God geneest niet iedereen die daar om bidt.

Door Henk Herbold

We zeggen het eerst maar even om misverstanden te voorkomen, we geloven absoluut wel in Goddelijke genezing. Sterker nog, mijn vrouw en ik hebben in onze bediening, met vele honderden mensen gebeden en ook vele wonderen meegemaakt. Dus voor ons is het geen theorie meer, we hebben het zelf gezien. De Bijbel spreekt van begin tot eind over de God van wonderen, die vol liefde is voor de gebroken mens en die ook zieken wil genezen. Zowel de profeten in het Oude Testament als de apostelen in het Nieuwe Testament zagen steeds weer dat God mensen genas.

Jezus stierf aan het kruis en heeft daar de zonden en de dood overwonnen, maar ook alles wat ons naar de dood brengt, namelijk ziekten. In Jes. 53:4 staat het duidelijk “Nochtans onze ziekten heeft hij op zich genomen en onze smarten gedragen..”. In heel de Bijbel komen we het tegen, zowel in het Nieuwe als in het Oude testament.

Bijvoorbeeld: als Israël verlost was uit Egypte liepen ze al snel vast op hun weg door de woestijn. Ze hadden al 3 dagen geen water gezien en men vreesde het ergste. Toen kwamen ze aan een waterbron, maar ze konden het water niet drinken en vervolgens sloeg de paniek toe. Het was bij deze gelegenheid dat God tot ze begon te spreken. God zei tegen hen, als je doet wat Ik zeg, als je Mij onvoorwaardelijk gehoorzamen zult, dan zal Ik je Heelmeester zijn. God openbaarde daar een speciale kant aan Hem zelf, namelijk “de Heelmeester”. (Ex.15:26)

Op dezelfde manier sprak God ook door David in Psalm 103:3. God is de God “die al uw ongerechtigheden vergeeft en al uw krankheden geneest”. In het Nieuwe Testament laat God vervolgens door Jezus, heel duidelijk zien “dat Hij wil genezen”. Er staat in Matth.4:23 “en Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk”, het is dus duidelijk Gods verlangen om te genezen.

Daarbij komt dat Jezus Christus niet alleen zelf vele duizenden zieken genas, maar Hij gaf ook zijn volgelingen nadrukkelijk opdracht hetzelfde te doen. Dit is wat Jezus Christus zei tegen zijn volgelingen: “Genees de zieken en zeg tegen de mensen: Het koninkrijk van God is dicht bij u.” (Lukas 10:9)

Maar we moeten ook eerlijk zijn. Soms zitten we toch nog met vragen waarop we geen antwoord hebben. We begrijpen nog niet alles, we zien de overwinning van Jezus over ziekten nog niet altijd. Maar we weten wel, op een dag zal de gehele aarde onderworpen zijn aan de wil en de macht van Jezus. Dan zal Jezus overwinning op het kruis zichtbaar zijn voor iedereen en zal ziekten, lijden en dood voor goed verdwijnen.

Maar nu wil ik een misverstand uit de wereld helpen.

Het is niet zo dat christenen die in Goddelijke genezing geloven, niet ziek kunnen worden of zelfs ziek kunnen blijven. Daarvoor heb ik natuurlijk niet altijd pasklare antwoorden, ik weet niet waarom God dit kennelijk toch toelaat.

Het is ook niet waar, dat christenen die naar de dokter gaan met een lichamelijk probleem, per definitie geen geloof in Gods kracht hebben. Integendeel, de medische vooruitgang is Gods genade voor ons en we mogen daar dankbaar gebruik van maken. Laat ons beseffen dat we in een gebroken wereld leven, waarin alles nog onvolmaakt is. Daarbij komt dat we lichamelijk langzaam maar zeker achteruit gaan. We blijven niet eeuwig jong, onze krachten nemen af. Dat is een volkomen natuurlijk proces, waarbij het beslist normaal is dat een mens wel eens wat kan gaan mankeren en zelfs medische hulp nodig heeft.

Er zijn predikers van het evangelie die verkondigen dat het ‘altijd’ de wil van God is dat wij hier op aarde lichamelijk gezond zijn en dus altijd genezen zullen als we ziek zijn. Dit zou zelfs ons ‘recht’ zijn op grond van het offer van Christus. Natuurlijk mogen we altijd bidden om genezing en God zal ons ook vele malen horen, maar… toch niet altijd, want anders zouden we ook niet meer naar lichaam sterven. Laat ons ook beseffen dat de lengte van ons leven, Gods genade-tijd aan ons is. Met andere woorden, lang en gezond te mogen leven is geen ‘recht’ wat we hebben. We kunnen God dus niet ter verantwoording roepen als het anders gaat als dat we zouden verlangen. Paulus heeft het ook over ons lichaam wat achteruit gaat.

Luister naar wat hij zegt in 2 Kor.4:16-18 “Daarom verliezen wij de moed niet; maar hoewel onze uitwendige mens achteruit gaat, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag. Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid; Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig”.

Maar… hoe staat het dan met Jezus offer op Golgotha, die zowel voor onze ziekten als voor onze zonden stierf (Jes.53:4)? Het antwoord op deze vraag is duidelijk: Straks komt Jezus weer en zal Hij ons ‘vernederd’ lichaam, veranderen zegt de Bijbel. Lees Filippenzen 3:21 “Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt”. Dit zal de voltooiing zijn van Jezus overwinning over zonden en ziekten, namelijk dat we ook van ons lichaam zoals het nu is, verlost worden. Dan zullen we voor eeuwig gezond en jong blijven en dit is dus een rechtstreeks gevolg van Jezus offer voor mij. Vergeet het daarom niet, het beste moet nog komen.

Laten we het maar eerlijk zeggen. Namelijk dat God ook lijden toelaat, maar wel altijd met een doel. Gods verlangen is het namelijk dat we worden als Hij, dat we dus gaan lijken op Jezus (Rom8:28, 29) en God gebruikt alle omstandigheden in ons leven om tot dit grote doel te komen.

Zonden en ziekten.

In de Bijbel kunnen we lezen in Jacobus 5, over bidden in geloof en het zalven met olie van de zieken, door de oudsten van de gemeente. We lezen ook over het belijden van zonden en vergeving van zonden. Kennelijk heeft dit soms met elkaar te maken en was het nodig dat Jacobus over deze dingen met de christenen daar sprak. Want zoals niemand gevrijwaard is van zonden is ook niemand gevrijwaard van ziekten, dus ook Christenen niet.

Er staat echter niet dat de ziekte altijd een soort straf van God is op de zonde! Dat moeten we op die manier niet opvatten, maar wat staat hier dan wel? Er staat feitelijk: “ben je ziek?” Ga dan eerst na of je nog steeds in relatie met God leeft. Reinig zo nodig je geweten en belijd je zonde, tenminste als dat van toepassing is. Lichamelijke en geestelijke gezondheid kunnen nu eenmaal nauw samenhangen. Daarna mag je altijd bidden in geloof, in vertrouwen dus op God en dan zal er altijd iets gebeuren. Je wordt altijd gezegend! Ook als je niet, of niet direct geneest.

Maar, helaas dit is ook waar… God geneest niet iedereen die daar gelovig om bidt. Dat blijkt uit de Bijbel, in het NT staan een paar voorbeelden van mensen die ziek zijn en niet of niet direct genazen. Lees Filip 2:25-27; 1 Tim 5:23; 2 Tim 4:20; Gal 4:13-14. Natuurlijk zijn daar oorzaken voor, God doet nooit iets zonder reden, al weten we het niet altijd en moeten we voorzichtig zijn met het oordelen over elkaar.

We willen er voorzichtig mee zijn, maar toch volgen drie mogelijke oorzaken, welke zeker niet bedoeld zijn om iemand te veroordelen.

1 – Een gevolg van eigen zonde
We denken daarbij aan een verkeerde levensstijl: roken, drinken, drugs, onreinheid, stress, haat, boosheid, jaloezie, rebellie, wraakzucht, niet willen vergeven. Het kan allemaal geestelijke, maar ook lichamelijke gevolgen hebben. Vandaar dat Jacobus ons zegt niet alleen om genezing te bidden maar ook om de zonden te belijden. (Jak. 5:14,15, 16).

”Is iemand onder u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente bij zich roepen en laten zij over hem bidden en hem zalven met olie in de Naam van de Heer. En het gebed van het geloof zal de zieke behouden, en de Heer zal hem oprichten; en als hij zonden gedaan heeft, het zal hem vergeven worden. Belijdt dan elkaar de misdaden en bidt voor elkaar, opdat gij genezen wordt. Het krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel”

2 – Een gevolg van onze zondeval
Ons lichaam zal langzaam zijn kracht en vitaliteit gaan verliezen. Dat is gewoon normaal en een gevolg van de zondeval. Door de zonden in het algemeen zijn lijden en ziekte de schepping binnengedrongen. Alle mensen, gelovige en niet-gelovige krijgen hiermee te maken. Vroeg of laat zal ons lichaam het zelfs opgeven en sterven. Gelukkig hoeft een kind van God zelfs dan niet te vrezen. Jezus heeft de dood (dus ook de lichamelijke dood) overwonnen. (Joh.11:25) “Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.”

3 – Een gevolg van de macht van de duivel
Ziekte kán ook het werk zijn van demonen. In de Bijbel staan daar voorbeelden van gegeven. Denk bijv. aan Job. Denk ook aan de kromgebogen vrouw in de Bijbel die een geest van zwakheid had die haar voortdurend naar beneden liet kijken. (Lucas 13:11-17)

“Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: U bent verlost van uw ziekte,’ en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God.….en.. mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?”

In zo’n geval is meer gebed nodig en bevrijding van demonische machten. De gemeente van Jezus Christus heeft in ieder geval de opdracht om demonen uit te drijven (Marc.16:17).

God is altijd een genezend God.
Soms… geneest God geleidelijk aan, soms onmiddellijk, maar…soms geeft Hij alleen kracht om verder te kunnen, maar altijd is het God die op unieke wijze met ons handelt.

God wil ons door een wonder genezen, maar het kan ook door de reguliere gezondheidszorg. Elke genezing is een genade gave van God, door God gegeven. Dat betekent dat we geen eisen kunnen stellen aangaande de manier waarop God ons zou moeten genezen. Wij mogen in symbolische zin, onze handen leggen op de belofte van God en de Heer a.h.w. herinneren aan Zijn belofte, maar Hij is en blijft God! We weten niet wanneer en hoe God genezing geeft en zelfs als de genezing niet in deze tijd komt, dan hebben we nog de volle zekerheid dat die plaats zal vinden na onze dood of bij Jezus wederkomst, als we voor altijd bij Hem zijn. Want we zullen straks veranderen en Jezus gelijkvormig zijn. Een nieuw lichaam ontvangen we, wat nooit meer ziek of oud kan worden.

Openbaring 21:4 zegt: “Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.”

Er komt dus werkelijk een moment dat alle tranen gewist zullen worden door Jezus zelf. Er breekt een moment aan dat alle lijden voorgoed voorbij zal zijn. Wat een troost voor iedereen die het gelooft.

