Tagarchief: Gemeente

Conflicten in de gemeente van de Heer. Kan dat wel?

Soms kregen we een verzoek van een evangelie gemeente voor hulp en advies, bij het oplossen van interne conflicten. Tegenwoordig zijn we er wat voorzichtiger mee dan vroeger, we gaan er niet zomaar meer op in. Het kost vaak een heleboel energie, terwijl een goed resultaat lang niet altijd zeker is. Het probleem is dat de hulpvraag meestal komt, nadat men zelf al allerlei wegen heeft bewandeld om het probleem op te lossen en vaak zonder resultaat. Het gevolg is dan dat de standpunten zich gaan verharden en heel vaak heeft dit al tot gevolg dat mensen gaan weglopen uit de gemeente. Niet zelden zijn ook leidinggevenden niet bereid om de minste te zijn. Het is dan de vraag wat er nog mogelijk is om het probleem op te lossen en soms is dat ook niet meer dan een poging, om de schade in ieder geval zoveel mogelijk te beperken.

Nu is het feitelijk niet abnormaal dat er verschillen van inzicht en zelfs conflicten zijn in een gemeente. Waar zoveel mensen samenkomen van verschillende achtergronden en zelfs culturen, ontstaan soms wrijvingen. Het is normaal in de wereld om ons heen en ook in de gemeente van de Heer, want christenen zijn ook gewoon mensen. De gemeente bestaat over het algemeen, uit zeer verschillende mensen: zoals ouderen en jongeren, kwetsbare mensen of dominante mensen, mensen die beschadigingen hebben opgelopen in het leven, mensen die succes hebben in hun leven of mensen die het maatschappelijk niet goed gaat, mensen die eenzaam zijn of mensen die dat juist niet zijn,…. en zo kunnen we nog even doorgaan.

Vanwege al die verschillen kunnen meningsverschillen of zelfs misverstanden gemakkelijk ontstaan. Dat is gewoon menselijk. Het is allemaal niet zo erg, zolang er op tijd goed mee omgegaan wordt. Maar helaas worden conflicten soms niet uitgepraat en het gevolg is een verlies aan vertrouwen en verbondenheid: tussen leden onderling, of tussen leden en leidinggevenden, of zelfs tussen leidinggevenden onderling.

Nu ervaren sommige christenen elke onenigheid bij voorbaat als een nederlaag en daar wil men liever niet mee geconfronteerd worden. Daarom veegt men heel wat zaken liever onder de mat en slikt men een heleboel frustraties in ‘voor de lieve vrede’ want we zijn toch christenen we moeten lief zijn voor elkaar en we mogen vooral geen conflicten hebben. Tot het toch niet meer ingehouden kan worden en dan explodeert men en is er in veel gevallen niets meer te redden, met grote schade aan de gemeente. Dit is absoluut nooit wat God wil, maar Hij wil juist het negatieve gebruiken in Zijn plan met ons.

God werkt ook aan ons karakter.
God wil namelijk de verschillen die we met elkaar hebben, gebruiken om aan ons karakter te werken. Nu verandert God je karakter niet door je met een toverstokje aan te raken, waardoor je ineens een verbeterd karakter krijgt. Nee, het is een proces van verandering en daarvoor gebruikt God alles wat op onze weg komt, zelfs het ogenschijnlijk negatieve. (Rom.8:28)

“..En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede..”

Doordat we zo verschillend zijn, leren we juist van elkaar, schuren we ons a.h.w. aan elkaar glad, zodat we de heerlijkheid van God en dus het karakter van Jezus, steeds meer gaan weerspiegelen. Dat schuren is hard nodig, maar soms ook erg moeilijk en pijnlijk. En God gebruikt daarvoor ook de onderlinge conflicten die we hebben.

