Maandelijks archief: februari 2013

Spreken in tongen, is dat nog nodig?

In de Bijbel kunnen we lezen wat er gebeurde op de Pinksterdag 2000 jaar geleden. Er waren in Jeruzalem 120 mensen samen gekomen, die baden en wachtte op de belofte van de heilige Geest. Ze wisten niet precies wat er zou gaan komen. Ze wisten alleen dat de Heer Jezus hen gezegd had dat ze moesten wachten tot de heilige Geest zou komen en dat ze kracht zouden ontvangen. Verder wisten ze niet wat ze te wachten stond. Plotseling gebeurde het, er werd een vlam gezien op hun hoofd, er waaide een geweldige wind in het huis waar ze waren en…ze begonnen in een andere vreemde hemelse taal te spreken, we noemen dat ‘spreken in tongen’. Lees het maar eens na in het boek van Handelingen hoofdstuk 2.

Wanneer we er Gods Woord nauwkeurig op nalezen, moeten we tot de conclusie komen dat het ‘spreken in tongen’ meer voor kwam in het Bijbelboek Handeling en dat het steeds onlosmakelijk met de doop in de Heilige Geest verbonden is. Bijvoorbeeld: in Handelingen 10 spreekt Petrus in het huis van Simon de leerlooier. Terwijl hij nog aan het woord is vindt de uitstorting van de heilige Geest plaats en beginnen de aanwezigen in tongen te spreken en God te loven. In Handelingen 19 komt Paulus te Efeze mannen tegen die, direct na handoplegging, vervuld werden met de Heilige Geest en ook in tongen begonnen te spreken. De Geest is kennelijk niet minder geworden na Pinksteren en zoals het toen was, kan het nu ook zijn.

Het verschijnsel “spreken in tongen” roept echter verschillende reacties onder christenen op. Sommige vinden het onzin, anderen vinden het bedreigend, weer anderen denken het niet te kunnen en er zijn er ook die denken weer dat ze daarom “minder” zijn.

Maar ook, sommige spreken veelvuldig in tongen, soms luid, maar ook in stilte. Wat is dat nu eigenlijk, spreken in tongen. Wil ik dat ook? En als ik het dan wil, kan ik het dan ook? Hoe moet dat? Deze vragen wil ik aan de orde stellen.

Wat is spreken in tongen?
Spreken in tongen is spreken in een taal die je door de heilige Geest ingegeven krijgt, dus de Geest gebruikt wel je eigen stemorgaan. In de Bijbel vinden we drie verschillende vormen het spreken in tongen.

Verstaanbaar?
Hand 2:3-6 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken

Deze vorm van het spreken in tongen is het meest bekend. Ook in onze tijd horen we een enkele maal van gebeurtenissen als deze: dat mensen tijdens het hardop spreken in tongen een taal spreken die voor anderen verstaanbaar is. Bij de gebeurtenissen in Handelingen is trouwens tegelijkertijd nog een veel groter wonder gebeurd: namelijk dat iedereen (zie vers 3) “…de apostelen en de andere leerlingen…” in zijn eigen taal hoorde spreken. Het was dus niet zo dat één van de apostelen Grieks sprak en een andere Perzisch en weer een andere apostel Spaans, maar God deed een gehoor wonder deed, waardoor iedereen elkaar verstond.

Onverstaanbaar
De tweede vorm van spreken in tongen is beschreven in de brief aan de Corinthiërs.
1 Cor 14:1-4 Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie. Iemand die in tongen spreekt, spreekt niet tot mensen maar alleen tot God. Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest spreekt hij onbegrijpelijke taal. Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend. Iemand die in tongen spreekt is daar alleen zelf bij gebaat; iemand die profeteert doet dat ten bate van de gemeente.

Als je deze tekst leest, dan zou je bij oppervlakkige beschouwing kunnen denken dat Paulus vindt dat er niet te veel in tongen gesproken zou moeten worden. Maar zo is het dus niet. Spreken in tongen is een van de gaven van de Geest en dus belangrijk. De zinnen uit het bovenstaande stukje die ik dikgedrukt heb weergegeven, vormen de kern van deze vorm van spreken in tongen. De Heilige Geest doet je spreken tot God en je bent daar zelf bij gebaat! Daar moeten we niet te licht over denken. Het is terecht dat Paulus daarvan zegt: ‘streeft ernaar’.