Misschien wilt er over praten, of u heeft vragen waar u een Bijbels antwoord op zou willen? U kunt ons altijd mailen, u krijgt altijd z.s.m. antwoord van ons: KLIK HIER.

Advertenties
Geplaatst in Gebedsgenezing, Goddelijke genezing | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zie je het leven niet meer zitten? Er is toch uitkomst voor jou?

Ken je dat gevoel? Het gevoel dat niets nog zin heeft, dat jou leven geen zin meer heeft? Soms zie je het allemaal niet meer zitten. Je ziet als een berg tegen alles op. Je bent moe en je hebt nergens zin in. De meeste mensen hebben hier wel eens last van. Meestal gaat het vanzelf weer over. Maar soms duurt het langer – bijvoorbeeld al weken – en heb je het gevoel dat het niet meer over gaat. Als jij je zo voelt, dan voel je je ‘depressief’. Gelukkig is er uitkomst voor je, er is een God die je liefheeft, je begrijpt en Hij is instaat om te helpen. Hij zegt in de Bijbel: “Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.” Jesaja 41:10)

Misschien herken je deze klachten? Je voelt je al lange tijd niet happy en je hebt vaak klachten zoals:
– Je eet ineens anders: heel veel of juist heel weinig
– Je wilt meer slapen dan normaal en je voelt je toch bijna elke dag moe
– Je bent zonder aanwijsbare reden rusteloos
– Je voelt dat je niks waard bent
– Je voelt je vaak schuldig
– Je kan je moeilijker concentreren
– Feitelijk zie je het leven niet meer zo zitten

Depressieve gedachten zijn leugens
Er zijn mensen die voortdurend negatieve boodschappen in hun gedachten horen zoals: ‘je bent een nul’, ‘stommeling, waarom heb je dat nou weer gedaan’, ‘je mag er eigenlijk niet zijn’, ‘jij hebt niet wat anderen wel hebben’, ‘je bent lelijk’, ‘anderen moeten je niet’, ‘hou maar op, het wordt niks’. Nog erger is als mensen dingen horen als: ‘je bent een zondaar en je gaat naar de hel’. Ook zijn er die zichzelf bewust of onbewust steeds opnieuw vergelijken met anderen en dit kan leiden tot ontmoediging. In gedachten hoort men dingen, als ‘jij bent niet zoals die ander’, ‘jij hebt niet wat hij of zij heeft’,  al die veroordelende gedachten werken als een moker op de ziel.

Natuurlijk, het klinkt niet leuk voor degene die er last van hebben, maar toch is het belangrijk om het onder ogen te zien. Al deze negatieve gedachten zijn feitelijk leugens van satan. Luister, we zeggen dit beslist niet om iemand te kwetsen of pijn te doen, maar alleen maar om te helpen en juist omdat we bewogen zijn met degene die het treft.

Je denkt wellicht ook: “God houdt niet van mij. God is onverschillig ten opzichte van mijn pijn, misschien kent Hij mijn lijden niet.” Maar dit ‘kan’ allemaal niet waar zijn, want de Bijbel spreekt heel andere taal. Jezus heeft ons juist lief en begrijpt ons als geen ander. Jezus heeft ook de diepste pijn en de diepste verlatenheid ondergaan die een mens kan ondergaan. Dus niets van het menselijk lijden is Hem vreemd, ook daarom kwam Hij naar deze aarde als onze verlosser, Hij begrijpt ons dus.

Het leven is niets meer waard
Eén van de leugens van satan is ook, dat er voor jou niets meer is, dat het nog waard maakt om voor te leven en dat een einde maken aan je leven de beste oplossing is. Maar we hebben dan vaak uit het oog verloren, dat er beslist nog mensen om  ons heen zijn die van ons houden en waarvoor we wel degelijk betekenis hebben. Daarbij heeft God ook een plan met elk leven en dat is, opdat anderen iets van Gods genade en liefde in ons leven zien. God werkt dus aan ons en Hij verlangt het werkstuk ook af te maken (Filip.1:6).  Het is ook een leugen dat we een willoos slachtoffer zijn van die negatieve gedachten. Jezus heeft overwonnen aan het kruis van Golgotha en Hij staat aan jou kant, daarom is bevrijding wel degelijk mogelijk.

Problemen in stand houden

Als we last hebben van een depressie, moeten we wel strijdbaar blijven, d.w.z. ons niet te gemakkelijk overgeven aan de symptomen van depressie, hopeloosheid en wanhoop. Vaak is het net of mensen hun problemen niet te lijf gaan, maar ze hebben het gewoon geaccepteerd. Het lijkt dan alsof men zich overgeeft aan depressief zijn en als we depressieve gedachten niet meer bestrijden dan maakt het ons steeds negatiever, het vreet onze energie weg. We hebben het dan laten uitgroeien tot een levensgroot monster wat we niet meer baas kunnen en nu zitten we met het probleem. Het achtervolgt ons en wordt voor onze belevenis steeds groter en groter. En onze energie-accu wordt steeds leger en leger, tot ze tenslotte helemaal leeg is en als je niet snel ingrijpt, word je ziek en ga je tenslotte ten onder. stress

Daarom is er maar één ding belangrijk: grijp in zolang het nog kan, val je depressiviteit aan, noem de naam Jezus en roep de kracht van Zijn bloed aan, de duivel is er bang van. Ga dat monster te lijf alsof het je grootste vijand is en dat is het ook, want dit is een vijand die het op je totale ondergang gemunt heeft, hij wil je verwoesten. En jij denkt wellicht dat hij de sterkste is, maar dat is ook al weer een leugen, want jij kunt ‘met Jezus’ je depressiviteit de baas. Je kunt het verjagen, opruimen, wegwerken. Maar niet door aan de kant te staan kijken.

Soorten depressies

Sommige mensen hebben een seizoensgebonden depressie (dus bijvoorbeeld in de herfst), of een depressie die kan voorkomen na de zwangerschap (dat noemen we ‘postnatale depressie’) en soms een depressie die wordt afgewisseld met hele vrolijke periodes (dat noemen we ‘manisch depressief’), depressies ten gevolge van het overlijden van iemand die men lief heeft etc..

Je bent niet de enige, depressies zijn een wijd verspreide toestand waar miljoenen mensen last van hebben, Christenen net zo goed als niet-Christenen. Mensen die aan een depressie lijden kunnen intense gevoelens van droefheid, woede, hopeloosheid, vermoeidheid en een verscheidenheid aan andere symptomen ervaren. Ze kunnen zich nutteloos voelen en zelfs zelfmoordneigingen hebben en hun interesse verliezen in mensen en dingen waar ze eerst altijd van genoten hadden. Depressies worden vaak in gang gezet door omstandigheden in het leven, zoals een baanverlies, de dood van een naaste, een echtscheiding, of psychologische problemen zoals misbruik of een gering zelfrespect.

De werkelijke oorzaak

Toch overkomt het ons niet zomaar, er zijn demonen van ontmoediging en depressiviteit die ons aanvallen. Zij komen bij ons binnen zodra ze een opening vinden en ze zijn op de hoogte van onze zwakste momenten. Achter elke depressie staat een demon die ons wil controlebinden en op zo´n moment hebben we bevrijding nodig. De duivel heeft maar één doel en dat is ons ongeluk en tenslotte de dood. Vandaar dat er nog steeds zoveel mensen zijn die met zelfmoord gedachten rondlopen. Jezus is echter gekomen om ons een vrij en vreugdevol leven te geven. Nogmaals, Hij heeft aan het kruis de macht van depressiviteit verbroken, je kan dus vrij worden.

In Jesaja 61 staat een profetie over Jezus: “Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.” Het is duidelijk dat God de bedoeling heeft dat we allemaal vreugdevolle leven hebben. Dit is niet gemakkelijk te vatten voor iemand die aan een depressie lijdt, maar dit kan verholpen worden door de bevrijdende kracht van de Heer. Daarnaast helpt het ons, als we ons gaan openstellen voor de Bijbel en voor Bijbelstudies met andere gelovigen. We moeten een bewuste inspanning doen om niet te zeer in onszelf op te gaan. Onze inspanningen moeten veeleer naar buiten gericht zijn. Depressieve gevoelens kunnen worden tegen gegaan, wanneer degene die er aan lijdt zich niet meer op zichzelf concentreert, maar op Christus en anderen mensen om hem of haar heen.

Je kunt er dus iets aan doen

Er zijn dingen die mensen, die aan een depressie lijden kunnen doen, om hun pijn te verlichten. Vooral als de symptomen nog niet zo hevig zijn, moet men niet gelaten afwachten tot het erger wordt. Zoek zo mogelijk hulp, vooral als je je vaak depressief voelt heb je hulp nodig, daar hoef je je niet voor te schamen. Het is niet altijd als bij een griepje, waar je zo weer vanaf kan komen. Soms is het voldoende om er zelf mee naar de Heer Jezus toe te gaan en Hem te vragen je te helpen, maar heel vaak heb je daarvoor ook hulp nodig. Praat er met iemand over die in de Bijbel gelooft en die voor je kan bidden, dat is in ieder geval een goede stap in de richting van bevrijding. Doe dus iets, blijf in ieder geval niet verslagen toekijken hoe dat monster van depressiviteit je leven verwoest.

Blijf vasthouden dat er uitkomst is bij Jezus en dat Hij nooit beproevingen toelaat in je leven, die boven je vermogen gaan. De Bijbel zegt in 1 Kor. 10:13: “Gij hebtketting geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.”

God zorgt dus altijd voor de uitkomst, hou dat vast. Dit betekent niet dat God de beproevingen altijd direct wegneemt, maar dat Hij kracht geeft om de beproevingen te doorstaan en overwinning te krijgen over demonen die jou aanvallen. Het kan hopeloos voelen in het begin, maar blijf vasthouden dat er hoop is. Er is altijd hoop. Geloof dat God je kan en wil bevrijden. Je hoeft geen slaaf te blijven van je ellende en wanhoop.

Napraten, hulp nodig of misschien wil je alleen je verhaal kwijt: KLIK HIER . We reageren binnen twee werkdagen.

Geplaatst in afwijzing, Angsten, Bevrijding, demonen, zelfmoord | Tags: , | Een reactie plaatsen

Wie zijn feitelijk onze helden? Wat zegt de Bijbel?

Op televisie  zien miljoenen mensen wekelijks hun idolen voorbij komen.  Dat zijn mensen die op één of andere manier de bewondering opwekken van het grote publiek. Zeker in een tijd van bijzondere sportprestaties, worden sportmensen vereerd.

Soms gaat het te ver. Er zijn mensen die zelfs helemaal gek worden van een bepaalde zanger/ zangeres of acteur/actrice. Zij zien die bijzondere personen als hun grote voorbeeld of ze herkennen in hen… het onbereikbare verlangen wat we allemaal diep in ons hebben.  Het verlangen om bewonderd te worden, geëerd doordat we iets kunnen wat de meeste anderen niet kunnen. Feitelijk hebben we dat allemaal van naturen wel een beetje in ons.

