Categorie archief: gemeente

Mensen die zeggen apostelen te zijn en het niet zijn.

In Efeziërs 4:11 lezen we dat Jezus, nadat Hij was opgevaren naar de hemel, verschillende bedieningen heeft gegeven, tot opbouw van de gemeente. Er staat “Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars”. Dit zijn de vijf bedieningen die Christus aan de Gemeente heeft gegeven. Binnen deze vijf bedieningen zien we als eerste de apostel genoemd en dit doet ons direct denken aan de 12 discipelen die geroepen waren door de Heer en toen alles verlaten hadden om Jezus na te volgen.

Jezus nu, was de eerste die Zijn 12 discipelen ook apostelen noemde (Luc.6:13). Dat gebeurde overigens niet zo maar, kennelijk was dat moment van zo’n grote betekenis voor de Heiland dat Hij daarvoor de hele nacht in gebed moest gaan. Pas toen het dag werd kwam Hij van de berg en wees twaalf mannen aan en dan staat er zo typerend ‘die Hij ook apostelen noemde’. Voor dat moment was er niemand die kon zeggen een apostel te zijn.

Nu betekent het Griekse woord voor ‘apostel’ gewoon ‘gezondene’ en het hangt er maar vanaf welk gewicht je geeft aan zo’n woord ‘gezondene’. Je kunt gerust zeggen dat we allemaal op een bepaalde manier gezonden zijn door de Heer, al was het maar tot familie of buren om hen het evangelie uit te leggen.

Maar hier ging het toch duidelijk om veel meer, vooral als we spreken over de 12 eerste apostelen en later ook Paulus. Het gaat hier om mensen die een speciale opdracht van de Heer kregen, om te bouwen aan de eerste gemeente en Jezus boodschap in de wereld als eerste te verkondigen. Hun belevenissen, maar vooral openbaringen en hun onderwijzende brieven, zijn geschreven onder de sterke zalving van de Heilige Geest en later opgetekend in het heilig Woord van God. Zij mochten dus de basis vormen van de nieuw Testamentische gemeente, die na Jezus hemelvaart, op de pinksterdag geboren zou worden.

Deze twaalf waren dus speciaal roepen, ze leefde ook met Jezus tijdens Zijn aardse bediening. Ze waren o.a. getuige van Zijn opstanding en als eerste voorbestemd om het werk van Jezus voort te zetten op aarde en ook de eerste leiders van de nieuwe gemeente te worden. Natuurlijk is in de eerste plaats altijd Jezus zelf het fundament en de hoeksteen van de gemeente, maar de apostelen hebben daar op voort mogen bouwen, zij worden dus ook genoemd de grondleggers of fundament van de Gemeente (Lees Efeze 2:19,10).

Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.

Als we de betekenis van het woord apostel beschouwen, namelijk gezondene, dat zouden we kunnen zeggen dat ook Jezus zelf, de kring van ‘gezondenen’ heeft uitgebreid namelijk met nog eens 72 andere mannen. Want Jezus stuurde ook hen erop uit (Luc.10:1) om Zijn evangelie te verkondigen, dus waren ook zij gezondenen. Maar we moeten dan toch wel in acht nemen dat er ook toen al een groot verschil was tussen hen en de 12 apostelen die het eerst aangewezen waren door de Heer. Uiteindelijk waren ze dus wel allemaal ‘gezondenen’ van de Heer, maar ze behoorde niet allemaal tot de innerlijke kring van apostelen rondom Jezus.

Na de val van Judas, die Jezus had verraden en zich zelf van het leven had beroofd, zien we in het boek Handelingen dat het twaalftal weer werd volledig gemaakt door de verkiezing van Matthias (Hand. 1:2-5, 13, 21-26). Dit was natuurlijk niet nodig geweest als iedereen die maar door Jezus was uitgezonden zichzelf ook apostel had mogen noemen. Maar zo was het duidelijk niet. Alleen de twaalf discipelen werden genoemd de z.g. ‘apostelen van het lam’ en alleen hun namen zijn ook geschreven in de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem (Openb.21:14).

Paulus was de apostel van de heidenen.
Hoewel hij niet één van de twaalf discipelen van Jezus was, heeft hij wel tijdens de bediening van Jezus geleefd en heeft dus ook alles meegemaakt, hij zegt in 1 Kor.9:1 “Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien? Bent u niet mijn werk in de Heere?”

De oorsprong van zijn roeping tot apostel zit toch wel in de bijzondere verschijning van Jezus aan hem op de weg naar Damascus (Hand.9). Natuurlijk is er nog steeds een kenmerkende verschil tussen het apostelschap van de twaalven en dat van al degene die later apostel werden genoemd. De twaalven hadden met Jezus geleefd en ook getuige geweest van Zijn dood en opstanding. Toch werd ook Paulus apostel of je kunt zeggen een gezondene met een speciale bediening.