Van alle tijden.
Laten we vooral niet denken dat conflicten alleen maar van deze tijd zijn, we lezen er ook over in de Bijbel en met name in de brieven die apostel Paulus schreef aan de verschillende gemeenten die onder zijn hoede waren. Het waren wel wat andere kwesties als waar wij vandaag mee te maken hebben, maar toch kunnen ze minstens zoveel problemen gegeven hebben. We lezen o.a. over: het wel of niet eten en drinken van voedsel dat in tempels van de afgoden geweest zou zijn of over de plicht de Joodse sabbat te vieren of over de noodzaak van de Joodse besnijdenis voor christenen. Over dit laatste heeft de apostel zelfs een brief gewijd, namelijk de brief aan de Galaten. Er waren ook onder de apostelen in de eerste christengemeente conflicten, denk maar aan het meningsverschil toen Petrus in het huis van de Romeinse hoofdman Cornelius geweest was. Men kon maar niet begrijpen dat de heilige Geest ook was uitgestort over de heidenen (Lees Hand. 10 en 11). En wat dacht u van het conflict (er staat verbittering) wat ontstond tussen Barnabas en Paulus, toen Barnabas ook Marcus wilde meenemen op een zendingsreis en Paulus daar niet van gediend was (Lees Hand.15:39).

Verschillen van inzicht zijn eigenlijk normaal, zowel in de wereld om ons heen als ook onder christenen. Hoe lastig deze meningsverschillen ook zijn, ze worden pas schadelijk voor ons persoonlijk en mogelijk voor de gemeente waartoe we behoren, wanneer ze uitlopen op persoonlijke conflicten en veroordelingen. Immers, daardoor kunnen we niet meer functioneren in het lichaam van Christus (de gemeente), samen heilig Avondmaal vieren, samen bidden en evenmin samen werken voor God. En helaas,…. het constructief of opbouwend omgaan met verschillen en geschillen in de gemeente is lang niet iedereen gegeven is. Kennelijk zit er soms ook in christenen een stuk weerbarstigheid die ons steeds weer parten speelt en die zelfs een destructieve onenigheid kan veroorzaken. Waardoor men zich a.h.w. ingraaft en stelling neemt tegen die ander die in onze optiek het conflict veroorzaakt.
Lees verder

Advertenties
Geplaatst in conflict, Conflicten, gemeente, ruzie | Tags: | Een reactie plaatsen

Mensen die zeggen apostelen te zijn en het niet zijn.

In Efeziërs 4:11 lezen we dat Jezus, nadat Hij was opgevaren naar de hemel, verschillende bedieningen heeft gegeven, tot opbouw van de gemeente. Er staat “Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars”. Dit zijn de vijf bedieningen die Christus aan de Gemeente heeft gegeven. Binnen deze vijf bedieningen zien we als eerste de apostel genoemd en dit doet ons direct denken aan de 12 discipelen die geroepen waren door de Heer en toen alles verlaten hadden om Jezus na te volgen.

Jezus nu, was de eerste die Zijn 12 discipelen ook apostelen noemde (Luc.6:13). Dat gebeurde overigens niet zo maar, kennelijk was dat moment van zo’n grote betekenis voor de Heiland dat Hij daarvoor de hele nacht in gebed moest gaan. Pas toen het dag werd kwam Hij van de berg en wees twaalf mannen aan en dan staat er zo typerend ‘die Hij ook apostelen noemde’. Voor dat moment was er niemand die kon zeggen een apostel te zijn.

Nu betekent het Griekse woord voor ‘apostel’ gewoon ‘gezondene’ en het hangt er maar vanaf welk gewicht je geeft aan zo’n woord ‘gezondene’. Je kunt gerust zeggen dat we allemaal op een bepaalde manier gezonden zijn door de Heer, al was het maar tot familie of buren om hen het evangelie uit te leggen.

Maar hier ging het toch duidelijk om veel meer, vooral als we spreken over de 12 eerste apostelen en later ook Paulus. Het gaat hier om mensen die een speciale opdracht van de Heer kregen, om te bouwen aan de eerste gemeente en Jezus boodschap in de wereld als eerste te verkondigen. Hun belevenissen, maar vooral openbaringen en hun onderwijzende brieven, zijn geschreven onder de sterke zalving van de Heilige Geest en later opgetekend in het heilig Woord van God. Zij mochten dus de basis vormen van de nieuw Testamentische gemeente, die na Jezus hemelvaart, op de pinksterdag geboren zou worden.

Deze twaalf waren dus speciaal roepen, ze leefde ook met Jezus tijdens Zijn aardse bediening. Ze waren o.a. getuige van Zijn opstanding en als eerste voorbestemd om het werk van Jezus voort te zetten op aarde en ook de eerste leiders van de nieuwe gemeente te worden. Natuurlijk is in de eerste plaats altijd Jezus zelf het fundament en de hoeksteen van de gemeente, maar de apostelen hebben daar op voort mogen bouwen, zij worden dus ook genoemd de grondleggers of fundament van de Gemeente (Lees Efeze 2:19,10).

Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.

Als we de betekenis van het woord apostel beschouwen, namelijk gezondene, dat zouden we kunnen zeggen dat ook Jezus zelf, de kring van ‘gezondenen’ heeft uitgebreid namelijk met nog eens 72 andere mannen. Want Jezus stuurde ook hen erop uit (Luc.10:1) om Zijn evangelie te verkondigen, dus waren ook zij gezondenen. Maar we moeten dan toch wel in acht nemen dat er ook toen al een groot verschil was tussen hen en de 12 apostelen die het eerst aangewezen waren door de Heer. Uiteindelijk waren ze dus wel allemaal ‘gezondenen’ van de Heer, maar ze behoorde niet allemaal tot de innerlijke kring van apostelen rondom Jezus.

Na de val van Judas, die Jezus had verraden en zich zelf van het leven had beroofd, zien we in het boek Handelingen dat het twaalftal weer werd volledig gemaakt door de verkiezing van Matthias (Hand. 1:2-5, 13, 21-26). Dit was natuurlijk niet nodig geweest als iedereen die maar door Jezus was uitgezonden zichzelf ook apostel had mogen noemen. Maar zo was het duidelijk niet. Alleen de twaalf discipelen werden genoemd de z.g. ‘apostelen van het lam’ en alleen hun namen zijn ook geschreven in de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem (Openb.21:14).

Paulus was de apostel van de heidenen.
Hoewel hij niet één van de twaalf discipelen van Jezus was, heeft hij wel tijdens de bediening van Jezus geleefd en heeft dus ook alles meegemaakt, hij zegt in 1 Kor.9:1 “Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien? Bent u niet mijn werk in de Heere?”

De oorsprong van zijn roeping tot apostel zit toch wel in de bijzondere verschijning van Jezus aan hem op de weg naar Damascus (Hand.9). Natuurlijk is er nog steeds een kenmerkende verschil tussen het apostelschap van de twaalven en dat van al degene die later apostel werden genoemd. De twaalven hadden met Jezus geleefd en ook getuige geweest van Zijn dood en opstanding. Toch werd ook Paulus apostel of je kunt zeggen een gezondene met een speciale bediening.

Paulus was duidelijk ook door Jezus Zelf geroepen als apostel, lees Gal.1:1 “Paulus, een apostel – geroepen, niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft”.

Paulus heeft het in 1Korinthe 15: 5-7 ook over ‘de twaalf… en daarna over alle apostelen’ vrijwel zeker doelde hij op de twaalf discipelen van Jezus en alle andere die daarna uitgezonden waren door de Heer. Bijvoorbeeld behoorde ook Barnabas, Paulus medewerker tot die grotere kring van gezondenen. Hij woonde in Jeruzalem (Hand.4:36,37) en wordt in elk geval samen met Paulus in die zin ook apostel genoemd (Hand.14:4, 14). Dat geldt trouwens ook voor Paulus andere medewerker Silas, die eveneens afkomstig was uit Jeruzalem (Hand.15:22) en door Paulus ook gezien werd als een gezondene of apostel (lees 1Thes.2:6 en 1Thes.1:1). Maar deze mensen waren toch niet in dezelfde bediening als de twaalf en Paulus.
Lees verder

Geplaatst in Bijbelstudies, geestelijk leiders, gemeente | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten door God aangesteld zijn.

Er is leiding en gezag nodig in de gemeente, maar dan wel gezag wat door God is aangesteld. De meeste plaatselijke gemeenten in ons land hebben een predikant, voorganger, opziener of een voorgaande oudste (1 Tim.5:17), wat in feite verschillende namen zijn voor dezelfde functie. Hoewel de Bijbel ook spreekt over voorgangers in het meervoud (zie Hebr.13:17), is men in ons land meestal gewend aan één voorganger per gemeente, met verschillende oudsten als medebestuurders. In principe kunnen er Bijbels gezien ook meerdere voorgangers in een gemeente zijn, bijvoorbeeld als dit door de grote van een gemeente noodzakelijk is.