Natuurlijk is dit verlangen het sterkst bij mensen die onzeker over zichzelf zijn en vooral jongeren hebben daar in een bepaalde levensfase mee te maken. Ze gaan dan denken dat ze meer waard zouden zijn, leuker, mooier, populairder, als ze een beetje op hun idool zouden lijken. Helaas, bijna altijd zullen ze op een dag ontdekken dat het uiteindelijk niets uitmaakt. Het is altijd beter gewoon jezelf te blijven en vooral niemand na te doen.

Maar het klinkt misschien vreemd, we komen het soms ook tegen in evangelische kringen. Of het nu gaat om een beroemde voetballer of een beroemde evangelie prediker, heel vaak leidt het ook tot een soort helden verering. Het voorziet waarschijnlijk in een belangrijke behoefte van mensen. We willen iets zien, een voorganger of prediker die durf te zeggen, dat speciaal door zijn gebed wonderen gaan gebeuren, spreekt de massa aan. Het is nu eenmaal moeilijk om alleen te geloven zonder iets zichtbaar te zien. Overigens heeft Jezus wel tegen Zijn discipel Thomas gezegd in Joh.20:29 “… zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven”. 

Maar het blijft lastig, ook Thomas kon dat niet. Hij wilde eerst met zijn eigen ogen zien dat Jezus was opgestaan en dan pas zou hij geloven. Wij mensen zijn vaak niet veel anders en we beginnen daarom soms mensen te vereren, vooral als er gesproken wordt over bovennatuurlijke openbaringen of wonderen. En helaas zijn er ook geestelijk leiders die zo’n helden status maar wat graag  ambiëren en er dus ook niets tegen ondernemen, maar het eerder aanmoedigen.

In de eindtijd, mensen die opgeblazen zijn.
Paulus waarschuwt in 2 Tim.3:4, dat mensen in de eindtijd “opgeblazen” zullen zijn en helaas komt het ook onder christenen voor en is hoogmoed bewust of onbewust de oorzaak van heel veel scheuringen en problemen binnen gemeenten. Laten we voorzichtig zijn en niet te hard roepen dat we zelf niet hoogmoedig zijn, want mensen die dat het hardste roepen zijn het vaak juist.

Overigens was het in Jezus dagen al niet veel anders onder Zijn discipelen, ook zij hadden last van de geest van hoogmoed, lees maar in Lukas 22. Jezus had net het Pascha met hen gevierd en daarbij de verbinding gemaakt naar Zijn lijden en sterven aan het kruis. Je zou zeggen een uitermate gevoelig moment en zeker niet het moment om te gaan twisten over wie de baas zou zijn. Tenzij je feitelijk horende doof bent en dat was nu precies het probleem. Lees speciaal vers 24- 27:

‘Er ontstond ook onenigheid onder hen over wie van hen geacht werd de belangrijkste te zijn. En Hij zei tegen hen: De koningen van de volken heersen over hen, en wie macht over hen hebben, worden weldoeners genoemd. Bij u echter moet dat zo niet zijn, maar de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient. Want wie is belangrijker: hij die aanligt of hij die bedient? Is het niet hij die aanligt? Ik echter ben in uw midden als Iemand Die dient’.

Vooral als mensen ons gaan vereren en regelmatig zeggen dat we beter zijn of meer gezalfd met de heilige Geest dan anderen, dan wordt het voor ons oppassen. Feitelijk zouden we er dan beter aan doen, om anderen naar voren te schuiven en zelf een stapje terug te doen. Echt geestelijke mensen doen dat, het gaat immers niet om de eer van ons, maar om de eer van Jezus. Nog gevaarlijker wordt het namelijk, als we al die verering normaal gaan vinden en bewust of onbewust, voeding gaan geven aan deze vorm van mensen verering. Langzaam komt de gedachte dan bij ons binnen, dat het feitelijk gewoon klopt wat men zegt. Je zegt wellicht onbewust tegen jezelf ‘ik ben feitelijk wel erg goed en ik doe het ook beter dan de ander’.

Natuurlijk is niet iedereen zo.
Er zijn gelovigen die tevreden zijn met de aandacht van de Heer Jezus. Hun verlangen gaat niet uit naar het vestigen van een eigen naam, maar ze zijn blij dat ze een kind van God mogen zijn en dat hun naam geschreven staat in het boek des Levens van het Lam. Ook in deze tijd verlangt de Heer nederigheid van ons.

Hoogmoedigen bouwen hun eigen rijk, nederigen verhogen de Here. Hoogmoedigen zijn met zichzelf bezig, nederigen hebben alle aandacht voor de Here en hun naaste. Daarom weerstaat God de hoogmoedigen, maar de nederigen schenkt Hij genade (1Petr.5:5).

De Here Jezus gaf ons het goede voorbeeld tijdens Zijn leven op aarde. Hij was het toonbeeld van nederigheid. Alles wat Hij deed, was erop gericht de Vader te  verheerlijken en het welzijn van de mens te bevorderen. Het grootste voorbeeld van nederigheid dat Hij ons gaf, vinden wij in Johannes hoofdstuk 13. De Here der heren knielde daar neer en wies de voeten van al Zijn discipelen. Ja, zelfs de voeten van Petrus, die Hem verloochenen zou, en van Judas, die Hem verraden zou. In onze tijd laten leiders zich bedienen in plaats van zich dienstbaar op te stellen. Uiteraard is het begrijpelijk dat mensen zich geroepen voelen ons te bedienen, en dat is helemaal niet verkeerd, maar evengoed moeten wij als leiders in woord en daad een dienstbaar hart hebben. Ons verlangen moet meer uitgaan naar het dienen dan naar het bediend worden. De Here Jezus werd ook bediend – denk maar aan Martha, de zuster van Maria – maar Zijn hartsverlangen was om te dienen. Behoren wij ons dan ook niet zo op te stellen, of zijn wij soms meer dan de Meester? De Here is zelfs veel verder gegaan. Hij heeft Zijn Koninklijke klederen afgelegd om in de gestalte van een dienstknecht op aarde te komen en ons te verzoenen met God, de Vader. Met alleen de wil van God, de Vader, en het belang van de mensheid voor ogen, ging Hij door de diepste diepten van eenzaamheid en ellende. Daarom heeft de Vader Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam gegeven.

Alleen nederige harten zijn in staat oprecht te dienen. Huichelachtige harten zullen nederig doen, als het hun goed uitkomt. Een nederig hart zal zich niet gauw beledigd of gepasseerd voelen. De Here zei: “Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen”. (Mattheüs 11:29) Ons streven moet erop gericht zijn dat de Here méér wordt en wij minder en dat niet ons eigen ik, maar dat Christus in ons leeft. Als we ons laten leiden door de vraag: “Is dit wel tot eer en glorie van de Here, Die ons zó liefheeft?”, dan kunnen we nooit in de fout gaan.

Wie zijn feitelijk onze helden?
Het zijn in ieder geval niet de mensen die wij als helden beschouwen. Het is veel meer de vraag hoe God het ziet.

  • Mijn vrouw en hebben veel zendingsreizen mogen maken o.a.  in Zuid Amerika en Oost Europa. Daar hebben we zendingswerkers ontmoet die alles gegeven hebben om Jezus te mogen dienen. Ze hebben geen groot publiek wat voor hen applaudisseert, niemand die hen vereerd of bewonderd.  Ze werken soms erg afgelegen, in een eenvoudige woning zonder enig comfort. Maar ze doen het voor Jezus. Ze krijgen hier op aarde geen eer, maar wel straks van Hem die ook alles gaf op ons te redden. Wij denken dat deze mensen de helden zijn.
  • Er zijn er nog meer en ze leven zelfs onder ons. Mensen die vele jaren zorgen voor anderen die lijden of op één of anderen manier hulp nodig hebben. Dan gaat het veelal om onbaatzuchtige liefde. Een beloning is er niet, maar daar is men ook niet op uit. Jezus heeft ons eens een gelijkenis gegeven over het laatste oordeel  in Mat.25 :34-36. Daar staan de volgende woorden van Jezus:  “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven;  Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was  naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was  in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen”. Jezus zegt als je omziet naar de zwaksten en ze helpt in hun nood, dan doe je het ook aan mij.

En nu een oproep aan de gemeente.
Op een bepaalde manier zouden we allemaal helden moeten willen zijn. Ik bedoel hier nu eens niet mee dat we allemaal op een podium moeten staan en spectaculaire dingen moeten gaan doen. Ik ben er zeker van dat als we straks bij Jezus zijn, dat de Heer anders zal oordelen over onze daden dan wij mensen. Hij kent de werkelijk achtergrond van alles. Straks krijgen mensen eer, die bijvoorbeeld een leven lang voor iemand gebeden hebben. Onopvallend, maar van grote betekenis voor de Heer. Het zijn zeker niet degene die hier op aarde als zoveel eer hebben ontvangen. Jezus heeft eens gezegd in Mat.6:5 “Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben”.

In een gemeente zouden meer mensen moeten zijn die vanuit onbaatzuchtige liefde, begrip en aandacht hebben voor lijdende of gehandicapte mensen in de kerk of evangelie gemeente. Feitelijk zijn we dan ook helden, maar dan alleen in Gods ogen. In 1 Kor.12:22, 23 staat o.a. dat de zwakste leden van het lichaam (de gemeente) het meest noodzakelijk zijn. Ze hebben dus een doel, God heeft ze niet voor niets in ons midden geplaatst. De Heer wil dat we juist door aandacht aan hen te geven, een voorbeeld zijn voor de wereld in het geven van zorg, aandacht en liefde. De mensen buiten de gemeente moeten merken dat het er bij ons anders aan toe gaat, bij ons hebben hulpbehoevenden een plaats, ze horen er gewoon bij, ze zijn één van ons. Een gemeente die dit nalaat en helaas ze zijn er, heeft feitelijk niet goed begrepen wat Jezus bedoeld heeft in Mat.25: 40 ‘Voorwaar, Ik zeg u:  voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan’.

Gehandicapt en zorg nodig.
Ouder zijn van een gehandicapt kind betekent, een kind hebben dat niet is zoals je had gewild dat het zou zijn, maar waar je toch zielsveel van hou. Die liefde brengt je als ouder vaak tot grote offers, niet zelden gaat men zelfs verder dan men feitelijk kan.  Je kind heeft alle aandacht en zorg nodig die je het kan geven. Meestal is er geen ruimte meer voor andere zaken, zoals hobby’s, sporten, vakanties en heel vaak  gaat het ook ten koste van bijvoorbeeld een baan. Je bent soms 24/7 met je kind bezig en… dat gaat altijd onafgebroken door.

Je zou dus juist vanuit je kerk of gemeente, elke steun kunnen gebruiken die maar mogelijk is. Wat zou het een geweldig getuigenis zijn, als er vanuit de gemeente vrijwillig mantelzorgers zouden zijn voor zo’n kind, die dit als een bediening van God zien. In Gods ogen zijn dat de helden, ze krijgen hun loon echter niet hier maar straks bij Jezus.

Napraten hierover? Dat kan KLIK HIER.