Paulus was duidelijk ook door Jezus Zelf geroepen als apostel, lees Gal.1:1 “Paulus, een apostel – geroepen, niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft”.

Paulus heeft het in 1Korinthe 15: 5-7 ook over ‘de twaalf… en daarna over alle apostelen’ vrijwel zeker doelde hij op de twaalf discipelen van Jezus en alle andere die daarna uitgezonden waren door de Heer. Bijvoorbeeld behoorde ook Barnabas, Paulus medewerker tot die grotere kring van gezondenen. Hij woonde in Jeruzalem (Hand.4:36,37) en wordt in elk geval samen met Paulus in die zin ook apostel genoemd (Hand.14:4, 14). Dat geldt trouwens ook voor Paulus andere medewerker Silas, die eveneens afkomstig was uit Jeruzalem (Hand.15:22) en door Paulus ook gezien werd als een gezondene of apostel (lees 1Thes.2:6 en 1Thes.1:1). Maar deze mensen waren toch niet in dezelfde bediening als de twaalf en Paulus.
Lees verder

Advertenties
Geplaatst in Bijbelstudies, geestelijk leiders, gemeente | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten door God aangesteld zijn.

Er is leiding en gezag nodig in de gemeente, maar dan wel gezag wat door God is aangesteld. De meeste plaatselijke gemeenten in ons land hebben een predikant, voorganger, opziener of een voorgaande oudste (1 Tim.5:17), wat in feite verschillende namen zijn voor dezelfde functie. Hoewel de Bijbel ook spreekt over voorgangers in het meervoud (zie Hebr.13:17), is men in ons land meestal gewend aan één voorganger per gemeente, met verschillende oudsten als medebestuurders. In principe kunnen er Bijbels gezien ook meerdere voorgangers in een gemeente zijn, bijvoorbeeld als dit door de grote van een gemeente noodzakelijk is.

Oudsten
Oudsten of mede bestuurders hebben een belangrijke taak, als het goed is zijn ze zelfs instaat om aan te vullen wat er eventueel aan de bediening van de voorganger ontbreekt. Want een voorganger is net als ieder ander, een mens met beperkingen en feitelijk gewoon een mede-oudste. Sommige mensen denken dat een voorganger (of voorgaande oudste), alle bekwaamheden in zich heeft die voor een gemeente nodig zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo, want dan zou hij een soort super mens moeten zijn.

Omdat sommige gemeenten teveel van hun voorganger verwachten is vaak het gevolg dat ze het niet volhouden en in een burn-out terecht komen. Dit kan voorkomen worden als er oudsten zijn die begrip hebben voor hun voorganger en die, elk met hun eigen roeping, taak of bediening, hem ondersteunen. Alleen door elkaar aan te vullen, zullen ze naar een sterk en harmonieus geheel groeien.

Verschillende gaven
De Bijbel heeft het daarom ook over verschillende gaven, bedieningen, taken die door God aan de gemeente gegeven zijn. Lees 1 Corinthiërs 12: 28
“God nu heeft ‘sommigen’ in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.”

Verschil in roeping en bediening
God geeft wel aan iedere bediening zijn eigen gezag en zalving, er kan dus beslist verschil zijn in gezag en bediening, maar toch hebben ze (als het goed is) elkaar ook weer wel erg hard nodig. Het respecteren van elkaars roeping en bediening en de bereidheid praktisch uit te leven wat Filip.2:3,4 zegt, is de voorwaarde tot een sterk bestuur.

“Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat een ieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat een ieder ook oog hebben voor wat van anderen is”. Filip. 2:3,4

Diaken
Naast bestuurders in de gemeente zijn er, als het goed is, ook allerlei mensen belast met gedelegeerde verantwoordelijkheden en praktische taken, die nodig zijn voor het goed functioneren van de gemeente, in de breedste betekenis van het woord. In het Nieuwe Testament komen we de term ‘diaken’ (= diakonos of dienaar) tegen wat in principe een algemene benaming is voor elke man of vrouw die een dienende taak vervult in de gemeente (Lees Hand.6).

De roeping
Het is in de maatschappij heel normaal om een ambitie te hebben en ergens voor te gaan. En we zien ook steeds meer binnen de gemeente dat mensen een ambitie hebben om bijvoorbeeld oudste, voorganger of om gemeente leider te worden op welke manier dan ook. Eigenlijk is dat alleen maar toe te juichen en moeten we zulke mensen aanmoedigen om zich vooral zoveel mogelijk te bekwamen, zodat ze bruikbaar kunnen zijn, maar wel…als God ze roept en de weg ook voor ze geopend wordt. Die roeping is heel erg nodig, in de dienst van God is geen sprake van jezelf profileren. In de Bijbel lezen we over de roeping van bijvoorbeeld Aäron en dat niemand zich deze plaats kan toe-eigenen, het moet ons van God gegeven zijn.