Wat is dan het nut van deze wijze van spreken in tongen?
In Romeinen 8: 26-27 staat “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.”

God komt ons door middel van (een gave) van de Heilige Geest ons te hulp bij het bidden, met “onuitsprekelijke verzuchtingen”.

Profetie en tongentaal
De derde uitingsvorm wordt ook in 1 Corinthiërs 14 genoemd, namelijk in vers 5: “Ik zou willen dat u allen in tongen kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert. Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die in tongen spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft.”

Er is dus tongentaal die, nadat hij is uitgesproken, aan de gemeente uitgelegd kan worden. Een dergelijke uitingsvorm is daarmee vergelijkbaar met profetie, God spreekt door deze gave rechtstreeks tot Zijn kinderen.

U heeft het ook nodig.
Paulus schrijft, alweer in 1 Corinthiërs 14, namelijk in vers 18 dat hij erg blij is, hij dankt God er voor, dat hij meer dan wie ook in tongen spreekt. Paulus wil het dus erg graag. Hij vindt het kennelijk erg waardevol.
Moet ik dus spreken in tongen? Nee, er is geen moeten bij God, maar Hij wil het u wel geven, want de Bijbel zegt tot alle gelovigen ‘Streeft naar de gaven van de Geest’. Je kunt er alleen maar naar streven, als God het je ook wil geven. Daarbij komt, wie van ons, die God wil dienen, zou een van zijn Gaven willen afwijzen?

Toch hebben velen er moeite mee. Bij de gave van het spreken in tongen, zit namelijk een grote moeilijkheid. “Mijn verstand blijft onvruchtbaar”. Als ik in tongen spreek, (en dat verzin ik niet, maar zo staat het in de Bijbel) dan kraam ik voor mijn verstand onzin uit. Ik versta het niet en ik weet niet wat ik zeg, m.a.w. om in tongen te spreken, moet je soms over een flinke drempel heen stappen. Om in tongen te spreken moet ik daarom mijn geloof in werking zetten. Want zonder geloof is het spreken in tongen een volkomen belachelijk gebeuren.

Laten we Bijbel zelf laten spreken.
■Tongentaal is een gebedstaal.
1 Kor.14:2 zegt: “Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het; door de Geest spreekt hij geheimenissen. Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf”.
Het is dus een gebedstaal, want er staat hier dat wie in een tong spreekt tot God spreekt en spreken tot God is bidden. Daarbij verstaan we zelf niet wat we spreken, het is een geheimenis. Het is mogelijk om met deze taal te bidden te lofzingen of God te aanbidden. De Bijbel noemt dit bidden of aanbidden “in de geest”, onze geest wordt dan geïnspireerd door de Heilige Geest. Joh.4:23,24 zegt: “maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders. God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid”.
1 Kor.14:15 zegt :”Hoe staat het dan? Ik zal bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand; ik zal lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand”.
Efese 6:18 zegt “En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen”.
■Tongentaal is een teken voor de gelovigen.
Marc.16:17 zegt: “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken”.
Het is dus ook een teken wat het gelovig kind van God zal volgen en wanneer het uitgelegd wordt (God geeft er een boodschap door), dan is het ook een teken voor de ongelovigen. (1 Kor.14:22). Wat vaak verward wordt is de gave van het spreken in tongen als teken van de vervulling met de Geest en hoe deze gave functioneert in de gemeente.
Laat ons eerst vaststellen dat “spreken in tongen” niet de doop in de Geest is, maar slechts een teken daarvan. In de gemeente zal deze gave alleen z´n nut hebben wanneer het ook uitgelegd wordt. In dit kader zegt Paulus in 1 Kor.12:30 “..spreken soms allen in tongen..”. Hiermee wordt niet bedoeld dat deze gave slechts voor enkele personen is, want doen zouden teksten als Marc. 16:17 “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen………. in nieuw tongen zullen zij spreken” daarmee in tegenspraak zijn.
■Wat is het nut van tongentaal ?
Door het regelmatig onderhouden van deze stroom aan onbegrijpelijke woorden, bouwen we onszelf op bovennatuurlijke wijze op. Er gaat een kracht vanuit die ons in contact brengt met God. 1 Kor.14:4 zegt : “Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf”. In Judas vers 20 staat ook iets dergelijks “Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, (1-20b) door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in de Heilige Geest”. Tongentaal geeft ons bovendien de mogelijkheid om volhardend en voortdurend te bidden, zoals ook gezegd wordt in Efeze 6:18.
■Wil God dat we in tongen spreken?
Het antwoord is ja! Paulus verlangde ook dat de gehele gemeente in tongen zou spreken. Lees 1 Kor.14:5 “Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt,…” en in 1 Kor.14:39 lezen we dat Paulus ons vraagt het spreken in tongen niet te belemmeren.