Geplaatst in Afgod, Eindtijd, geestelijk leiders, Hoogmoed | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Mensen die zeggen apostelen te zijn en het niet zijn.

Door Henk Herbold

In Efeziërs 4:11 lezen we dat Jezus, nadat Hij was opgevaren naar de hemel, verschillende bedieningen heeft gegeven, tot opbouw van de gemeente. Er staat  “Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars”.  Dit zijn de vijf bedieningen die Christus aan de Gemeente heeft gegeven. Binnen deze vijf bedieningen zien we als eerste de apostel genoemd en dit doet ons direct denken aan de 12 discipelen die geroepen waren door de Heer en toen alles verlaten hadden om Jezus na te volgen.

Jezus nu, was de eerste die Zijn 12 discipelen ook apostelen noemde (Luc.6:13). Dat gebeurde overigens niet zo maar, kennelijk was dat moment van zo’n grote betekenis voor de Heiland dat Hij daarvoor de hele nacht in gebed moest gaan. Pas toen het dag werd kwam Hij van de berg en wees twaalf mannen aan en dan staat er zo typerend ‘die Hij ook apostelen noemde’. Voor dat moment was er niemand die kon zeggen een apostel te zijn.

Nu betekent het Griekse woord voor ‘apostel’ gewoon ‘gezondene’ en het hangt er  maar vanaf welk gewicht je geeft aan zo’n woord ‘gezondene’. Je kunt gerust zeggen dat we allemaal op een bepaalde manier gezonden zijn door de Heer, al was het maar tot familie of buren om hen het evangelie uit te leggen.

Maar hier ging het toch duidelijk om veel meer, vooral als we spreken over de 12 eerste apostelen en later ook Paulus. Het gaat hier om mensen die een speciale opdracht van de Heer kregen, om te bouwen aan de eerste gemeente en Jezus boodschap in de wereld als eerste te verkondigen. Hun belevenissen, maar vooral openbaringen en hun onderwijzende brieven, zijn geschreven onder de sterke zalving van de Heilige Geest en later opgetekend in het heilig Woord van God. Zij mochten dus de basis vormen van de nieuw Testamentische gemeente, die na Jezus hemelvaart, op de pinksterdag geboren zou worden.

Deze twaalf waren dus speciaal roepen, ze leefde ook met Jezus tijdens Zijn aardse bediening. Ze waren o.a. getuige van Zijn opstanding en als eerste voorbestemd om het werk van Jezus voort te zetten op aarde en ook om de eerste leiders van de nieuwe gemeente te worden. Natuurlijk is in de eerste plaats altijd Jezus zelf het fundament en de hoeksteen van de gemeente, maar de apostelen hebben daar op voort mogen bouwen, zij worden dus ook genoemd de grondleggers of fundament van de Gemeente  (Lees Efeze 2:19,10).

Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd  op het fundament van de apostelen en profeten,  waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.

Als we de betekenis van het woord apostel beschouwen, namelijk gezondene, dat zouden we kunnen zeggen dat ook Jezus zelf, de kring van ‘gezondenen’ heeft uitgebreid namelijk met nog eens 72 andere mannen. Want Jezus stuurde ook hen erop uit (Luc.10:1) om Zijn evangelie te verkondigen, dus waren ook zij gezondenen. Maar we moeten dan toch wel in acht nemen dat er ook toen al een groot verschil was tussen hen en de 12 apostelen die het eerst aangewezen waren door de Heer. Uiteindelijk waren ze dus wel allemaal ‘gezondenen’ van  de Heer, maar ze behoorde niet allemaal tot de innerlijke kring van apostelen rondom Jezus.

Na de val van Judas, die Jezus had verraden en zich zelf van het leven had beroofd, zien we in het boek Handelingen dat het twaalftal weer werd volledig gemaakt door de verkiezing van Matthias (Hand. 1:2-5, 13, 21-26). Dit was natuurlijk niet nodig geweest als iedereen die maar door Jezus was uitgezonden zichzelf ook apostel had mogen noemen. Maar zo was het duidelijk niet. Alleen de twaalf discipelen werden genoemd de z.g. ‘apostelen van het lam’ en alleen hun namen zijn ook geschreven in de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem (Openb.21:14).

Paulus was de apostel van de heidenen.
Hoewel hij niet één van de twaalf discipelen van Jezus was, heeft hij wel tijdens de bediening van Jezus geleefd en heeft dus ook alles meegemaakt, hij zegt in 1 Kor.9:1  “Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij?  Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien?  Bent u niet mijn werk in de Heere?”

De oorsprong van zijn roeping tot apostel zit toch wel in de bijzondere verschijning van  Jezus aan hem op de weg naar Damascus (Hand.9). Natuurlijk is er nog steeds een kenmerkend verschil tussen het apostelschap van de twaalven en dat van al degene die later apostel werden genoemd.  De twaalven hadden met Jezus geleefd en ook getuige geweest van Zijn dood en opstanding. Toch werd ook Paulus apostel of je kunt zeggen een gezondene met een speciale bediening.

Paulus was duidelijk ook door Jezus Zelf geroepen als apostel, lees Gal.1:1 “Paulus, een apostel – geroepen, niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar  door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft”.

Paulus heeft het in 1Korinthe 15: 5-7 ook over ‘de twaalf… en daarna over alle apostelen’ vrijwel zeker doelde hij op de twaalf discipelen van Jezus en alle andere die daarna uitgezonden waren door de Heer. Bijvoorbeeld behoorde ook Barnabas, Paulus medewerker tot die grotere kring van gezondenen. Hij woonde in Jeruzalem (Hand.4:36,37) en wordt in elk geval samen met Paulus in die zin ook apostel genoemd (Hand.14:4, 14). Dat geldt trouwens ook voor Paulus andere medewerker Silas, die eveneens afkomstig was uit Jeruzalem (Hand.15:22) en door Paulus ook gezien werd als een gezondene of apostel (lees 1Thes.2:6 en 1Thes.1:1). Maar deze mensen waren toch niet in dezelfde bediening als de twaalf en Paulus.

Nu de vraag, zijn er vandaag nog wel apostelen?
Vandaag is er een  apostolische en profetische beweging op gang gekomen, die onderwijst dat er in deze laatste dagen weer nieuwe apostelen en ook profeten zijn opgestaan. Nu is er Bijbels gezien geen reden, om aan te nemen dat er vandaag geen apostelen en profeten zouden kunnen zijn, dus waarom niet. Alleen kunnen zij nooit dezelfde bevoegdheid hebben als de apostelen en profeten in de eerste christentijd. Want die apostelen en profeten hebben het fundament van de Gemeente eens en voor altijd mogen leggen en dit kan niet worden herhaald (1 Kor. 3:10-11). Of anders gezegd, wij mogen tot de dag van heden doorbouwen op wat zij ons in Gods Woord hebben nagelaten.

Toch is het niet uit te sluiten dat er ook nu mensen zijn met een apostolische en/of profetische roeping. Maar dit zijn dan wel mensen die op een bijzondere wijze van God de roeping hebben gekregen, om bijvoorbeeld een gebied in geestelijke zin open te breken, om daar gemeenten te planten. Het zijn meestal geen mensen die geroepen zijn voor één plaats alleen, zoals een voorganger en oudste. Hun bediening is meer algemeen bedoeld, d.w.z. om in verschillende gemeenten te dienen met onderwijs. Zonder dat er altijd ook sprake moet zijn van een leidinggevende taak.

Herkenbare tekenen van een apostel.
Waaraan kun je een apostel herkennen? Het is heel belangrijk om  te weten hoe we een apostel herkennen, als we hem tegenkomen. De Bijbel geeft ons duidelijke richtlijnen om ware apostelen te identificeren.  Er zijn dus beslist tekenen waaraan we een apostel kunnen herkennen.

  1. Paulus zegt tot de gemeente in Korinthe: …want het zegel (= bewijs) van mijn apostelschap zijt gij in de Here… (1 Kor. 9:2). Met andere woorden, Paulus heeft het werk mogen opbouwen door o.a. een stevig fundament te leggen. Hij heeft nooit de bedoeling gehad om daar voor altijd te blijven, maar om het werk na enige tijd weer los te laten. Dit is één van de tekenen van een apostolische bediening, namelijk om een nieuw werk op te bouwen totdat het op eigen benen kan staan.  Zo iemand dient de gemeente het meest door het werk op het juiste moment over te dragen aan andere bekwame mensen.
    De gemeente in Korinthe was het bewijs van Paulus apostolische roeping, maar zo waren er meer bewijzen. Bijvoorbeeld ook het werk wat Paulus heeft mogen doen in de gemeente te Efeze. Hij heeft er 3 jaar gearbeid om het daarna met veel pijn in het hart weer los te laten. Lees daarover in Hand.20, waar Paulus afscheid neemt van de oudsten van de gemeente.
  2. Ook zijn er bepaalde tekenen die altijd zichtbaar zijn rondom een apostolische bediening. Dat was ook weer in de gemeente te Korinthe: In 2 Kor.12:12 staat dat Paulus zegt “De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten”.
    – In de eerste plaats gaat het hier om karakter van een apostel, namelijk om volharding. Een Apostel zal de moed niet snel opgeven. Paulus hield nooit op met prediken, zelfs niet als hij te Lystra werd gestenigd (Hand.14:19) of wanneer hij met Silas in Filippi in de gevangenis werd gegooid (Hand.16).
    – In de tweede plaats was er altijd sprake van tekenen, wonderen en krachten. Een apostolische bediening wordt gekenmerkt door een bijzondere  openbaring van Gods kracht. Op die manier gebruikt God een apostel om geestelijk harde grond open te breken.
  3. Apostelen hebben vooral ook een vaderlijke bewogenheid voor een gemeente. Het is kenmerkend dat de apostel Petrus zichzelf ook een mede oudste noemt (1 Petr.5:1-4) en van Jezus die zelf een Apostel is (Hebr.3;1) zegt Petrus dat Hij de Opperherder is. Paulus was zo bewogen met de gemeenten die hij had gesticht dat hij zei ze op het hart te dragen. Paulus kon ook intens strijden in het gebed (lees Kol.2:1) voor hen. Zulke mensen kennen echt het vaderhart van God en ze zijn ook zelf geestelijke vaders geworden van de gemeenten die ze mogen dienen. Vanuit dat vader hart hebben ze ook meer vrijheid om dingen recht te zetten,  in het bijzonder als er sprake is van valse leringen, die afwijken van de Bijbel. Lees over Paulus vermaningen in de Galaten brief. Paulus schreef de gehele Galaten brief van uit een diepe onrust over de situatie, maar was soms ook behoorlijk fel tegen hen. Dit kon hij doen, omdat hij als een vader voor hen was.

Hier volgt een waarschuwing: jezelf apostel noemen.
In deze tijd zien we vaak te gemakkelijk dat mensen ‘zichzelf’ tot apostel benoemen. Nu is het altijd gevaarlijk als mensen van zichzelf iets gaan zeggen te zijn. In Rom.12:3 staat juist dat we niet naar hoge dingen moeten jagen. God is het die mensen aanstelt en niet wij. In de Bijbel lezen we over de roeping van bijvoorbeeld Aäron en dat niemand zich deze plaats kan toe-eigenen, het moet ons van God gegeven zijn.