Hebreeën 5 :4 en 5 zegt: “Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”
Lees verder

Geplaatst in geestelijk leiders, gemeente, leiders | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rijker worden door tienden geven. Klopt dat wel?

Uit ervaring weten we, dat het helemaal niet verkeerd is als christenen die de Heer Jezus liefhebben, ook geleerd worden om regelmatig (b.v. maandelijks), financieel bij te dragen aan het werk van God. Feitelijk zou iedereen, die deel is van een kerk of gemeente dat uit zichzelf moeten begrijpen. Men zegt wel dat het evangelie gratis is, maar een gemeente kan nu eenmaal moeilijk de onkosten betalen, als er geen regelmatige giften binnen komen. Iedereen weet ook dat de kosten van, bijvoorbeeld het huren of kopen van een gebouw, behoorlijk kunnen oplopen. Daarom zou het een zegen zijn als iedereen die behoort bij een kerk of gemeente, in ieder geval regelmatig een vast bedrag apart zou zetten daarvoor (Lees ook 1 Kor.16:2). Daarmee geven we ook de gemeente waar we toe behoren, een stabiele basis zodat men een verantwoord financieel beleid kan voeren.

Ook in het zendingswerk zijn regelmatige inkomsten nodig. Natuurlijk zendelingen moeten in de eerste plaats op God vertrouwen en niet op mensen. God is machtig om voor hen te zorgen, zoals Hij voor de profeet Elia zorgde in een tijd van grote droogte (1 Kon.17). Maar tegelijk moeten we ons realiseren dat God toch meestal mensen gebruikte, om voor Zijn dienaren te zorgen. Vandaar ook dat Elia later in dezelfde geschiedenis, naar de weduwe van Sarfath werd gestuurd, om door haar verzorgd te worden.

In zekere zin is het geven van tien procent van ons inkomen helemaal niet verkeerd, wij zelf hebben het altijd ‘vrijwillig’ zo gedaan en we weten uit ervaring ook dat God ons daarvoor zegende. Vooral als men bedenkt dat men God ook niet met een fooi wil afschepen en men zich daarom afvraagt, ‘hoeveel is nu redelijk om te geven’, dan is tien procent een goede norm. Waarom? Omdat God dit in de Bijbel ook opdroeg aan Israël.

Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn, er is in de Bijbel geen wet die een Nieuw Testamentisch christen dwingt om tienden te geven. In tegendeel, de apostel Paulus zegt juist in 2 Kor.9:7 tot de gemeente in Korinthe “Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief”.

En ja… helaas zijn er toch nog steeds predikers die ons willen laten geloven dat we alleen financieel gezegend kunnen worden door de Heer, als we maar trouw tien procent van onze maandelijkse inkomsten afdragen en dan vooral natuurlijk aan hun kerk, gemeente of organisatie. Ze brengen het als een soort verplichting. Daarnaast heb je ook weer mensen die dit zo serieus nemen, dat ze vervolgens weer in de knoop raken, omdat ze niet weten of ze het van hun bruto of netto inkomsten moeten betalen en ook nog van hun vakantie geld of dertiende maandsalaris etc.. Maar…de grote vraag is natuurlijk altijd wat de Bijbel ons feitelijk hierover zegt, want als het Bijbels niet te onderbouwen is, dan zijn het dus wetten van mensen en niet van God.

Daarom nu…wat zegt de Bijbel?
De eerste keer dat we in de Bijbel over tiende geven lezen is in Genesis 14. Daar lezen we hoe Abraham, zijn neef Lot net had bevrijd en nadat hij toen een aantal koningen had overwonnen, ontmoette hij Melchizedek die genoemd wordt een priester van God. Deze Melchizedek zegende Abraham en vervolgens schonk Abraham hem een tiende deel van de buit die hij had veroverd op de koningen.

Feitelijk is dit niet zo’n sterk Bijbels argument voor het geven tiende, want we lezen maar één keer dat Abraham een tiende geeft en nog niet eens van zijn inkomsten, maar van de oorlogsbuit.