Hoe ontvang ik deze doop in de Geest?

Gods Woord spreekt van 7 belangrijke voorwaarden.
1.Bekering en waterdoop gaat vooraf. In Hand.2.38 zegt Petrus: “En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen”. Opmerking: In een enkel geval gebeurde het dat mensen gedoopt werden in de Geest voordat ze gedoopt waren in water. Dit gebeurde bijvoorbeeld in het huis van Cornelius, Hand. 10:44-48. Laat ons echter niet vergeten dat in die dagen de opvatting leefde dat de Heidenen niet gedoopt konden worden omdat ze buiten het verbond met Abraham stonden. De heilige Geest corrigeerde deze opvatting door hen toch te dopen in de Geest. Ze stonden ook zeer verbaasd, er staat letterlijk in Hand.10:45 “…En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort”. Daarop werden ze direct gedoopt.
2.We moeten om de heilige Geest bidden! Het komt dus niet vanzelf. Lees Luc.11:13 “hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?”
3.We moeten God gehoorzaam willen zijn. Hand.5:32 zegt: “En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn”. God gehoorzamen betekent hier een radikale bekering en de bereidheid om Jezus te volgen. Zonden staat God altijd in de weg, maak zonodig eerst de dingen in orde met God en mensen, voordat u bidt om deze Heilige doop.
4.Er is geloof nodig om deze zegen van God te ontvangen. Gal.3:14 zegt:” opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof”. Wij moeten geloven dat als er met ons gebeden wordt, de Heer het ons geeft, ook al voelen we of merken we nog niets. Geloof komt eerst, ervaring komt daarna. Marc.11:24 zegt: “Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden”.
5.Wees bereid om een dwaas te zijn in de ogen van mensen. Ons verstand zal het spreken in tongen nooit accepteren. Het is ook volkomen dwaas, om onverstaanbare klanken uit te spreken. Maar God heeft het dwaze juist uitverkoren om het wijze te beschamen. (1 Kor.1:21). “….heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen die geloven”. 1 Kor.1:27 “Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen”. Het evangelie van het kruis en de verlossing in Jezus bloed is ook een dwassheid (1 Kor.1:18), maar het is de hoogste wijsheid voor hen die erin geloven”.
6.Leer de Heer lof te offeren, d.w.z. tegen al je gevoelens in groot te maken en te eren. Psalm 50:23 zegt: “Wie lof offert, eert Mij, en baant de weg, dat Ik hem Gods heil doe zien”. Door tijd te nemen om de Heer de eer te geven, banen we ook Gods Geest de weg. De heilige Geest wordt aktief zodra een wedergeboren kind van God, Jezus gaat prijzen. Veel christenen wachten gespannen op de heilige Geest, maar de Geest is er zodra ik Jezus groot maakt. In 1 Kor.12:3 staat “…niemand kan zeggen Jezus is Heer, dan door de heilige Geest..”. Iemand die bidt om de doop in de Geest, maar geen enkel verlangen kent om de Heer te prijzen, zal het ook niet ontvangen en moet zich ernstig afvragen hoe het met de wedergeboorte staat.
7.Eén ervaring met de heilige Geest is nog maar het begin. De vervulling met de Geest is een doorlopende proces in ons leven, want ook weer kan ophouden. In Efeze 5:18 staat “……wordt vervuld met de Geest..”.Maar letterlijk staat er in de grondtekst: “weest voortdurend vervuld van de Heilige Geest”. Paulus badt ook de Efeziërs toe, die al reeds vervuld waren met de Geest (Efeze 1:13, 14), dat zij nog meer vervuld mochten worden tot alle volheid Gods. (Efeze 3:19). Aan de andere kant lezen we ook van Saul hoe de Geest van hem week (Lees 1 Sam.16:14) en hoe David bad in Psalm 51:13 “..neem uw heilige Geest niet van mij..”. Dus ook dat is mogelijk als mensen Gods Geest ongehoorzaam zijn en dus bedroeven.