Hebreeën 5 :4 en 5 zegt: “Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

We zijn dus zeker geen dienaar van God op grond van onze eigen mening, maar op grond van Gods keuze die alleen zichtbaar kan worden door de tekenen van het apostelschap in onze bediening. Het is dus veel beter dat anderen dat opmerken, dan dat we er zelf mee te koop gaan lopen. Laten we niet vergeten dat we het ook nog gemakkelijk mis kunnen hebben en dan is het niets anders dan hoogmoed. Hierin zit ook weer een duidelijk verschil tussen de 12 apostelen en Paulus, die zelf op een bijzondere wijze door Jezus waren aangewezen als apostelen en die daarom wel het recht hadden om van zichzelf te zeggen een apostel van Jezus Christus te zijn (Gal. 1:1).

Mensen die zichzelf in deze tijd apostel durven te noemen moeten voorzichtig zijn. In Openb.2:2 staat dat Jezus de Efeze gemeente waarschuwt met de woorden “…die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn..”.  Laat ons ook beseffen dat er vanaf de tijd van het Nieuwe Testament, valse profeten en leraars waren, die claimden apostelen te zijn, maar Paulus wees hen af. Het is in onze tijd ook nog zo, dat mensen claimen apostel te zijn en men meent daardoor ook een bijzondere apostolische status en gezag te hebben, vergelijkbaar met de 12 apostelen.

Op basis hiervan zijn al grote fouten gemaakt, zoals het aankondigen van nieuwe openbaringen, die niet Bijbels te controleren zijn. Met als gevolg dat we mogelijk gaan bouwen op uitspraken van mensen. In de eindtijd zal dit nog grotere vormen aannemen, de Bijbel waarschuwt ons ook dat miljoenen misleidt zullen worden (Openb.13:14). Wees gewaarschuwd, leef dicht bij de bron, dat is de veiligste plek.

Misschien wilt u hierover napraten met ons, of u wilt gewoon uw verhaal anoniem aan ons kwijt, dat kan allemaal KLIK HIER.

Geplaatst in Bijbelstudies, geestelijk leiders, gemeente | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten door God aangesteld zijn.

Er is leiding en gezag nodig in de gemeente, maar dan wel gezag wat door God is aangesteld. De meeste plaatselijke gemeenten in ons land hebben een predikant, voorganger, opziener of een voorgaande oudste (1 Tim.5:17), wat in feite verschillende namen zijn voor dezelfde functie. Hoewel de Bijbel ook spreekt over voorgangers in het meervoud (zie Hebr.13:17), is men in ons land meestal gewend aan één voorganger per gemeente, met verschillende oudsten als medebestuurders. In principe kunnen er Bijbels gezien ook meerdere voorgangers in een gemeente zijn, bijvoorbeeld als dit door de grote van een gemeente noodzakelijk is.

Oudsten
Oudsten of mede bestuurders hebben een belangrijke taak, als het goed is zijn ze zelfs instaat om aan te vullen wat er eventueel aan de bediening van de voorganger ontbreekt. Want een voorganger is net als ieder ander, een mens met beperkingen en feitelijk gewoon een mede-oudste. Sommige mensen denken dat een voorganger (of voorgaande oudste), alle bekwaamheden in zich heeft die voor een gemeente nodig zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo, want dan zou hij een soort super mens moeten zijn.

Omdat sommige gemeenten teveel van hun voorganger verwachten is vaak het gevolg dat ze het niet volhouden en in een burn-out terecht komen. Dit kan voorkomen worden als er oudsten zijn die begrip hebben voor hun voorganger en die, elk met hun eigen roeping, taak of bediening, hem ondersteunen. Alleen door elkaar aan te vullen, zullen ze naar een sterk en harmonieus geheel groeien.

Verschillende gaven
De Bijbel heeft het daarom ook over verschillende gaven, bedieningen, taken die door God aan de gemeente gegeven zijn. Lees 1 Corinthiërs 12: 28
“God nu heeft ‘sommigen’ in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.”

Verschil in roeping en bediening
God geeft wel aan iedere bediening zijn eigen gezag en zalving, er kan dus beslist verschil zijn in gezag en bediening, maar toch hebben ze (als het goed is) elkaar ook weer wel erg hard nodig. Het respecteren van elkaars roeping en bediening en de bereidheid praktisch uit te leven wat Filip.2:3,4 zegt, is de voorwaarde tot een sterk bestuur.

“Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat een ieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat een ieder ook oog hebben voor wat van anderen is”. Filip. 2:3,4

Diaken
Naast bestuurders in de gemeente zijn er, als het goed is, ook allerlei mensen belast met gedelegeerde verantwoordelijkheden en praktische taken, die nodig zijn voor het goed functioneren van de gemeente, in de breedste betekenis van het woord. In het Nieuwe Testament komen we de term ‘diaken’ (= diakonos of dienaar) tegen wat in principe een algemene benaming is voor elke man of vrouw die een dienende taak vervult in de gemeente (Lees Hand.6).

De roeping
Het is in de maatschappij heel normaal om een ambitie te hebben en ergens voor te gaan. En we zien ook steeds meer binnen de gemeente dat mensen een ambitie hebben om bijvoorbeeld oudste, voorganger of om gemeente leider te worden op welke manier dan ook. Eigenlijk is dat alleen maar toe te juichen en moeten we zulke mensen aanmoedigen om zich vooral zoveel mogelijk te bekwamen, zodat ze bruikbaar kunnen zijn, maar wel…als God ze roept en de weg ook voor ze geopend wordt. Die roeping is heel erg nodig, in de dienst van God is geen sprake van jezelf profileren. In de Bijbel lezen we over de roeping van bijvoorbeeld Aäron en dat niemand zich deze plaats kan toe-eigenen, het moet ons van God gegeven zijn.

Hebreeën 5 :4 en 5 zegt: “Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

We zijn dus zeker geen dienaar van God op grond van onze opleiding of i.d., maar op grond van Gods keuze (Lees over Paulus roeping in Galaten 1:1).

Leiderschap is dus voorbehouden aan een ieder die door God geroepen wordt, dus niet iemand die alleen door ambitie gedreven wordt. En ook, een leider wordt verkozen uit het volk en heeft daardoor dus draagvlak, m.a.w er moet ook erkenning van iemands roeping zijn in de gemeente. Dat betekent niet dat meerderheid in de gemeente altijd het laatste woord heeft, zoals in een democratie. Ook in de dagen van de eerste christengemeente, zullen de apostelen zeker een belangrijke stem gehad hebben bij de aanstelling van gemeente leiders. Ook later is het Paulus die oudsten aanstelt in de verschillende gemeenten die hij gesteld heeft, of hij gaf Titus de opdracht om dat te doen (Titus 1:5).

Wie heeft de leiding in de gemeente?
De afgelopen jaren is er een grote culturele omslag geweest, in vele lagen van de bevolking. Waar men vroeger een gezagsrelatie had met mensen die leiding geven, is dat nu veranderd. Om deze reden zijn er ook steeds meer gemeenten die geen voorganger meer willen en zelfs komt het voor dat men ook geen oudsten meer wil. Zonder oudsten of voorganger is een gemeente echter niet Bijbels bezig. Net zoals kinderen in een gezin, ouders of verzorgers (c.q. opvoeders) nodig heeft, zo heeft een gemeente dat ook. Anders is er het grote gevaar van wanorde, een voorbeeld lezen we in Richteren 21:25 over Israël, waar staat “een ieder deed wat goed is in zijn ogen”, God keurde het in ieder geval niet goed. Wie zijn wij, dat wij het recht in eigen hand zouden nemen en af zouden wijken van het model, wat God ons gegeven heeft van de gemeente in het Nieuwe Testament (Handelingen). Je kunt ook nergens in de Bijbel lezen dat oudsten aangesteld werden voor een vaste periode, zoals tegenwoordig veel gebeurd.

Natuurlijk is het niet verkeerd om het functioneren van een gemeente leider af en toe te evalueren, maar niet om hem af te zetten, maar eerder om hem in liefde te helpen nog meer dienstbaar zijn. Als we geloven dat de heilige Geest de oudsten in de gemeente zelf heeft aangesteld, hebben we niet het recht hen gewoon eigenhandig af te zetten. Lees in Hand. 20:28, Paulus woorden tot de oudsten van de Efeze gemeente “waarover u de ‘heilige Geest’ tot opzieners gesteld heeft.” Natuurlijk is dat anders als oudsten b.v. vanwege lichamelijke beperkingen moeten terugtreden, maar dat zal iedereen begrijpen.

Wij hebben vandaag te maken met een verregaande democratisering van de maatschappij om ons heen. Dit is een proces dat helaas ook binnen de gemeente steeds meer voorkomt en zelfs verlammend kan werken op het functioneren van de leiding in de gemeente. Wanneer je namelijk als gemeente leider bij iedere stap, democratisch in overleg moet treden met de gehele gemeente, werkt het verlammend. Een leider moet het vertrouwen en dus gezag van de leden krijgen, omdat ze zijn roeping als dienaar van God erkennen. Een voorganger is de leider die voorop loopt en die ook de richting of visie bepaald van de gemeente. Uiteraard zal een wijze voorganger altijd in overleg gaan met de oudsten van de gemeente, maar in geval men er samen niet meer uitkomt heeft hij wel een beslissende stem.

Zie Hebreeën 13:17 : “Gehoorzaam uw voorgangers en volg hun aanwijzingen op. Zij waken over u, en moeten zich daarvoor verantwoorden. Zorg ervoor dat ze hun werk met vreugde kunnen doen en geen reden tot klagen hebben, want dat zou voor u nadelig zijn.”

De gemeente is in beginsel niet democratisch
Dit lezen we tenminste nergens in de Bijbel. Jezus is het hoofd van de gemeente en Hij bestuurt Zijn gemeente doormiddel van geroepen dienstknechten van God. Het is ook zeker te begrijpen, dat de Heer niet houdt van rebellie tegen leiders die door Hem zelf zijn aangesteld. Laat iedereen zich dat realiseren die rebelleert tegen de leiding in de gemeente, we strijden mogelijk niet tegen een mens, maar tegen God.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit 1 Thes. 5:12,13 “En wij vragen u, broeders, hen te ‘erkennen’ die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heer en u terechtwijzen en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Leef in vrede met elkaar”.

Zie ook 1 Petrus 5: 1-6 waar Petrus zegt tot de ‘jongeren’, dat ze zich moeten onderwerpen aan de ‘oudsten’, die de leiding hebben in de gemeente.

