal plaats vinden. (Lees Luc.21 :36 en Openb.3: 10,11)
Vraag 2. Behoort iedereen tot de gemeente die weggenomen wordt van de aarde?
Antwoord: Iedereen die oprecht gelooft in Jezus en wedergeboren is kan in principe die wegname meemaken. Naamchristenen zullen echter achterblijven, d.w.z. zij die zeggen bekeerd te zijn en tegelijk ernstige zonden niet loslaten. De Bijbel zegt ook: “de reinen van hart zullen God zien” (Matt.5:8) en “zonder heiligmaking zal niemand de Here zien” (Hebr. 12:14) Bovendien noemt Jezus Zijn gemeente “Bruid” en dit betekent dat Hij van haar- verwacht dat zij ook Hem boven alles lief heeft (Luc.14:26 en 2 Kor.11:2)
Vraag 3. Hoe staat het met onze kinderen als Jezus weerkomt?
Antwoord: Laat ons onze kinderen zo vroeg mogelijk naar Godshuis brengen en zorgen dat zij geleerd worden dat ze moeten kiezen voor Jezus. Aan de andere kant mogen we weten dat Jezus onze kinderen intens liefheeft en dat Hij ze zeker niet oordeelt zolang ze nog niet instaat zijn om een weloverwogen beslissing te nemen. Daarbij komt ook dat de Bijbel zegt’ dat onze kinderen geheiligd zijn in de ouders tot ze de leeftijd hebben en dit geldt ook als één van de ouders de Heer niet dient. (Lees l Kor.7:14)
Vraag 4. Hoe staat het met de vele volkeren die de Heer niet kennen en sterven?
Antwoord: Hou altijd dit vast: God is rechtvaardig en goed en zal daarom nooit iemand veroordelen voor de dingen die hij of zij niet wist. (Lees Luc.12:48) Aan de andere kant is niemand te verontschuldigen als het gaat om de kennis aangaande het bestaan van God. De Bijbel zegt dat men uit de natuur had kunnen weten dat er een God is (Rom.1:2O) en God zal dan ook dezulken naar hun werken oordelen. ‘
Vraag 5. Hoe vergaat het hen die voor Christus komst in de Heer ontslapen zijn?
Antwoord: Er is verschil tussen hen die voor Jezus dood aan het kruis ontslapen zijn en hen die daarna heen gingen. Zij die voor Jezus kruis dood ontslapen zijn en God gediend hebben, werden bewaard in het dodenrijk tot het kruis. Daarna heeft Jezus de weg geopend naar het hemels paradijs en hen als gevangenen van Zijn liefde, meegevoerd naar het paradijs (Luc.23:43 en Ef.4:8). Daar worden ze bewaard tot de Wegname van de gemeente. Dan zullen ze een nieuw lichaam ontvangen en ons nog voorgaan de Heer tegemoet in de lucht. (Lees 1Thes.4:15-17)
Vraag 6. Wat is het doel van “de grote verdrukking” (Matt.24:21).
Antwoord: Door lijden en verdrukking kunnen er twee dingen gebeuren, of men verwerpt God en geeft Hem van alles de schuld, of en dat is de andere reactie, men bekeert zich. God laat die verschrikkelijke verdrukking toe, opdat de wereld tot bekering zal komen. Dit gebeurt voor een deel ook. In de eerste plaats zullen de Joden zich bekeren in die verdrukkingstijd, daarnaast zullen miljoenen naam-christenen tot inkeer komen en een duidelijke keuze maken. (Lees Openb.7:1-4 en Openb.7:9 en 14). Helaas zullen ook velen God alsnog afwijzen (Openb.9:20).
Vraag 7. Als de gemeente niet door de grote verdrukking gaat, hoe staat het dan met de uitleg van 2 Thess.2:l-6. Daar staat: “..dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeerd… als of de dag des Heren reeds aanbrak”.
Antwoord: Er is onderscheid tussen de Wegname van de gemeente en de “dag des Heren”. Over de Wegname van de gemeente spreekt Paulus in 1 Thes.4:15-17. (Uit 1 Thes.4:l3 verstaan we ook hoe onkundig deze mensen nog waren over deze dingen). De dag des Heren nu is volgens o.a. Maleachi 4:1 de dag van het grote oordeel van de Heer over de wereld. Deze Thessalonicenzen wisten uit de vorige brief van Paulus over de Wegname van de gemeente, maar in plaats zich daarin te verheugen begonnen ze zich hevig zorgen te maken. Er waren namelijk leraars die hen onderwezen “anders” dan Paulus hen geleerd had. Ze zeiden dat de oordeelsdag reeds was aangebroken over de wereld en het gevolg was dat vele van die mensen ophielden met werken, want ze dachten het heeft toch geen zin meer want God oordeelt de wereld (Lees 2 Thes.3:11). Paulus wijst hen echter terecht en zegt in eenvoudige woorden: “nee, die oordeelsdag is er nog niet, dat kan nog niet want “daarvoor” moet eerst nog veel gebeuren zoals de grote afval en de op- komst van de antichrist”. Echter in vers 6 en 7 zegt Paulus dat ze wisten wie de openbaring van de antichrist weerhoudt. Hier heeft Paulus het over de gemeente. Zolang de gemeente nog op aarde is kan de antichrist zich nog niet openbaren, God verhindert dat ten behoeve van Zijn gemeente. Lees verder

Geplaatst in Antichrist, Eindtijd, wederkomst | Tags: , | Een reactie plaatsen