In Genesis 28:22 lezen we vervolgens weer van de tiende en wel van Jakob die God de belofte doet; ‘Van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven’. Hierbij kan men zich afvragen aan wie hij dat dan gegeven zal hebben. Er waren geen priesters, geen tempel. Misschien gaf hij het aan de armen en offerde hij er een deel van aan de Heer, bijvoorbeeld van de oogst of het vee. Maar het belangrijkste is dat het hier duidelijk niet om een gebod van God gaat, maar om een belofte van Jakob aan de Heer. Men kan hier dus ook niet zeggen dat op basis van deze tekst, men verplicht zou zijn God een tiende van de inkomsten te offeren.

Hieruit kunnen we gerust concluderen dat, voordat de wet van Mozes was ingesteld, men nog helemaal niet verplicht was om de tiende te betalen.
Lees verder

Geplaatst in geld, geldzucht, gemeente, Wetticisme | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten ook open staan voor correctie.

We krijgen er allemaal in de christen gemeente mee te maken. Iedereen staat in feite bloot aan kritiek en wel het meest geldt dit voor degene die iets doen in de gemeente. Gemeenteleiders zullen er daarom zeker mee te maken krijgen en op dit punt spreken we zelf ook uit ervaring. Welke beslissing een voorganger, oudste of welke andere gemeente leider of leidster ook neemt, er zullen altijd voor- en tegenstanders zijn. Onze ervaring is dat je het feitelijk nooit iedereen naar het zin kan maken, hoe goed je je best ook doet. Maar uiteindelijk gaat het daar ook niet om, maar veel meer om de verheerlijking van de naam van Jezus in de gemeente en niet dat iedereen gelijk krijgt.

Kritiek kan ook opbouwend zijn.
De Bijbel zegt: “Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.”( 1 Kor.10:12). Mensen die zich afsluiten voor de mening van anderen, zijn gevaarlijke mensen in het leiderschap. Leiders die zich afsluiten voor kritiek van medewerkers of collega’s in de dienst van God, ervaren kritiek meestal als een aanval in plaats van een mogelijke aanvulling en verrijking. Een van de kenmerken van geestelijk leiderschap is juist het vermogen om Gods leiding te verstaan door middel van de bijdrage die uit de groep om je heen komt.

Door de doop in de heilige Geest heeft iedere christen de inwoning van de Geest Gods in zich. Door de werking van de Geest in ons, kan dus elke gelovige Gods leiding ervaren. Het is m.a.w. geen exclusief voorrecht voor één leider. Om die reden is het juist een zegen als een leider voor opbouwende kritiek open kan staan en er op een geestelijke wijze zijn voordeel er mee doet; uiteraard alleen als kritiek uit de juiste bron voort komt en niet b.v. uit een bitter hart of uit jalousie.

Kritiek kun je echter alleen accepteren, als je ook bereid bent open en eerlijk te zijn als het gaat om de dingen die verkeerd gaan en niet voortdurend bezig bent je eigen fouten zoveel mogelijk te verdoezelen. Natuurlijk, de leider is geroepen een voorbeeld te zijn, maar hij hoeft niet te pretenderen dat hij de perfectie op aarde is. In het leven van alledag zijn die mensen die denken nooit fouten maken juist niet geloofwaardig. Deze mensen lijken zo ver verwijderd van de strijd die de meesten van ons dagelijks voeren, dat we ons daar niet in herkennen. We kunnen ons veel beter identificeren met iemand die evenals wij, verzoekingen kent en het daar soms moeilijk mee heeft. Een leider komt wel vaker in de verleiding om zijn fouten te bedekken. Daarom kan hij het beste onmiddellijk zijn falen onder ogen zien en vergeving vragen als dat eventueel nodig is. Daarmee zal hij juist nog meer een voorbeeld zijn voor anderen.

Maar er zijn ook mensen die fouten zoeken.
Het is vooral voor gemeente leiders van groot belang dat we niet te overgevoelig zijn, als anderen kritische opmerkingen maken. Niemand is echt ongevoelig voor kritiek, maar overgevoeligheid op dit punt kan ons totaal verlammen en is feitelijk niets anders als ons eigen ik, wat te snel beledigd is.

En ja, er zijn ook mensen die voortdurend naar foutjes zoeken. Dat zijn vaak degenen die zelf aan de kant staan en die het beste weten hoe anderen zouden moeten handelen. Heel vaak heeft men het over de splinter in het oog van de ander en men vergeet daarbij de balk in eigen oog (Lees Mat.7:3-5). Daar komt nog bij, dat mensen die niet wezenlijk iets bijdragen aan de gemeente, zelf veel minder zichtbaar zijn en dus krijgen ze zelf ook zelden kritiek. Het is tragisch, maar sommige mensen doen uit angst iets verkeerds te doen, maar helemaal niets meer, omdat men gewoon bang is voor kritiek.