Toch moeten gemeente leiders ook niet heersen
Ondanks dat er geen democratie is in de gemeente van de Heer, moeten leiders toch ook niet heerszuchtig willen zijn, maar dienend. Leiders horen de gemeente zodanig te dienen dat de leden van de gemeente in Gods bestemming komt. Dat betekent dat leiders niet over anderen als een koning mogen heersen en alle gezag naar zich moeten trekken. Vóór de oproep van Petrus aan de jongeren tot onderwerping, besteedt Petrus vier verzen aan een oproep aan de oudsten. Hij zegt onder meer dat zij goed toezicht moeten houden, en de ‘kudde van de Heer’, vrijwillig en niet gedwongen moeten leiden. Ook zegt Petrus dat hun dienen niet mag zijn in schandelijke winzucht, d.i. eigen belang voorop zetten en evenmin door heerszucht. En hij zegt dat de oudsten de overige gelovigen in hun leven een voorbeeld ter navolging moeten geven. Dit houdt in dat de oudsten de gemeente moeten voorleven wat nederigheid en dienen is. Dit betekent tevens dat een leider die zelf geen houding van nederigheid en dienen heeft, niet hoeft te verwachten dat de leden zich wel aan hem zullen onderwerpen.

Dominant of manipulerend leiderschap ontstaat wanneer leiders hun eigen belang laten gelden boven het belang van de mensen aan wie zij leiding geven. Geestelijke leiders moeten op de eerste plaats GEESTELIJKE leiders zijn, dus vol zijn van Gods Geest en zich door Hem laten leiden. Pas dan zijn ze in staat de gemeente te leiden.

Kenmerken en verschillen van leiderschap in de gemeenten:

Heerzuchtig leiderschap
1. Er wordt door de leiding voortdurend en langdurig beslag gelegd op de tijd en energie van de leden, zodat er geen ruimte is voor het gezin.
2. Wanneer leiders de leden vooral beschouwen als hulpjes, die de leiders moeten ondersteunen, om ze vervolgens voor van alles te gebruiken.
3. Leiders die zich snel bedreigd voelen door leden met bepaalde talenten en hen liever aan de kant schuiven i.p.v. hen te bevestigen.
4. Leiders die er voor zorgen dat gemeente leden niet leren om zelf geestelijke autoriteit in hun leven te ontwikkelen, zodat ze afhankelijk blijven van profetieën en zegeningen van leiders.
5. Leiders die niet open staan voor waarschuwingen of correctie van ‘gewone’ leden, ook al komen die voort uit een zuiver hart en met een geest van onderscheiding.
6. Leiders die zich vergaand en ongepast in de persoonlijke levenssfeer van de leden mengen.
7. Leiders die door een grote nadruk op status, titel, onbereikbaar zijn voor ‘gewone’ gemeente leden.

Dienend leiderschap
1. Een leider moet de gemeenteleden stimuleren om de juiste balans te vinden. De thuis situatie mag nooit ten koste gaan van het werk voor de Heer.
2. Leiders moeten er alles aan doen dat de leden toegerust worden om zelf vanuit Gods kracht te dienen,(Efeze 4:11-15) en ze niet gebruiken voor eigen belang.
3. Leiders moeten delegeren en anderen stimuleren hun talenten zoveel mogelijk te ontwikkelen. We moeten juist ruimte maken voor anderen.
4. Leiders moeten erop gericht zijn dat leden van de gemeente geestelijk groeien naar volwassenheid. Een volwassen kind van God heeft zelf een relatie met de Heer en ervaart zelf aanwijzingen van de Heer.
5. Leiders behoren ook niet bevreesd te zijn om hun zwakheid te tonen en correctie te aanvaarden. Daarin moeten ze juist een voorbeeld zijn, wat anderen kunnen navolgen.
6. Leiders die beseffen dat iedereen uiteindelijk voor zichzelf verantwoordelijk is t.a.v. God. Leiders hebben het recht niet anderen te controleren.
7. Leiders die vooral naast de leden van de gemeente staan. Bereikbaar en benaderbaar voor iedereen.

Tot slot
Een evangelie gemeente behoort niet een soort ministaat of bedrijf te zijn. De hiërarchie in de gemeente is niet als tussen directeuren en ondergeschikten. Geestelijk leiders moeten vooral tussen de mensen staan en niet over hen willen heersen.

Wilt u hierover napraten of gewoon even uw verhaal kwijt? KLIK HIER

Geplaatst in geestelijk leiders, gemeente, leiders | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Kan een geestelijk leider na overspel doorgaan in de bediening?

We krijgen elke dag e-mails van mensen die ons vragen stellen, men is dan duidelijk opzoek naar  Bijbelse antwoorden. De laatste tijd vroeg men ons een aantal keren of het Bijbels gezien juist is, dat een geestelijk leider die te maken krijgt met overspel en/of echtscheiding, gewoon maar door kan gaan in de bediening die men eerst had. De reden dat men zo’n vraag stelt heeft uiteraard te maken met het feit dat het tegenwoordig ook steeds meer voor komt, dat leiders na overspel en echtscheiding, een korte onderbreking hebben en dan  gewoon weer hun bediening hervatten.

En ja,… natuurlijk moet herstel altijd mogelijk zijn, maar er moet ook ruimte zijn voor genezing van de wonden die zijn geslagen. Daarnaast is het belangrijk dat geestelijk leiders zelf beseffen, dat het geen automatisme is, dat men zomaar weer terug kan in de bediening die men eerst had. Feitelijk zou dat meer een uitzondering moeten zijn. Het is ook altijd weer eerst de vraag, of men nu wel aan Gods heilige voorwaarden tot het geestelijk ambt voldoet. Daarbij is zeker niet het talent om te prediken de belangrijkste voorwaarde, maar of men weer een voorbeeld kan zijn voor anderen in de gemeente (lees 1 Petr.5:3b).

Naast uiteraard berouw en belijdenis van zonden, is vooral zelfonderzoek nodig om na te gaan wat de diepe reden is, waarom men zo gevallen is. Daar zal dan eerst herstel moeten plaats vinden en mogelijk verlossing en bevrijding, voordat er ook maar sprake kan van een terugkeer in de bediening. Tevens zal er toch ook herstel moeten plaats vinden in gebroken en beschadigde relaties. Ook het vertrouwen zal herstelt moeten worden en vooral dit kost beslist veel tijd.

De Bijbel selectief gebruiken.
Christenen hebben helaas soms de neiging om de Bijbel selectief te gebruiken, dus zoals het hun het beste uitkomt. Daarmee bedoelen we, dat we de dingen die ons niet aanstaan al gauw ‘als niet meer geldig voor deze tijd beschouwen’. Er zijn relatief maar weinig Bijbelleraren die de moed hebben om ook onderwijs te geven over de z.g. moeilijke Bijbelverzen. Maar God verandert Zijn Woord niet omdat het ons niet aanstaat.

Zo vinden we in de Bijbel heel duidelijk Gods voorwaarden voor het dienen in een geestelijk ambt, lees maar in 1 Tim.3:2. God heeft deze voorwaarden nooit veranderd, hoe moeilijk we ze ook vinden. Daar lezen o.a. dat een Opziener (Oudste, Bijbelleraar etc..) van onbesproken gedrag moet zijn en vooral… de man van één vrouw.

Dit maakt het op z’n minst discutabel of iemand die gescheiden is, om welke reden dan ook, zo maar weer als geestelijk leider kan dienen in een gemeente of kerk. Want hoe kan iemand de gemeente van de Heer voorgaan en onderwijs geven, bijvoorbeeld over actuele onderwerpen zoals het huwelijk, echtscheiding en seksualiteit, als je zelf geen voorbeeld bent. Daarmee maken we de boodschap die we prediken ongeloofwaardig en nog erger wordt het als andere mensen juist ons verkeerde voorbeeld gaan gebruiken, om hun eigen zonden te bedekken en helaas, gebeurt dat nogal eens. Men vindt eigen fouten op dat vlak minder erg omdat ‘bekende geestelijk leiders’ de zelfde dingen doen. Wat we ook nog al eens horen is, dat mensen de zonde van overspel wat vergoelijken, door te zeggen ‘ja maar David viel toch ook in die zonde en hij mocht gewoon koning blijven’.  En natuurlijk is dat zo, hij beleed zijn zonde, God was hem enorm genadig geweest en hij bleef toch de man naar Gods hart (1 Sam.13:14). Tevens mocht hij ook koning blijven, maar de geschiedenis leert wel, dat hij geen toestemming meer kreeg om de tempel van God te bouwen, hoewel hij dat wel erg graag wilde.

De tempel van God in het oude testament is het geestelijk beeld van de gemeente van nu. Ook nu zijn er mensen met bekwaamheden, die erg graag willen meebouwen aan de gemeente van de Heer, bijvoorbeeld door prediking en onderwijs. Maar we kunnen wel iets heel graag willen, maar toch stelt God nog altijd heilige voorwaarden aan het geestelijk leiderschap, net zoals Hij heilige voorwaarden stelde aan koningen en priesters in de oude bedeling. Het zal duidelijk zijn dat als we Gods zegen niet mee hebben in de bediening, dan zal het vroeg of laat weer stuk lopen, met mogelijk nog meer schade voor de gemeente.

Kijk naar jezelf.
Het is duidelijk dat door de satan in deze tijd, een enorme aanval wordt ingezet op het huwelijk van geestelijk leiders. En het is zeker dat geestelijk leiders die geen voldoende tijd nemen voor gebed, zwak zijn en mogelijk vroeg of laat door de duivel omver geblazen worden. Ze missen de kracht van de heilige Geest die ons onaantastbaar maakt voor duistere machten. Nu bidden we als voorgangers allemaal wel, onze openbare gebeden zijn vaak indrukwekkend, vol hele volzinnen. We hebben nu eenmaal geleerd mooie woorden te gebruiken. Maar hoe is het thuis, in de binnenkamer, als niemand ons ziet? De echte test is ons gebedsleven daar, als we alleen met God zijn. Onze intimiteit met God is ook het kwaliteitsmerk van onze bediening. Met andere woorden, onze publieke gebeden kunnen een uiterlijk optreden zijn, zonder leven. Onze persoonlijke relatie met God bepaalt of wij echt zijn, bewust van onze afhankelijkheidsrelatie met God. (Lees voor uw zelf Mat. 6 eens na)

De plaats van ons huwelijk en gezin.
Daarnaast, welke plaats heeft ons huwelijk en gezin in verhouding tot het werk van God. Wanneer u voorganger of gemeenteleider bent, dan hebt u niet alleen een verantwoordelijkheid voor uw gemeente of bediening, maar in de eerste plaats voor uw gezin. Uit heel veel pastorale gesprekken blijkt dat veel vrouwen van leiders zitten met het gevoel dat zij wat het gezin betreft, de kar alleen moeten trekken. Soms moeten ze zelfs geestelijke verantwoordelijkheid nemen voor iets waarin hun man feitelijk een stap zou moeten zetten. De man is door God immers aangesteld als de priester in zijn huis en dit geldt dubbel voor geestelijk leiders, omdat die een voorbeeld moeten zijn in de gemeente en dus ook voor zijn gezin (1 Kor.11:3 en Efeze 5;23). Veel vrouwen verlangen naar geestelijke intimiteit, intens gebed, samen strijden voor de problemen die in een gezin op je af komen. Ook dit is de reden waarom de duivel soms kans ziet om het fundament onder het huwelijk van geestelijk leiders weg te halen. Een huis zonder fundament is wankel en zal bij de minste storm instorten.