Oudsten
Oudsten of mede bestuurders hebben een belangrijke taak, als het goed is zijn ze zelfs instaat om aan te vullen wat er eventueel aan de bediening van de voorganger ontbreekt. Want een voorganger is net als ieder ander, een mens met beperkingen en feitelijk gewoon een mede-oudste. Sommige mensen denken dat een voorganger (of voorgaande oudste), alle bekwaamheden in zich heeft die voor een gemeente nodig zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo, want dan zou hij een soort super mens moeten zijn.

Omdat sommige gemeenten teveel van hun voorganger verwachten is vaak het gevolg dat ze het niet volhouden en in een burn-out terecht komen. Dit kan voorkomen worden als er oudsten zijn die begrip hebben voor hun voorganger en die, elk met hun eigen roeping, taak of bediening, hem ondersteunen. Alleen door elkaar aan te vullen, zullen ze naar een sterk en harmonieus geheel groeien.

Verschillende gaven
De Bijbel heeft het daarom ook over verschillende gaven, bedieningen, taken die door God aan de gemeente gegeven zijn. Lees 1 Corinthiërs 12: 28
“God nu heeft ‘sommigen’ in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.”

Verschil in roeping en bediening
God geeft wel aan iedere bediening zijn eigen gezag en zalving, er kan dus beslist verschil zijn in gezag en bediening, maar toch hebben ze (als het goed is) elkaar ook weer wel erg hard nodig. Het respecteren van elkaars roeping en bediening en de bereidheid praktisch uit te leven wat Filip.2:3,4 zegt, is de voorwaarde tot een sterk bestuur.

“Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat een ieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat een ieder ook oog hebben voor wat van anderen is”. Filip. 2:3,4

Diaken
Naast bestuurders in de gemeente zijn er, als het goed is, ook allerlei mensen belast met gedelegeerde verantwoordelijkheden en praktische taken, die nodig zijn voor het goed functioneren van de gemeente, in de breedste betekenis van het woord. In het Nieuwe Testament komen we de term ‘diaken’ (= diakonos of dienaar) tegen wat in principe een algemene benaming is voor elke man of vrouw die een dienende taak vervult in de gemeente (Lees Hand.6).

De roeping
Het is in de maatschappij heel normaal om een ambitie te hebben en ergens voor te gaan. En we zien ook steeds meer binnen de gemeente dat mensen een ambitie hebben om bijvoorbeeld oudste, voorganger of om gemeente leider te worden op welke manier dan ook. Eigenlijk is dat alleen maar toe te juichen en moeten we zulke mensen aanmoedigen om zich vooral zoveel mogelijk te bekwamen, zodat ze bruikbaar kunnen zijn, maar wel…als God ze roept en de weg ook voor ze geopend wordt. Die roeping is heel erg nodig, in de dienst van God is geen sprake van jezelf profileren. In de Bijbel lezen we over de roeping van bijvoorbeeld Aäron en dat niemand zich deze plaats kan toe-eigenen, het moet ons van God gegeven zijn.

Hebreeën 5 :4 en 5 zegt: “Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”
Lees verder

Geplaatst in geestelijk leiders, gemeente, leiders | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten ook open staan voor correctie.

We krijgen er allemaal in de christen gemeente mee te maken. Iedereen staat in feite bloot aan kritiek en wel het meest geldt dit voor degene die iets doen in de gemeente. Gemeenteleiders zullen er daarom zeker mee te maken krijgen en op dit punt spreken we zelf ook uit ervaring. Welke beslissing een voorganger, oudste of welke andere gemeente leider of leidster ook neemt, er zullen altijd voor- en tegenstanders zijn. Onze ervaring is dat je het feitelijk nooit iedereen naar het zin kan maken, hoe goed je je best ook doet. Maar uiteindelijk gaat het daar ook niet om, maar veel meer om de verheerlijking van de naam van Jezus in de gemeente en niet dat iedereen gelijk krijgt.

Kritiek kan ook opbouwend zijn.
De Bijbel zegt: “Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.”( 1 Kor.10:12). Mensen die zich afsluiten voor de mening van anderen, zijn gevaarlijke mensen in het leiderschap. Leiders die zich afsluiten voor kritiek van medewerkers of collega’s in de dienst van God, ervaren kritiek meestal als een aanval in plaats van een mogelijke aanvulling en verrijking. Een van de kenmerken van geestelijk leiderschap is juist het vermogen om Gods leiding te verstaan door middel van de bijdrage die uit de groep om je heen komt.