Maar de man die uit angst om fouten te maken niets uitvoerde, werd door de Heer echter zwaar veroordeeld. In Mattheüs 25 lezen we dat tot de man die zijn talent in de grond stopte, gezegd werd: ‘Jij luie en nutteloze slaaf.’ In Efeze 4:16 lezen we ook over het lichaam van Christus, waarvan alle onderdelen als een welsluitend geheel bijeengehouden moet worden door de dienst van al zijn geledingen. Dus door hetgeen wij allemaal persoonlijk kunnen bijdragen, omdat we allemaal organen zijn van dat zelfde lichaam van Christus.

We weten dat we geen van allen nog volmaakt functioneren en dus dat betekent dat er best nog wat te corrigeren valt aan ons. Als dienaren van God zullen we ons hart erop moeten zetten, de Heer te dienen op de beste manier die voor ons mogelijk is, maar toch zullen er altijd dingen zijn die nog onvolkomen zijn.

Kritiek, wat doen we er mee?
Maar wat doen we er mee, als andere mensen kritiek hebben? Moeten we er naar luisteren en ons er door laten beïnvloeden, of moeten we kritiek maar gewoon laten voor wat het is? En wat te doen als wij anderen fouten zien maken en wij dus zelf kritiek hebben op medebroeders en zusters? Moeten we onze op- en aanmerkingen dan maar voor ons houden, of moeten we hen er op aanspreken? Het is zeker eenvoudiger om de ander maar gewoon niet te confronteren met zijn misstappen, maar ook dit kan van liefdeloosheid getuigen. Omdat we dan uit angst voor weerstand onze mond maar houden en toelaten dat die ander een verkeerde weg op gaat. Beter is het om God te bidden om de juiste woorden en de juiste gesteldheid van ons eigen hart en vooral ook het juiste moment waarop we de dingen zullen zeggen die op ons hart zijn.

We zullen ook zelf altijd moeten luisteren naar kritische opmerkingen, wanneer ze voortkomen uit liefde en bewogenheid, ongeacht of we het er mee eens zijn. Tenminste zouden we hetgeen ons in liefde gezegd is, biddend kunnen overdenken. Mogelijk dat Gods Heilige Geest ons toch duidelijk maakt dat ons eigen inzicht onjuist is en dat we dingen moeten veranderen. Sta er in ieder geval voor open en besef dat we altijd anders naar onszelf kijken dan anderen naar ons.

Je bent broeders en zusters en je vormt samen een geestelijk gezin. Je kent elkaar en ook vaak elkaars zwakke punten. In een gezin zal zeker ook over verkeerde dingen gesproken worden. Maar door de liefde weet degene die het treft, dat zijn familieleden hem vanwege zijn zwakheden nooit zullen laten vallen. Het gezin waar hem zijn fouten getoond worden, wordt dus ook zijn schuilplaats en zou zo het moeten zijn in de gemeente van de Heer.
Lees verder

Geplaatst in gemeente, leiders | Tags: , | Een reactie plaatsen

Stress, overspannenheid en burn-out bij geestelijk leiders.