Wat heel belangrijk is! De heilige Geest is als een rivier welke door ons wil stromen om geestelijk te verfrissen, als water om onze dorst te lessen en als olie om onze innerlijk te genezen. Dat is wat de heilige Geest wil doen in ons. Maar er is meer, de Geest wil ook volledig bezit van ons nemen, ons leven is dan als een waterkruik gevuld met het levende water van de heilige Geest.
Lees verder

Advertenties
Geplaatst in Bijbel, Bijbelstudies, Evangelie, heilige Geest | Tags: , | Een reactie plaatsen

Wat is dat: gedoopt worden in de heilige Geest?

Doop in de heilige Geest, ook voor u?

Mijn vrouw en ik hebben op vele plaatsen de boodschap van de doop in de heilige Geest mogen brengen en met wel honderden mensen gebeden om deze zegen. Uit ervaring weten we daarom, dat de boodschap nog steeds werkt vandaag. Overal zagen we en hoorden we weer hoe mensen vervuld werden met Gods Geest en in een nieuwe taal God groot maakte. Daarom weten we het zeker, het kan niet anders, het is ook voor u!!

Een bijzondere gebeurtenis.
De Bijbel leert ons dat er een doop in de heilige Geest is, als een op zichzelf staande gebeurtenis in het leven van een kind van God, precies zoals bekering en wedergeboorte dat is. Dit wordt het meest duidelijk als we in de Bijbel Hand.8:12-17 daarover opslaan.

Daar predikte Filippus het evangelie en riep de mensen op zich te laten dopen, maar daarna waren er twee andere apostelen nodig (Petrus en Johannes) om de mensen te onderwijzen over de doop in de heilige Geest. Zij hadden deze doop dus niet al ontvangen in de waterdoop, maar er moest apart voor hen gebeden worden voor deze ervaring. De doop in de heilige Geest is werkelijk een doop, in de grondtekst wordt ook het woordje Baptizo gebruikt, hetgeen betekent onder of indopen.

In Joh.1:33 staat van Jezus “..deze is het die met de Heilige Geest doopt..”. Dit kan nooit hetzelfde zijn als de waterdoop, want Johannes maakt hier in vers 33 en 34 juist een duidelijk onderscheid tussen de doop in water en de doop in de Geest. Om te verstaan wat de doop in de Geest inhoudt, dienen we eerst te begrijpen dat de heilige Geest een goddelijk persoon is. Als persoon wil de Heilige Geest bezit van ons nemen en ons inspireren en leiden. Wat ik bedoel te zeggen is: de Heilige Geest is dus niet iets onpersoonlijks, een gevoel of alleen een kracht. De Heer Jezus noemt hem “de Trooster” , Joh.14:15-17 en Joh.16:7, in het Grieks is dit de vertaling van het woordje “Paraklétos” hetgeen ook kan betekenen, advokaat, verdediger, bemiddelaar, helper, steun. Al die taken (eigenschappen) heeft de persoon van de heilige Geest.

Als we dit verstaan, dan kunnen we gemakkelijk begrijpen dat de doop in de heilige Geest veel meer is als een blij gevoel, of een diepe vrede. Wanneer weten we nu dat we gedoopt zijn in de heilige Geest? Op de pinksterdag ( 2000 jaar geleden) kon men zien dat de 120 discipelen van Jezus aangedaan waren met de heilige Geest, doordat er tekenen waren als vuur wat op hen brandde en ze konden het horen doordat ze in een nieuwe hemelse taal (tongen) spraken en God loofden.

Ook wij mogen vervuld worden met de heilige Geest op een zichtbare en hoorbare manier. Telkens als mensen vervuld werden met Gods Geest, zien we dit ook gebeuren, mensen begonnen in tongen te spreken en/of te profeteren (=een boodschap van God doorgeven onder de zalving van de heilige Geest).