Door de doop in de heilige Geest heeft iedere christen de inwoning van de Geest Gods in zich. Door de werking van de Geest in ons, kan dus elke gelovige Gods leiding ervaren. Het is m.a.w. geen exclusief voorrecht voor één leider. Om die reden is het juist een zegen als een leider voor opbouwende kritiek open kan staan en er op een geestelijke wijze zijn voordeel er mee doet; uiteraard alleen als kritiek uit de juiste bron voort komt en niet b.v. uit een bitter hart of uit jalousie.

Kritiek kun je echter alleen accepteren, als je ook bereid bent open en eerlijk te zijn als het gaat om de dingen die verkeerd gaan en niet voortdurend bezig bent je eigen fouten zoveel mogelijk te verdoezelen. Natuurlijk, de leider is geroepen een voorbeeld te zijn, maar hij hoeft niet te pretenderen dat hij de perfectie op aarde is. In het leven van alledag zijn die mensen die denken nooit fouten maken juist niet geloofwaardig. Deze mensen lijken zo ver verwijderd van de strijd die de meesten van ons dagelijks voeren, dat we ons daar niet in herkennen. We kunnen ons veel beter identificeren met iemand die evenals wij, verzoekingen kent en het daar soms moeilijk mee heeft. Een leider komt wel vaker in de verleiding om zijn fouten te bedekken. Daarom kan hij het beste onmiddellijk zijn falen onder ogen zien en vergeving vragen als dat eventueel nodig is. Daarmee zal hij juist nog meer een voorbeeld zijn voor anderen.

Maar er zijn ook mensen die fouten zoeken.
Het is vooral voor gemeente leiders van groot belang dat we niet te overgevoelig zijn, als anderen kritische opmerkingen maken. Niemand is echt ongevoelig voor kritiek, maar overgevoeligheid op dit punt kan ons totaal verlammen en is feitelijk niets anders als ons eigen ik, wat te snel beledigd is.

En ja, er zijn ook mensen die voortdurend naar foutjes zoeken. Dat zijn vaak degenen die zelf aan de kant staan en die het beste weten hoe anderen zouden moeten handelen. Heel vaak heeft men het over de splinter in het oog van de ander en men vergeet daarbij de balk in eigen oog (Lees Mat.7:3-5). Daar komt nog bij, dat mensen die niet wezenlijk iets bijdragen aan de gemeente, zelf veel minder zichtbaar zijn en dus krijgen ze zelf ook zelden kritiek. Het is tragisch, maar sommige mensen doen uit angst iets verkeerds te doen, maar helemaal niets meer, omdat men gewoon bang is voor kritiek.

Maar de man die uit angst om fouten te maken niets uitvoerde, werd door de Heer echter zwaar veroordeeld. In Mattheüs 25 lezen we dat tot de man die zijn talent in de grond stopte, gezegd werd: ‘Jij luie en nutteloze slaaf.’ In Efeze 4:16 lezen we ook over het lichaam van Christus, waarvan alle onderdelen als een welsluitend geheel bijeengehouden moet worden door de dienst van al zijn geledingen. Dus door hetgeen wij allemaal persoonlijk kunnen bijdragen, omdat we allemaal organen zijn van dat zelfde lichaam van Christus.

We weten dat we geen van allen nog volmaakt functioneren en dus dat betekent dat er best nog wat te corrigeren valt aan ons. Als dienaren van God zullen we ons hart erop moeten zetten, de Heer te dienen op de beste manier die voor ons mogelijk is, maar toch zullen er altijd dingen zijn die nog onvolkomen zijn.

Kritiek, wat doen we er mee?
Maar wat doen we er mee, als andere mensen kritiek hebben? Moeten we er naar luisteren en ons er door laten beïnvloeden, of moeten we kritiek maar gewoon laten voor wat het is? En wat te doen als wij anderen fouten zien maken en wij dus zelf kritiek hebben op medebroeders en zusters? Moeten we onze op- en aanmerkingen dan maar voor ons houden, of moeten we hen er op aanspreken? Het is zeker eenvoudiger om de ander maar gewoon niet te confronteren met zijn misstappen, maar ook dit kan van liefdeloosheid getuigen. Omdat we dan uit angst voor weerstand onze mond maar houden en toelaten dat die ander een verkeerde weg op gaat. Beter is het om God te bidden om de juiste woorden en de juiste gesteldheid van ons eigen hart en vooral ook het juiste moment waarop we de dingen zullen zeggen die op ons hart zijn.