Stress, lijkt wel een kwaal van de hedendaagse maatschappij, het komt steeds meer voor en helaas ook onder geestelijk leiders.
Voor een deel is de oorzaak vaak heel praktisch, namelijk men heeft geen normale werkdagen. Je denkt 24 uur per dag en 7 dagen per week beschikbaar te moeten zijn en er is dan geen tijd voor ontspanning en weer opladen. Je hebt ook het gevoel dat er steeds meer van je wordt geëist, bijvoorbeeld omdat er in de gemeente te weinig mogelijkheden zijn om taken te delegeren naar anderen. Daarbij heb je vaak zelf ook niet tijdig je grenzen aangegeven, je ging maar door. Soms is de waardering die ieder mens nodig heeft, ook ver te zoeken. Mensen uiten vaak gemakkelijker kritiek dan een waarderend woord en op een dag voel je je uitgeput, of opgebrand. Je krijg moeite om te bidden omdat je je gedachten niet meer kan concentreren op God en je kunt geestelijk gewoon niet veel meer hebben. Het werk wat je nog doe in de gemeente, gebeurd op de automatische piloot en niet meer vanuit de rust en inspiratie die Jezus je kan geven.
Aanhoudende periodes van stress, kunnen ook grote gevolgen hebben. Soms leidt het tot een burn-out, met als gevolg chronische vermoeidheid, depressies en slaapstoornissen. Het kan je als geestelijk leider beslist overkomen, dat je met alles moet stoppen, alleen maar vanwege genoemde klachten. Je bent dan volledig uitgeschakeld en dat is precies wat satan wil. Mocht het je al zijn overkomen, dan heeft de Heer een boodschap voor je. Hij wil je volledig herstel en zegt in Jesaja 29: 11 ‘Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven’.
Praktijkvoorbeeld.
We hebben zelf in de loop van onze bediening met veel mensen hierover gesproken en zeker ook met leiders die zich opgebrand voelde. Door onze jaren lange ervaring, weten we uit ondervinding wat er door mensen heen kan gaan, als ze dit over komt. Hier volgt een voorbeeld uit de praktijk, met uiteraard een gefingeerde naam.
Peter is al achttien jaar voorganger in een Evangelische Gemeente. Aan het begin was hij enthousiast, bereidwillig en meelevend met de mensen in de gemeente. Precies zoals je van een voorganger mag verwachten. Hij deed niets liever dan anderen bijstaan en helpen. Daarnaast predikte hij ook regelmatig in de gemeente en ook dan besteedde hij veel tijd aan de voorbereidingen van de prediking en het gebed. Men kon op hem rekenen.
Naast zijn dagelijks werk was hij ook vader van een gezin. Langzaam maar zeker vroeg alles samen steeds meer van zijn vrije tijd, omdat ook de werkdruk in de gemeente steeds hoger werd. Dat had ook alles te maken met het feit dat hij pastoraal erg bewogen was de mensen in de gemeente, waardoor ook steeds meer mensen een beroep op hem deden. Daarnaast groeide zijn eigen kinderen op tot pubers en ook die vroegen steeds meer energie en aandacht van hem. Zijn vrouw kon de opvoeding niet langer alleen aan en had al eerder aangegeven dat ze hem daar meer bij nodig had. Kortom de situatie was nu duidelijk anders dan 15 jaar geleden, toen hij begon in de gemeente en bevestigd werd in de bediening. Voor Peter wordt het steeds moeilijker om de juiste keuze te maken, mede omdat hij zijn taak als voorganger als een roeping van God zag, waar hij dus niet zomaar mee kon stoppen. Lees verder

Geplaatst in coachen, geestelijk leiders, gemeente, leiders | Tags: , | Een reactie plaatsen

Is er wel plaats voor ouderen in de gemeente van de 21ste eeuw?

Een noodkreet.
Dit artikel is geschreven naar aanleiding van heel veel berichten die ons bereikte van ouderen mensen. Nagenoeg elke dag mailen mensen ons en regelmatig waren er ook een noodkreten bij van een ouder iemand. Mensen vertellen ons dan bijvoorbeeld, al jarenlang een bepaalde kerk of gemeente te bezoeken, soms bijna een heel leven. Maar nu ze op hoge leeftijd zijn gekomen is het voorbij. Daar kunnen vele redenen voor zijn.
◾Bijvoorbeeld omdat ze niet meer zelfstandig er naar toe kunnen gaan en de gemeente doet geen moeite om hen op te halen. Ouderen halen en brengen is lastig en dus een probleem. Alleen als mensen uit eigen initiatief daar mee beginnen wordt het toegejuicht, maar de gemeente zelf geeft daar in ieder geval geen prioriteit aan.
◾Maar er is meer. Ouderen hebben soms ook het gevoel niet meer te passen in de gemeente, vanwege de moderne manier waarop men nu tegenwoordig de erediensten beleefd. Dat wil bijvoorbeeld zeggen, harde muziek, veel gekleurde lichten, rook op het podium, (voor hen) vreemde liederen, heel veel Engelse liederen en men is meestal de taal niet machtig, predikers die meer gewoon de Bijbel lezen maar alles digitaal projecteren etc.. Iemand zei ons letterlijk: “de gemeente is voor mij als een jas, vroeger paste die, maar nu niet meer”.
◾Veel ouderen hebben ons gezegd, ‘men wil niet apart’. Natuurlijk zijn er gemeenten waar men speciale bijeenkomsten voor ouderen heeft. Maar het is de vraag of dat het is wat de ouderen onder ons zoeken. Ze willen vooral er gewoon bij blijven horen en niet apart. Dat betekent dat er dus ook rekening met hen gehouden zou moeten worden. Het besef moet door dringen dat we niet compleet zijn als lichaam van Christus, zonder de ouderen. Ook zij zijn door God aan de gemeente gegeven om met hun wijsheid en kennis mee te bouwen aan de gemeente

Vereenzaming van ouderen.
Het gevolg is een geestelijke vereenzaming bij het oud worden en vaak worden mensen ook letterlijk vergeten. Zodra men lange tijd niet meer in de gemeente gezien wordt, raakt men uit de aandacht. Vooral als er geen vrienden of familie leden zijn die ook de gemeente bezoeken en dus niemand de gemeente leiding er attent op maakt.