Wat zegt de Bijbel?
De Bijbel leert ons dat er een doop in de Heilige Geest is, als een op zichzelf staande gebeurtenis, precies zoals bekering en wedergeboorte dat is. Dit wordt het meest duidelijk als we Hand.8:12-17 daarover opslaan, waar de Filippus het evangelie predikte en de mensen opriep zich te laten dopen, maar er waren twee andere apostelen nodig (Petrus en Johannes) om de mensen te onderwijzen over de doop in de Heilige Geest. Zij hadden deze doop dus niet al ontvangen in de waterdoop, maar er moest apart voor hen gebeden worden voor deze ervaring. Petrus/Johannes baden om de doop in de Geest.

Hand.8:12 “Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen”.

Hand.8:14-16 ”Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes, die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen. Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus”.

De doop in de Heilige Geest is werkelijk een doop, in de grondtekst wordt ook het woordje Baptizo gebruikt, hetgeen betekent onder of indopen. In Joh.1:33 staat van Jezus “..deze is het die met de Heilige Geest doopt..”. Dit kan nooit hetzelfde zijn als de waterdoop, want Johannes maakt hier in vers 33 en 34 juist een duidelijk onderscheid tussen de doop in water en de doop in de Geest.

Letterlijk staat er: “En ik kende Hem niet, maar Hij, die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, deze is het, die met de heilige Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is”.

In Hand.1:5 staat in de “American Standard Version” (een betrouwbare Engelse vertaling) “For John indeed baptized with water; but ye shall be baptized in the Holy Spirit not many days hence”. Dus “gij zult gedoopt worden IN de heilige Geest”.

Zo werden we ook in water gedoopt en zullen in geestelijke zin ook in de Heilige Geest gedoopt moeten worden.

Wie is de Heilige Geest?
Om te verstaan wat de doop in de Geest inhoudt, dienen we eerst te begrijpen dat de Heilige Geest een goddelijk persoon is, evenals God de Vader en God de Zoon dat is. Als persoon wil de Heilige Geest ook bezit van ons nemen en ons inspireren en leiden. De Heilige Geest is dus niet iets onpersoonlijks, een gevoel of alleen een kracht.

De Heer Jezus noemt hem “de Trooster” , Joh.14:15-17 en Joh.16:7, in het Grieks is dit de vertaling van het woordje “Paraklétos” hetgeen ook kan betekenen, advokaat, verdediger, bemiddelaar, helper, steun. Al die taken (eigenschappen) heeft de persoon van de Heilige Geest. Als we verstaan dan kunnen gemakkelijk begrijpen dat de doop in de Heilige Geest veel meer is als een blij gevoel, of een diepe vrede. Nee het is meer, de Geest komt over ons, neemt bezit van ons en wil ons nu van binnen uit inspireren (leiden).

Wanneer weten we nu dat we gedoopt zijn in de Heilige Geest?
Jezus zegt in Mat.7:16 “Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels?” Wanneer een kind van God vervuld is met de Heilige Geest zal dat in de eerste plaats in zijn of haar leven zichtbaar moeten zijn.

Er zijn echter ook zichtbare en hoorbare tekenen. Uit Hand.2:33 kunnen verstaan dat de doop in de Geest iets is wat gezien en gehoord wordt. Petrus zegt daar: “Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort”. Op de pinksterdag kon men zien dat de 120 discipelen van Jezus aangedaan waren met de Heilige Geest, doordat er tekenen waren als vuur wat op hen brandde en ze konden het horen doordat ze in tongen spraken en God loofden. Ook wij mogen vervuld worden met de Heilige Geest op een zichtbare en hoorbare manier. Telkens als mensen vervuld werden met Gods Geest, zien we dit ook gebeuren, mensen begonnen in tongen te spreken en/of te profeteren (=een boodschap doorgeven onder de zalving van de Heilige Geest).

Hier volgen enkele voorbeelden:

Hand.4:31 ”En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid”.


Hand.8:17,18 ”Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest. En toen Simon zag, dat door de handoplegging der apostelen de Geest werd gegeven”.(Simon zag iets gebeuren).


Hand. 10:44-, 46 “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken”.


Hand.19:6 “En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden”.


Marc.16:17 “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken”. Joh.4:14 “maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven”.