We zullen ook zelf altijd moeten luisteren naar kritische opmerkingen, wanneer ze voortkomen uit liefde en bewogenheid, ongeacht of we het er mee eens zijn. Tenminste zouden we hetgeen ons in liefde gezegd is, biddend kunnen overdenken. Mogelijk dat Gods Heilige Geest ons toch duidelijk maakt dat ons eigen inzicht onjuist is en dat we dingen moeten veranderen. Sta er in ieder geval voor open en besef dat we altijd anders naar onszelf kijken dan anderen naar ons.

Je bent broeders en zusters en je vormt samen een geestelijk gezin. Je kent elkaar en ook vaak elkaars zwakke punten. In een gezin zal zeker ook over verkeerde dingen gesproken worden. Maar door de liefde weet degene die het treft, dat zijn familieleden hem vanwege zijn zwakheden nooit zullen laten vallen. Het gezin waar hem zijn fouten getoond worden, wordt dus ook zijn schuilplaats en zou zo het moeten zijn in de gemeente van de Heer.
Lees verder

Geplaatst in gemeente, leiders | Tags: , | Een reactie plaatsen

Is er wel plaats voor ouderen in de gemeente van de 21ste eeuw?

Een noodkreet.
Dit artikel is geschreven naar aanleiding van heel veel berichten die ons bereikte van ouderen mensen. Nagenoeg elke dag mailen mensen ons en regelmatig waren er ook een noodkreten bij van een ouder iemand. Mensen vertellen ons dan bijvoorbeeld, al jarenlang een bepaalde kerk of gemeente te bezoeken, soms bijna een heel leven. Maar nu ze op hoge leeftijd zijn gekomen is het voorbij. Daar kunnen vele redenen voor zijn.
◾Bijvoorbeeld omdat ze niet meer zelfstandig er naar toe kunnen gaan en de gemeente doet geen moeite om hen op te halen. Ouderen halen en brengen is lastig en dus een probleem. Alleen als mensen uit eigen initiatief daar mee beginnen wordt het toegejuicht, maar de gemeente zelf geeft daar in ieder geval geen prioriteit aan.
◾Maar er is meer. Ouderen hebben soms ook het gevoel niet meer te passen in de gemeente, vanwege de moderne manier waarop men nu tegenwoordig de erediensten beleefd. Dat wil bijvoorbeeld zeggen, harde muziek, veel gekleurde lichten, rook op het podium, (voor hen) vreemde liederen, heel veel Engelse liederen en men is meestal de taal niet machtig, predikers die meer gewoon de Bijbel lezen maar alles digitaal projecteren etc.. Iemand zei ons letterlijk: “de gemeente is voor mij als een jas, vroeger paste die, maar nu niet meer”.
◾Veel ouderen hebben ons gezegd, ‘men wil niet apart’. Natuurlijk zijn er gemeenten waar men speciale bijeenkomsten voor ouderen heeft. Maar het is de vraag of dat het is wat de ouderen onder ons zoeken. Ze willen vooral er gewoon bij blijven horen en niet apart. Dat betekent dat er dus ook rekening met hen gehouden zou moeten worden. Het besef moet door dringen dat we niet compleet zijn als lichaam van Christus, zonder de ouderen. Ook zij zijn door God aan de gemeente gegeven om met hun wijsheid en kennis mee te bouwen aan de gemeente

Vereenzaming van ouderen.
Het gevolg is een geestelijke vereenzaming bij het oud worden en vaak worden mensen ook letterlijk vergeten. Zodra men lange tijd niet meer in de gemeente gezien wordt, raakt men uit de aandacht. Vooral als er geen vrienden of familie leden zijn die ook de gemeente bezoeken en dus niemand de gemeente leiding er attent op maakt.

Dit artikel is geschreven uit grote bezorgdheid. Het zou beslist een zegen zijn als veel geestelijk leiders dit artikel zouden willen lezen. Ik bid dat het een aanzet mag zijn tot bezinning, over de plaats van ouderen binnen evangelie gemeenten in ons land. Soms vertellen ouderen ons, dat ze degene waren die aan het begin van de gemeente hebben gestaan, men heeft financiële offers gebracht en ze zijn dienstbaar geweest in vele taken en activiteiten die er zijn in een beginnende gemeente. Dit artikel is vooral een pleidooi voor erkenning van deze ouderen, als mede-dragers van de gemeente.