Dit artikel is geschreven uit grote bezorgdheid. Het zou beslist een zegen zijn als veel geestelijk leiders dit artikel zouden willen lezen. Ik bid dat het een aanzet mag zijn tot bezinning, over de plaats van ouderen binnen evangelie gemeenten in ons land. Soms vertellen ouderen ons, dat ze degene waren die aan het begin van de gemeente hebben gestaan, men heeft financiële offers gebracht en ze zijn dienstbaar geweest in vele taken en activiteiten die er zijn in een beginnende gemeente. Dit artikel is vooral een pleidooi voor erkenning van deze ouderen, als mede-dragers van de gemeente.

Jong is in en oud is uit.
Natuurlijk is deze verandering ook een gevolg van de nieuwe generatie die op komt en die de oude tradities van zich af wil gooien en dingen op hun eigen manier wil doen. Tot voor kort was het algemene gevoelen bij veel jonge geestelijke leiders: “we hebben ons lang genoeg aangepast aan de manier waarop de vorige generatie hun geloof beleefde, het is nu de hoogste tijd dat zij zich maar aan ons aanpassen”.

We hebben het niet altijd in de gaten, maar feitelijk komt ook dit rechtstreeks uit de wereld om ons heen. In onze maatschappij namelijk is ook het overheersende gevoel ‘jong is in en oud is uit’. Ouderen vragen steeds meer zorg, kosten de samenleving steeds meer
geld, hebben meer medische zorg nodig dan jongeren. Vaak ontvangt men naast AOW ook nog een riant pensioen en dat kan in de toekomst wel eens nadelig zijn voor de jongere generatie, want ze eten alles voor ons op. Politieke leiders doen het goed als ze vooral maatregelingen nemen om de kosten van de verzorging van ouderen te beperken. Zoals, maatregelingen om ouderen langer door te laten werken etc..

Natuurlijk is dit niet overal in de wereld zo, al hebben veel mensen daar niet altijd oog voor. In veel landen in de wereld krijgt men al in de opvoeding mee om respect te hebben voor ouderen en ze vooral niet te negeren. Maar in onze westerse samenleving en ook in de evangelie gemeente, denken sommigen daar anders over. Onlangs las ik in een interview dat een bekende voorganger zei: ‘ik ben blij dat onze gemeente voor het grootste deel uit jongeren bestaat en niet uit mensen met grijs haar of mannen met stropdassen’.

Volgens die voorganger zou een gemeente die veel ouderen heeft, het beleid moeten aan passen, want er is dan een probleem. Zo gezien is het feit dat veel mensen tegenwoordig steeds ouder worden en er dus ook in de gemeente steeds meer ouderen gaan komen, eerder een kwaad dan een zegen. Een bekende uitspraak luidt dat bijna iedereen oud wil worden, maar niemand oud wil zijn.
Lees verder

Geplaatst in eenzaamheid, gemeente, Ouderen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten niet heersen, maar dienen.

Voorgangers, oudsten, pastorale medewerkers, die goede leiding geven zullen in de eerste plaats bezig zijn met het herderlijk begeleiden (ondersteunen) van de leden van de gemeente. Daarin dienen ze de gemeente en volgen ze ook het voorbeeld van Jezus na. Leiders die willen heersen, zijn altijd op zoek naar medewerkers die zonder tegenspraak, bereid zijn hen te dienen. Soms gaat het ook nog gepaard met het vereren van de leider en dat is levensgevaarlijk voor een gemeente.

In de huidige tijd zien we steeds meer leiders zien opstaan in evangelische kringen, die zichzelf eerder zien als een soort manager van een groot bedrijf, dan als toegewijde dienaren van Gods werk. Ze leiden de gemeente alsof het een commercieel bedrijf betreft, terwijl het dat absoluut niet is, maar levend lichaam van Christus waarvan Jezus het hoofd is. Het feit dat leiders geneigd zijn hun gemeente als een bedrijf te zien, heeft natuurlijk ook te maken met de specifieke gevaren die verbonden zijn aan geestelijk leiderschap, risico’s die speciaal personen in leiderschap lopen. Ze komen als het ware mee met de verantwoordelijkheid en de taak.

Maar het is ook waar dat niet iedereen die meent een leider te zijn, het ook is. De Bijbel zegt dat God ‘sommige’ heeft aangesteld in de gemeente (1 Cor.12:28-31). Het is beslist geen schande als een leider terugtreed uit zijn functie, omdat hij gaandeweg tot de ontdekking komt niet over de juiste bestuurskwaliteiten te beschikken. Dit is in ieder geval veel beter dan te blijven in een taak waar men geen roeping voor heeft, met mogelijke schade voor de gemeente en hem zelf.

We willen hier even kort de eigenschappen bespreken waaraan leiders moeten voldoen.