Werk daarom elke dag aan je huwelijk.
Het is belangrijk om elke dag te werken aan je huwelijk. Want een hechte huwelijksrelatie is één van de voorwaarde voor een sterk leiderschap in de gemeente. De huwelijksband is iets wat onderhouden moet worden, liefde die niet elke dag gevoed wordt zal op een dag sterven, net als een plant wat geen water ontvangt.

Paulus zei in Efeziërs 5:25: “Mannen, hebt uw vrouwen lief!” Hou dus van haar! Wat we vandaag nodig hebben, zijn leiders die ook grote minnaars zijn. We hebben leiders nodig die weten dat ze zo nu en dan een dag alleen met hun vrouw moeten doorbrengen en niet maar door hollen. Kijk haar eens in de ogen als je met haar praat, leg de krant neer en zet de televisie uit, heb aandacht voor haar. Open de deur voor haar, help haar met de afwas. Hou dus m.a.w. zichtbaar van haar! Doet u dat niet, dan kan al het succes als leider op een dag in een complete mislukking uiteenspatten. Want als het in onze relatie niet goed gaat staan we meer open voor de verleidingen van satan die op ons af komen.

De roeping is voor beiden.
Feitelijk kan een gehuwde man, die zich geroepen weet in de dienst van de Heer, die roeping niet los zien van zijn vrouw. Zij is, als het goed is, mede geroepen in de dienst van God. Vandaar dat het feitelijk onmogelijk is om te dienen in een geestelijk taak of bediening, wanneer het in huwelijk niet goed zit. Bijbels gesproken kan dit niet.

Want o.a. in 1 Tim.3:4 staat ook dat een dienaar van God, goede leiding aan zijn gezin moet geven, m.a.w. we moeten ook samen goede ouders zijn, anders kunnen we in de gemeente niet dienen. Het werken voor de Heer, mag nooit ten koste gaan van ons gezin en/of huwelijk. Mocht het wel zo zijn, dan zouden de zaken meer in balans moeten brengen. Als het thuis of in ons huwelijk niet goed gaat, vreet dat zoveel energie bij ons weg, dat we ons in het werk van God niet meer volledig kunnen geven.

Ook vrouwen die minder op de voorgrond treden, zijn net zo goed een belangrijk deel van de bediening van hun man. Zij kan op de achtergrond meewerken aan het slagen van de bediening van haar man, door hem in veel taken in het gezin bij te staan. In feite maakt zij op die manier de bediening van haar man mogelijk. Maar haar betrokkenheid bij de bediening hoeft zich natuurlijk niet te beperken tot haar eigen gezin.

Een voorbeeld uit de Bijbel.
In Hand. 18:1-4 wordt Aquila vergezeld door zijn vrouw Priscilla. Zij waren tentenmakers en werkten samen met Paulus. In vers 18 vergezellen zij Paulus naar Syrië. Hier wordt Priscilla zelfs eerst genoemd, voor Aquila. Op gelijke wijze zien wij hen in vers 26, waar zij samen Apollos nauwkeurig onderwijzen. In Rom. 16:3-5 heeft Paulus de naam van Priscilla ingekort tot Prisca (zo ook in 1Kor. 16:19; 2 Tim. 4:19). Zonder veel woorden roemt hij haar, samen met Aquila. Hij prijst haar geloof in Jezus Christus en haar inzet en zorg voor Zijn gemeente. Paulus noemt hen terecht zijn medearbeiders in Christus Jezus.
Priscilla staat naast haar man, en samen hebben zij een bediening voor de Heer. Wij zien hier een vrouw die de ruimte krijgt om met haar gaven en talenten veel vrucht te dragen en zelfs een hoofdaandeel in die bediening te hebben.

Een vertrouwenspersoon.
Geestelijk leiding geven is een grote verantwoordelijkheid. Of dat nu aan een kleine of grote groep is, het principe blijft hetzelfde. Daarom moet de leider als eerste een oor ontwikkelen om naar God te luisteren. Maar hij moet ook leren om te luisteren naar andere leiders en zelfs naar hen aan wie hij leiding geeft.

Het is absoluut belangrijk om als geestelijk leider een vertrouwenspersoon of personen te hebben. In feite heeft iedere leider iemand (of meerdere personen) nodig voor gebed, advies, bevestiging en ondersteuning. We kunnen het niet alleen, we hebben ook raadgevers nodig, mensen die ons af en toe een spiegel kunnen voorhouden, maar die ook onze roeping en bediening bevestigen. Om die reden heeft God de gemeente ingesteld, we zijn samen lichaam van Christus en niet één persoon alleen.

We kunnen wel zeggen door God geroepen te zijn, maar bevestiging is ook nodig, doordat anderen die ook vervuld zijn met de Heilige Geest, dit ook zo zien. Op dezelfde manier werd b.v. ook de roeping van de profeet Samuel door heel Israël erkend (1 Samuël 3:19). Paulus had ook mensen om hem heen in zijn bediening, lees maar eens de lijst met namen die hij opnoemt in bijvoorbeeld Rom. 16.

Dit wordt natuurlijk extra belangrijk als we in zonde vallen. Dan heeft u iemand nodig waar tegen u open en eerlijk alles kunt opbiechten, om daarna samen naar de Heer te gaan en de zonde te belijden (Jak. 5:16). We hebben dan bevrijding nodig van onreine demonen die ons binden en waardoor we steeds weer in de zelfde zonde vallen.  Zo’n vertrouwenspersoon die met ons bidt, moet daarom iemand zijn die vervuld is met de Heilige Geest en geestelijke onderscheiding bezit. Zorg er in dit geval wel voor dat zo’n vertrouwenspersoon iemand is van je eigen sekse.

Natuurlijk, het is goed te begrijpen, dat het erg zwaar is om zo’n geheim aan iemand anders toe te vertrouwen. Toch is het noodzakelijk. God eist meer van herders (niet minder) en Hij houdt hen zelfs meer verantwoordelijk. Vraag God u te leiden in de keuze van een vertrouwenspersoon. Verneder u, als u tenminste echt genezen wil.

Mocht u hulp nodig hebben, bijvoorbeeld, u wilt uw verhaal anoniem aan ons kwijt, dat kan. Misschien kunnen we u advies geven of op één of andere manier  helpen. KLIK HIER

Geplaatst in echtscheiding, geestelijk leiders, Huwelijk, leiders | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rijker worden door tienden geven. Klopt dat wel?

Uit ervaring weten we, dat het helemaal niet verkeerd is als christenen die de Heer Jezus liefhebben, ook geleerd worden om regelmatig (b.v. maandelijks), financieel bij te dragen aan het werk van God. Feitelijk zou iedereen, die deel is van een kerk of gemeente dat uit zichzelf moeten begrijpen. Men zegt wel dat het evangelie gratis is, maar een gemeente kan nu eenmaal moeilijk de onkosten betalen, als er geen regelmatige giften binnen komen. Iedereen weet ook dat de kosten van, bijvoorbeeld het huren of kopen van een gebouw, behoorlijk kunnen oplopen. Daarom zou het een zegen zijn als iedereen die behoort bij een kerk of gemeente, in ieder geval regelmatig een vast bedrag apart zou zetten daarvoor (Lees ook 1 Kor.16:2). Daarmee geven we ook de gemeente waar we toe behoren, een stabiele basis zodat men een verantwoord financieel beleid kan voeren.

Ook in het zendingswerk zijn regelmatige inkomsten nodig. Natuurlijk zendelingen moeten in de eerste plaats op God vertrouwen en niet op mensen. God is machtig om voor hen te zorgen, zoals Hij voor de profeet Elia zorgde in een tijd van grote droogte (1 Kon.17). Maar tegelijk moeten we ons realiseren dat God toch meestal mensen gebruikte, om voor Zijn dienaren te zorgen. Vandaar ook dat Elia later in dezelfde geschiedenis, naar de weduwe van Sarfath werd gestuurd, om door haar verzorgd te worden.

In zekere zin is het geven van tien procent van ons inkomen helemaal niet verkeerd, wij zelf hebben het altijd ‘vrijwillig’ zo gedaan en we weten uit ervaring ook dat God ons daarvoor zegende. Vooral als men bedenkt dat men God ook niet met een fooi wil afschepen en men zich daarom afvraagt, ‘hoeveel is nu redelijk om te geven’, dan is tien procent een goede norm. Waarom? Omdat God dit in de Bijbel ook opdroeg aan Israël.

Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn, er is in de Bijbel geen wet die een Nieuw Testamentisch christen dwingt om tienden te geven. In tegendeel, de apostel Paulus zegt juist in 2 Kor.9:7 tot de gemeente in Korinthe “Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief”.

En ja… helaas zijn er toch nog steeds predikers die ons willen laten geloven dat we alleen financieel gezegend kunnen worden door de Heer, als we maar trouw tien procent van onze maandelijkse inkomsten afdragen en dan vooral natuurlijk aan hun kerk, gemeente of organisatie. Ze brengen het als een soort verplichting. Daarnaast heb je ook weer mensen die dit zo serieus nemen, dat ze vervolgens weer in de knoop raken, omdat ze niet weten of ze het van hun bruto of netto inkomsten moeten betalen en ook nog van hun vakantie geld of dertiende maandsalaris etc.. Maar…de grote vraag is natuurlijk altijd wat de Bijbel ons feitelijk hierover zegt, want als het Bijbels niet te onderbouwen is, dan zijn het dus wetten van mensen en niet van God.

Daarom nu…wat zegt de Bijbel?
De eerste keer dat we in de Bijbel over tiende geven lezen is in Genesis 14. Daar lezen we hoe Abraham, zijn neef Lot net had bevrijd en nadat hij toen een aantal koningen had overwonnen, ontmoette hij Melchizedek die genoemd wordt een priester van God. Deze Melchizedek zegende Abraham en vervolgens schonk Abraham hem een tiende deel van de buit die hij had veroverd op de koningen.

Feitelijk is dit niet zo’n sterk Bijbels argument voor het geven tiende, want we lezen maar één keer dat Abraham een tiende geeft en nog niet eens van zijn inkomsten, maar van de oorlogsbuit.

In Genesis 28:22 lezen we vervolgens weer van de tiende en wel van Jakob die God de belofte doet; ‘Van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven’. Hierbij kan men zich afvragen aan wie hij dat dan gegeven zal hebben. Er waren geen priesters, geen tempel. Misschien gaf hij het aan de armen en offerde hij er een deel van aan de Heer, bijvoorbeeld van de oogst of het vee. Maar het belangrijkste is dat het hier duidelijk niet om een gebod van God gaat, maar om een belofte van Jakob aan de Heer. Men kan hier dus ook niet zeggen dat op basis van deze tekst, men verplicht zou zijn God een tiende van de inkomsten te offeren.

Hieruit kunnen we gerust concluderen dat, voordat de wet van Mozes was ingesteld, men nog helemaal niet verplicht was om de tiende te betalen.