Jong is in en oud is uit.
Natuurlijk is deze verandering ook een gevolg van de nieuwe generatie die op komt en die de oude tradities van zich af wil gooien en dingen op hun eigen manier wil doen. Tot voor kort was het algemene gevoelen bij veel jonge geestelijke leiders: “we hebben ons lang genoeg aangepast aan de manier waarop de vorige generatie hun geloof beleefde, het is nu de hoogste tijd dat zij zich maar aan ons aanpassen”.

We hebben het niet altijd in de gaten, maar feitelijk komt ook dit rechtstreeks uit de wereld om ons heen. In onze maatschappij namelijk is ook het overheersende gevoel ‘jong is in en oud is uit’. Ouderen vragen steeds meer zorg, kosten de samenleving steeds meer
geld, hebben meer medische zorg nodig dan jongeren. Vaak ontvangt men naast AOW ook nog een riant pensioen en dat kan in de toekomst wel eens nadelig zijn voor de jongere generatie, want ze eten alles voor ons op. Politieke leiders doen het goed als ze vooral maatregelingen nemen om de kosten van de verzorging van ouderen te beperken. Zoals, maatregelingen om ouderen langer door te laten werken etc..

Natuurlijk is dit niet overal in de wereld zo, al hebben veel mensen daar niet altijd oog voor. In veel landen in de wereld krijgt men al in de opvoeding mee om respect te hebben voor ouderen en ze vooral niet te negeren. Maar in onze westerse samenleving en ook in de evangelie gemeente, denken sommigen daar anders over. Onlangs las ik in een interview dat een bekende voorganger zei: ‘ik ben blij dat onze gemeente voor het grootste deel uit jongeren bestaat en niet uit mensen met grijs haar of mannen met stropdassen’.

Volgens die voorganger zou een gemeente die veel ouderen heeft, het beleid moeten aan passen, want er is dan een probleem. Zo gezien is het feit dat veel mensen tegenwoordig steeds ouder worden en er dus ook in de gemeente steeds meer ouderen gaan komen, eerder een kwaad dan een zegen. Een bekende uitspraak luidt dat bijna iedereen oud wil worden, maar niemand oud wil zijn.
Lees verder

Geplaatst in eenzaamheid, gemeente, Ouderen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Na teleurstellingen je gemeente verlaten, kan dat wel?

Alhoewel we er niet zo graag over schrijven, komen we het wel steeds meer tegen. Mensen komen met ons praten, omdat ze zich niet langer thuis voelen in hun gemeente of kerk. Men is op één of andere manier teleurgesteld geraakt en men heeft het gevoel niet meer thuis te zijn, in de gemeente of kerk waar men soms jaren mee verbonden was. In het ergste geval kiezen ze er voor, om dan maar helemaal niet meer naar een gemeente of kerk te gaan. Hun reden is meestal de teleurstelling in de mensen, ze zijn soms gekwetst geraakt door geestelijke mishandeling, veroordelingen, maar ook door ernstige conflicten die kennelijk niet in de liefde op te lossen waren. Zo’n beslissing kan ook dramatische gevolgen hebben, soms voelt het als een ketting die verbroken wordt. Men raakt vaak vriendschappen kwijt van jaren en dit grijpt diep in en doordat de sociale omgeving zich ook lange tijd alleen in die gemeente bevond, is eenzaamheid soms het gevolg.

Onze persoonlijk ervaringen.
In de loop van meer dan 40 jaar hebben mijn vrouw en ik heel wat ervaring opgedaan, heel veel mensen ontmoet, met ze samen gewerkt in gezegende tijden en in moeilijke tijden en natuurlijk hebben we ook teleurstellingen meegemaakt. We hebben ook geleerd dat het vaak weinig zin heeft om de dingen die achter ons liggen weer terug te halen, omdat het gevaar bestaat dat we opnieuw verwond raken. Veel beter is het om zo snel mogelijk je om te draaien en God om kracht te bidden om vooruit te gaan (Filip 3:14). Maar het geeft wel aan hoe diep het bij je kan zitten.