Joh.7:38,39 “Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was”. (Dus op de Pinksterdag)

Nu de belangrijke vraag: “Moeten alle kinderen Gods zo´n ervaring hebben?” Antwoord: “alle kinderen Gods mogen vervuld worden met de Geest, er is wat God betreft geen dwang, maar het is wel voor iedereen”.
Lees verder

Geplaatst in Bijbel, Bijbelstudies, doop, Evangelie, heilige Geest | Tags: , | Een reactie plaatsen

Kinderdoop of volwassendoop, maakt het God iets uit?

Kinderdoop en volwassendoop

De kinderdoop is één van de meest voorkomende soorten doop binnen verschillende kerken. Bij de kinderdoop worden kleine kinderen, vaak nog baby’s, gedoopt, zij ontvangen dan, zegt men, een teken en zegel van Gods belofte. De volwassendoop ondergaat meestal een volwassen persoon, of een kind vanaf ongeveer 12 jaar, nadat hij of zij tot geloof is gekomen. Deze volwassendoop doop komt met de groei van evangelische en pinksterkerken steeds vaker voor. Een nieuwe opvatting over de doop is dat het allebei wel kan en er zijn dus inmiddels al kerken waar men de keuze aan de mensen zelf over laat. Daarbij komen er ook steeds meer christenen die vinden dat je elkaars doop gewoon moet erkennen, ongeacht op welke manier, want dat zou voor God niet belangrijk zijn. Daarom dit onderwerp, het gaat om de vraag: wat zegt de Bijbel erover?

Is het wel belangrijk, dopen?
Uit de woorden van de apostel op de pinksterdag kunnen we feitelijk niet anders begrijpen als dat de doop wel degelijk heel belangrijk is, voor een christen die zich bekeerd en Jezus wil volgen. Petrus belooft ons hier de ‘gave van de heilige Geest’als we gehoorzaam zijn.
Lees Hand.2:38 “En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen”.

Lees ook de woorden van Jezus zelf bij het zendingsbevel in Marc.16:16 “Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden”. In dit geval koppelt de Heer Jezus onze behoudenis aan ‘geloven en dopen’.

Uiteraard ga we hier nu niet oordelen over mensen die niet gedoopt zijn, in de zin dat zij dan wel of niet de gave van de heilige Geest hebben ontvangen of zelfs dat het gevolgen kan hebben voor hun behoudenis. Het is niet aan ons om daar in die zin iets van te zeggen, maar God alleen en gelukkig maar. Het is alleen wel zo dat, als we willens en wetens tegen Gods gebod ingaan in het geval van de doop, we God ongehoorzaam zijn.

Wij zijn soldaten in Gods leger. Een soldaat is waardeloos voor de strijd als hij niet heeft geleerd onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Zo is het ook met ons. Wij moeten ons laten dopen, omdat we de Heer onvoorwaardelijk gehoorzaam moeten zijn. Daarbij gaat het nog niet eens in de eerste plaats om, of we alles al verstaan of begrijpen. Het gaat er alleen maar om “zijn we echt bekeerd en willen we God gehoorzamen”. Een echte bekering bewijst zich ook door de bereidheid tot gehoorzamen. Joh.3:36 “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. Mensen die bewust de Heer ongehoorzaam blijven zijn niet echt bekeerd en moeten niet verwachten dat de Heer hen overvloedig zal zegenen.

Op de vraag, waarom moeten we ons laten dopen, is echter ook een uitgebreider antwoord mogelijk. Dan gaat het meer om de betekenis van de doop. Als de Bijbel spreekt over dopen, dan wordt er in het grondwoord altijd het woord “Baptizo” gebruikt. Dit woord betekent: indopen, helemaal nat maken, onderdompelen of ondergaan. Er staat dus letterlijk in Hand.2:38 “bekeert u, laat u onderdompelen (=dopen)”.

De betekenis van dit woord leert ons afdoende wat God met dopen bedoeld. Het kan dus nooit besprenkelen zijn, wat hier bedoeld wordt. Petrus leert ons ook, dat wij geroepen zijn om de voetstappen van Jezus na te volgen. (1 Petr.2:21)” Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden”.