De wet van Mozes.
Pas later als de wet kwam, werd ook de tiende een onderdeel van die wet. De tienden geven werd ingesteld onder de wet van Mozes en was dus toen wel degelijk een gebod voor de Israëlieten. Er werd toen o.a. tienden gegeven van de oogst, van de vruchten en van de eerstgeboren dieren. Dat moest men dan wel van het beste geven wat men had. Het ging dus in eerste instantie feitelijk niet over geld. De reden echter waarom God dit gebod instelde, had te maken met het levensonderhoud van de Levieten. God zorgde op deze manier voor Zijn dienaren. Zij diende in de Tabernakel en mochten van God geen bezittingen hebben zoals de andere stammen van Israël wel hadden. Dus waren ze volledig van deze tienden afhankelijk. (Lees Deut.10:9 en Num.18:21)

Toen Jezus op aarde wandelde werd er door de Israëlieten nog steeds tienden gegeven, om de eenvoudige reden dat Israël nog steeds onder die wet leefde en het geven van de tiende nog steeds beschouwd werd als een onderdeel van de wet.

Maar hier komt nu het misverstand.
Men kan nu niet zeggen dat dit dan ook maar automatisch geldt voor de Nieuw Testamentische gemeente die geboren is op de Pinksterdag (Hand.2). Want we zijn door Jezus vrij gezet van de wet en dus ook van de wet van de tienden (Rom.7:6). Let wel Jezus heeft de wet niet opgeheven, maar zijn uiteindelijke bestemming gegeven, lees ook Gal.3:19-26, Rom. 10:4 en Jer.31:33-34.

Dat verstaan we o.a. ook uit het volgende voorbeeld. Tijdens een vergadering van de apostelen te Jeruzalem, waarvan we het verslag kunnen lezen in Hand. 15, wordt klaar en duidelijk gezegd dat de heilige Geest de heidense volkeren die tot het geloof in Jezus kwamen, geen andere lasten meer zal opleggen, dus ook niet de wet van de tiende. (Lees speciaal vers 28,29)

God beroven?
De mensen die zich toch nog aan de oud Testamentische wet van de tiende vasthouden, refereren vaak naar de volgende tekst uit Mal.3:8-10:

Zou een mens God beroven? Werkelijk, u berooft Mij! En dan zegt u: Waarvan beroven wij U? Van de tienden en het hefoffer! U bent door de vloek getroffen, omdat u Mij berooft, als volk in zijn geheel. Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de HEERE van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.

Men stelt dan op basis van deze tekst, dat we God beroven als we geen tiende betalen en dat God ons aanmoedigt Hem op de proef te stellen (of uit te dagen), of Hij zich wel aan Zijn belofte zou houden.

Maar waar gaat dit Bijbelgedeelte nu werkelijk over? In het boek Maleachi roept God het volk van Israël op om weer teug te keren tot Hem. We hebben het hier nog steeds over de Oud Testamentische situatie, dus met alles wat hoorde bij de Joodse erediensten en wetten. Daarom zegt God hier dat Hij ze zal zegenen, als ze zich weer houden aan de wettische instellingen, zoals Hij die door Mozes aan hen heeft gegeven. Dus om Hem weer opnieuw te eren met hun tienden en hefoffers. Het gaat dus om het gehoorzamen van God, als teken van bekering.

De gemeente van de Heer is echter een heel nieuwe tijd binnen gegaan en is zelfs door de wedergeboorte, vrij gemaakt van de wet. Jezus heeft de wet voor ons vervuld en heeft ons binnen gebracht in de tijd van genade. Hij heeft Zijn wetten door de wedergeboorte, in ons hart geschreven en als we echt wedergeboren zijn, dan zullen we ook de vrucht van de Geest voortbrengen (Gal.5:22). Zo geeft God Zijn zegeningen wel aan ons, maar niet meer op basis van onze tienden of enig ander offer van ons, maar op basis van het offer van Jezus op Golgotha (lees ook Rom. 6:14).

Onze offers, hoe zit dat dan?
In het Nieuwe Testament worden we als gemeente in de eerste plaats opgeroepen om geestelijke offers te brengen, namelijk onze lofoffers en uitingen van dankbaarheid aan de Heer (Lees 1 Petr.2:5). Deze offers zijn als een lieflijke geur voor God, Hij verlangt er dus intens naar. Maar ook hier, als we de Heer prijzen, gaat het niet in de eerste plaats om de uitingen zelf, maar om de gesteldheid van ons hart.

Zo ook mogen we de Heer in deze tijd van ons bezittingen offeren en Hij belooft ons daarvoor te zullen zegenen. Wat we de Heer brengen, moet echter altijd offerswaardevol voor Hem zijn en dat is het alleen als het een echt offer is. Daarvoor kijkt God dus weer niet eerst naar de grote van ons offer, maar naar ons hart. Het wordt dus pas een offer als we met ons hart geven, dus uit liefde en… het ons dus echt iets kost. Want als we iemand liefhebben en we willen hem of haar iets geven, dan gaan we ook niet op zoek naar waardeloos prul, maar we willen iets geven wat uitdrukking geeft aan onze liefde en genegenheid. Zo is het bij God, pas als we met de goede motivatie geven, zal Hij ons zegenen en ons uit liefde voor ons, ook weer terug geven. Het is dus wederkerig en God is een overvloedige God, Hij is beslist niet gierig. Alleen… zijn overvloedige zegeningen zijn niet altijd alleen in aardse goederen. Maar Hij wil ons ook zegenen in overvloedige blijdschap, vrede, geluk en diepe zalving van de heilige Geest etc.. (Lees Efeze 1: 3).

Geven is dus wel belangrijk.
Laten we wel altijd geven vanuit de juiste motivatie, want daar zal Hij Zijn zegen over geven. Dat deed bijvoorbeeld die arme weduwe uit Luk. 21:2. Haar gave was in absolute zin niet zo groot, het waren maar twee koperstukjes. Maar ze gaf ze met haar hart. Het was zelfs haar hele levensonderhoud, ze had dus alles voor God over. Dit is het praktische voorbeeld, dat Christus ons voorhoudt. Hij kijkt niet naar de gave op zichzelf, maar Hij kijkt naar de bron, waaruit die gave ontspringt.

Daarom, als ons hart echt bewogen is door de liefde van God, zullen we ook bereid zijn om Zijn werk ruim ondersteunen. Want het is Gods hartsverlangen dat Zijn werk doorgaat. Door zending financieel te ondersteunen, dragen we zelfs indirect bij aan de grote zendingsopdracht van Jezus (Marc.16:15). We kunnen nu eenmaal niet allemaal uitgaan naar verre plaatsen om mensen te winnen voor Jezus, maar we kunnen het wel voor anderen mogelijk maken door onze offers.

Ook is het uiteraard goed en Bijbels om uw eigen gemeente, waar u dus geestelijk gevoed wordt te ondersteunen b.v. met een ruime maandelijkse financiële bijdrage (lees ook Gal.6:6). En natuurlijk, het werk van God kan onmogelijk voortgaan als er onvoldoende financiële middelen zijn. We moeten beseffen dat onze bijdrage wel als een offer aan de Heer moet zijn en dus niet een fooi, of iets dergelijks. Bijvoorbeeld het klein geld wat we in een collecte bus doen voor één of ander goed doel, wanneer die langs onze deur komt. De collectes in de erediensten zijn absoluut niet hetzelfde als zo’n collecte bus, die af en toe bij u aan huis komt. Natuurlijk, we kunnen ook op andere wijze onze bijdrage geven, maar hoe dan ook is het geven van geld, voor het onderhoud van Gods werk in de gemeente, ook een heilig offeren aan God. We zijn dus niet klaar met een fooi, ondanks dat er voor ons geen wettische norm van tien procent meer is.

Als het niet gaat om tien procent, om hoeveel zou het dan gaan?
Wel feitelijk om alles! Misschien zou u zelfs wel meer dan tien procent kunnen geven? (lees Luc.14:33). Daar schrikt u misschien van. De Heer wil ons helemaal, heel ons leven dus, onze tijd, onze bezittingen. Ja zelfs alles wat we bezitten zou in principe beschikbaar moeten zijn, als God het van ons vraagt. Alles is feitelijk al van Hem (Haggaï 2:9), maar des ondanks wil Hij dat we het uit liefde aan Hem geven en niet uit dwang. Denk er even over na: mag God uw huis, uw auto, uw spaargeld gebruiken, als de Heer u kenbaar zou maken dat Hij dat nodig zou hebben??

Denk ook eens aan de ontmoeting van Jezus met die rijke jongeman. Deze man kwam bij de Jezus en zei dat hij alle geboden onderhield. Zeker gaf hij ook zijn tienden. En wat zei Jezus tegen hem, als hij vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te beërven? Lees Luc.18:22 “Verkoop al wat u hebt en deel het uit onder de armen en u zult een schat hebben in de hemel. En kom dan en volg Mij “.

Rijk worden door tiende geven, kan dat wel?
Bij alles wat we aan God geven, gaat het dus altijd om de gesteldheid van ons hart en niet in de eerste plaats om wat wij terug zullen ontvangen. Aan de andere kant beloofd God ons wel, om ons overvloedig te zegenen als we Hem willen geven en dus niet alles alleen maar voor ons zelf willen houden. Lees daarvoor 2 Kor.9:6 “Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten”.

Deze tekst wordt vaak gebruikt om mensen aan te moedigen, om maar steeds meer geld te geven, want ze krijgen hiervoor toch steeds meer terug. Je zou dit misschien uit deze tekst zo kunnen begrijpen, maar…en dat vergeet men vaak, dit is beslist de verkeerde motivatie om iets aan God te geven. Natuurlijk kan God ons rijk zegenen en soms ook in aardse goederen, maar daar gaat het de Heer niet in de eerste plaats om. Integendeel, Jezus waarschuwt juist dat we niet de mammon en God tegelijk kunnen dienen. Als christenen moeten wij onze schatten juist verzamelen in de hemel en niet op de aarde. De uitleg dat God Zijn hemel vensters zal openen als we hem gehoorzamen zijn, is op zichzelf Bijbels en juist. Maar het klopt niet als daarmee bedoeld wordt, dat we dan rijk worden aan aardse goederen, alleen maar omdat we tiende betalen.

Natuurlijk zijn er die door de Heer zo overvloedig gezegend zijn in materiele goederen, dat ze rijk geworden zijn. Daar is helemaal niets mis mee. Alleen Hij doet dat niet opdat we daardoor steeds meer voor ons zelf zouden kunnen leven. Hij doet dat speciaal, opdat we instaat zullen zijn om anderen te zegenen met onze goederen en in het bijzonder Zijn werk nog meer kunnen gedenken.

Gebed: ‘Heer, hier is mijn leven, mijn alles, het is voor U. Leidt U me maar hoe ik om mag gaan met wat U hebt gegeven en leert U me hoe ik blijmoedig mag geven van alles wat ik bezit.’

Napraten? Dat kan, u krijgt altijd antwoord: KLIK HIER

Meer studies: www.evangelisch-nieuws.nl

Geplaatst in geld, geldzucht, gemeente, Wetticisme | Tags: , | Een reactie plaatsen