Maar dat neemt niet weg dat we de gemeenschap met andere gemeenteleden, broeders en zusters in Christus, niet graag zouden willen missen. En ondanks dat we soms teleurgesteld raakte in anderen, beseffen we toch dat we ook vaak met oprechte mensen te maken hadden.

Waarom ging het dan toch fout? Uiteindelijk moeten we het ook zo zien, dat God alles in ons leven gebruikt om aan ons karakter te werken. De pijnlijke ervaringen die we hebben meegemaakt, hebben ons geestelijk sterker gemaakt en zelfs dichter bij Jezus gebracht. Ook weten we dat er een strijd gaande is tussen licht en duisternis. Satan is een tegenstander die er alles aan doet om oprechte gelovigen geestelijk onderuit te halen en hij valt natuurlijk ook de gemeente aan. Wat we hebben meegemaakt is dus absoluut niet vreemd.

Teleurstellingen voorkomen?
Teleurstellingen kun je feitelijk niet voorkomen, vroeg of laat zal het weer gebeuren en natuurlijk, mensen zullen ook in ons teleurgesteld raken. Wel hebben we geleerd dat wij ook niet teveel moeten verwachten van de mensen om ons heen, omdat uiteindelijk niemand nog volmaakt is. Zelfs een dienaar van God die de boodschap van het evangelie door geeft aan de gemeente en dus een Goddelijke kanaal is voor de mensen, is niet volmaakter dan anderen (2 Kor.12:9). In het leven van iedere dag is hij een normaal persoon, met een persoonlijkheid en met sterke en zwakke punten. Helaas, zien mensen soms het beeld van een “super heilige” in een prediker en zijn ze er niet op voorbereid om ook zijn gebreken te zien. Zodoende zijn ze soms geschokt als het een keer gebeurd.
Lees verder

Geplaatst in gemeente, Manipulatie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Wees geen workaholic in de dienst van God.

Onze ervaring.
In de ruim 40 jaar dat we nu in de bediening zijn, hebben we behoorlijk wat ervaring opgedaan, waarmee we nu anderen kunnen helpen. In de vele pastorale gesprekken die we hebben gehad met geestelijk leiders, hoorde we soms dat men moeite had om de balans te vinden tussen de tijd die men besteedt aan het werk van God en de aandacht die nodig is voor huwelijk en gezin. Op termijn was het gevolg vaak stress en in een enkel geval was er zelfs sprake van een burn-out. Geestelijk leiders zijn meestal erg gepassioneerd, ze zetten zich volledig in en men is ook nooit echt klaar, dus men kan zich enorm verliezen in het werk. Feitelijk vraagt het geestelijk werk zoveel inzet, dat men daardoor gemakkelijk kan vergeten dat een goede basis thuis juist belangrijk is, om het werk te kunnen doen. Want als het thuis niet goed gaat, dan zullen de gevolgen vroeg of laat zichtbaar worden.

Daarom deze waarschuwing.
In het algemeen kunnen we zeggen dat als een bediening van een voorganger of oudste, z’n gezin of huwelijk bedreigt, er grondig iets mis gaat. Het is van groot belang dit tijdig te onderkennen, zodat de schade beperkt blijft.

In het algemeen kunnen we zeggen dat het ontbreken van tijden van rust en ontspanning, tot gevolg heeft dat het lichaam onvoldoende energie kan opladen. Wat bedoelen we hiermee? Mensen die leven in een sfeer van gehaast zijn, nemen meestal geen tijd voor bijvoorbeeld een goede wandeling, of om ontspannen met het gezin bezig te zijn.

Men kan zich zo laten meeslepen in alle activiteiten die er zijn, dat er geen andere zaken meer meetellen. In het gezin moet men hem of haar te vaak missen. Vaak heeft het te maken met het idee feitelijk onmisbaar te zijn en dat het dus noodzakelijk is om altijd aanwezig te zijn. ‘Niemand kan het werk zo goed als jij’. Waarschijnlijk ervaart men het zelf als gedrevenheid, of passie, maar feitelijk heeft men de bediening tot een afgod gemaakt en dit is een groot gevaar. Vooral als het ook betekent dat men zich steeds terugtrekt in de eigen wereld en niet meer bereikbaar is.
Lees verder

Geplaatst in geestelijk leiders, gemeente, Huwelijk | Tags: , , | 1 reactie