1. Een geestelijk leider moet geen carrière jager zijn.
De Bijbel zegt in Rom.12:3 “Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.”

Een groot gevaar voor leiders is hoogmoed. Het is het eerste en belangrijkste waar leiders voor moeten waken. Natuurlijk is hoogmoed een ernstig gevaar voor iedereen, maar geestelijke leiders zullen er meer last van te hebben. Zij worden vaak in een positie geplaatst waarin andere hoge verwachtingen van hen hebben. Wanneer een leider bijvoorbeeld door veel mensen bejubeld wordt, omdat hij bepaalde dingen zeer goed doet, komt hij gemakkelijk in de verleiding om op anderen te gaan neer te zien.

Zelfs geestelijk leiders die veel waarschuwen voor hoogmoed, kunnen er toch zelf aan ten prooi vallen, want dit gevaar is vaak veel groter dan men denkt en dus kan het gemakkelijk onderschat worden. Vandaar dat dagelijks gebed en diep buigen voor de Heer, de enige weg voor een leider is om hiervoor bewaard te blijven. Hoogmoed is bij uitstek de manier waarop de duivel een geestelijk leider ten val kan brengen. Want vanuit deze zonde komt nog veel meer voort, zoals leugens, oneerlijke praktijken en schijnheiligheid. Hoogmoed komt voort uit onze zondige natuur en daarom waren we er in ieder geval allemaal bevattelijk voor.

In het bijzonder leiders moeten zich de vermaning van Paulus aan de Corinthiërs voor ogen houden in 1 Cor.3:5: “Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.”

2. Geestelijk leiders moeten teamspelers zijn.
Twee voorbeelden waarin we zien dat God wil dat leiders teamspelers zijn.

◾Handelingen 6:1-6 beschrijft hoe met het groter worden van de gemeente te Jeruzalem de behoefte aan diakenen ontstaat: er zijn ‘handen’ tekort voor het bedienen van de tafels. De apostelen zien dit in en stellen de voltallige gemeente voor: “Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen”.

◾Dit stemt ook overeen met de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg toen hij van de ochtend tot de avond bezig was om recht te spreken tussen het volk: (Ex.18:21) “Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien”.

Daarom, ook nu moet het werk in de gemeente gedelegeerd worden aan betrouwbare mensen, vol van Geest en wijsheid, het werk kan niet slecht door één persoon gedaan worden. Een leider moet zich dus omringen met bekwame mensen die hem kunnen helpen en adviseren. Maar leiders die niemand naast zich dulden of kunnen verdragen, geven daarmee in feite aan ongeschikt te zijn voor het geestelijk leiderschap.

We zien nogal eens groepen van gelovigen met een leider die zichzelf onaantastbaar is gaan vinden en zelfs absolute gehoorzaamheid eist van zijn volgelingen. Hoewel men soms ook nog de mond vol heeft over Bijbelse principes van verantwoordelijkheden delen en gaven die gelovigen hebben, duldt men in de praktijk toch niemand naast zich. Men mag dan wel meewerken, maar de leider deelt niet het gezag wat hij heeft, dus de verantwoording blijft ten alle tijden alleen bij hem. Dit is dan totaal anders dan wat we in de Bijbel vinden. Mozes werd juist gecorrigeerd door zijn schoonvader Jethro, toen hij de neiging had om alles alleen te doen.

Jezus is tijdens zijn aardse bediening ook direct begonnen om 12 apostelen op te leiden. (Luc.6:13). Hij wist dat de tijd zou komen dat Hij ten hemel zou varen en dat Zijn werk door anderen zou moeten worden voortgezet. Tevens zond Hij zijn discipelen ook uit om de boodschap van het koninkrijk te verkondigen en met zieken te bidden (Luc.9 en 10) en Hij liet ze zelfs toe om mensen te dopen (Joh.4:1). Hij schakelde ze dus werkelijk ook in.

Een van de beste middelen tegen het gevaar om solistisch te worden in geestelijk leiderschap, is direct anderen mee te nemen in de bediening en hen de ruimte te geven zich naast je te ontwikkelen. Natuurlijk zit daar ook een gevaar in, je loopt als leider veel meer risico op rivaliteit en afgunst. Maar tegelijk moet elke leider beseffen dat het werk van God niet het eigendom van de leider is, zelfs al heeft hij aan de basis van het werk gestaan. God is machtig om je als leider te bevestigen en als Hij het niet doet kunnen we beter stoppen en plaats maken voor anderen, want anders is het gewoon mensen werk.
Lees verder

Geplaatst in Actueel, geestelijk leiders, gemeente, Hoogmoed, Manipulatie | Tags: , , | 1 reactie