Dat geldt zeker ook voor de doop. Jezus is ons in alles het volmaakte voorbeeld geworden en Hij leert ons in Joh.13:15 dat wij Zijn voorbeeld zouden navolgen. Als ik dus wil weten hoe ik gedoopt moet worden, dan moet ik kijken naar Jezus. Nu, Johannes doopte niet door besprenkelen, want hij had veel water nodig staat er in Joh.3:23. Jezus steeg ook op uit het water, dus Hij was er eerst in. (Mat.3:16). Later doopte Philippus, de kamerling uit het Moorenland en er staat dat hij afdaalde in het water (Hand.8:38).

De betekenis van de doop.
■De doop is een begraven worden van ´t oude leven met Christus en een opstaan in een nieuw leven. Bij de begrafenis verdwijnt het lichaam geheel onder de grond, zoook bij de doop, het lichaam gaat helemaal onder water.
■De doop is ook een “zich bekleden” met Christus. Gal.3:27 “Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed”. In het zondige kleed van onze oude natuur kunnen we God niet behagen, daarom moeten we het afleggen. In plaats van dat oude kleed moeten we ons bekleden met Christus, Hij biedt ons de mantel “der gerechtigheid” aan. (Jes.61.10). In de doop dus, worden we bekleed met de gerechtigheid van Christus, zodat God niet meer onze oude zondige natuur ziet, maar de gerechtigheid van Zijn Zoon. Lees ook 1 Kor.1:30a en Col.3:3.

1 Kor.1:30a “Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing”.

Col.3:3 “Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God”.

Waarom kan de kinderdoop NIET in de plaats van de volwassen doop gezien worden?
■Zonder geloof heeft de doop geen betekenis. Geloven in Jezus is dus de eerste voorwaarde. Marc.16:16 “Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden”. Hand.8:36-38 “En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem”.
■De doop moet vooraf gegaan worden door bekering. Hand.2:3838 “En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen”.
■De doop is een bede (=verlangen) tot God van een goed geweten. Dus een geweten wat gereinigd is door het bloed van Jezus. 1 Petr.3:21 “Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God”. Een baby kan een deregelijke bede tot God nog niet hebben.
■De doop is een daad die wij zelf moeten doen, wij moeten ons laten dopen. Niet anderen kunnen dat voor ons beslissen, dus ook onze ouders niet. Hand.2:38 zegt “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen”. Besprenkeling is geen Baptizo, dus onderdompelen en doet dus afbreuk aan de betekenis van de doop, namelijk “begraven”. Rom.6:4 “ Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood”.
■Uit Efeze 4:5 weten we dat er maar één doop is en dus kan er nooit meerdere vormen van dopen zijn. De enige doop is degeen die Jezus ons voor deed, namelijk door onderdompeling. Efeze 4:5 “..een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, een Here, een geloof, een doop”.

“…met geheel zijn huis”
De volgende teksten, waar mensen met hun gehele huis gedoopt worden, worden vaak aangehaald als bewijs dat kleine kinderen gedoopt (moeten) worden. In Hand. 16 : 14 – 15 lezen we over Lydia, de purperverkoopster, zij kwam tot geloof en liet zich dopen met haar hele huis. Er staat echter niets over kleine kinderen bij. Wanneer men ervan uitgaat dat zij er toch bij waren, dan gaat men te werk op grond van eigen veronderstellingen, en niet op grond van Gods Woord, temeer omdat andere voorbeelden laten zien dat er geen hele kleine kinderen bij waren.
In Hand. 16 : 30 – 34 lezen we heel duidelijk dat Paulus het Woord des Heeren sprak tot de gevangenbewaarder “en tot allen, die in zijn huis waren”, en “dat hij met heel zijn huis aan God gelovig was geworden”. Zijn hele huis was tot geloof gekomen, en kon zich daardoor laten dopen.
Hetzelfde lezen we over Crispus in Hand. 18 : 8: “En Crispus, de overste der synagoge, geloofde aan de Heere met geheel zijn huis; en velen van de Korinthiërs, hem horende, geloofden en werden gedoopt”. Eerst geloven, dan dopen. Blijkbaar waren ook hier geen hele kleine kinderen aanwezig.

Op de vraag of het God iets uitmaakt: kinderdoop of volwassendoop is het antwoord bevestigend. Ja, het maakt God iets uit, want Hij wil dat we Hem onvoorwaardelijk gehoorzamen. Alleen op die manier kan Hij ons zegenen.
Lees verder

Geplaatst in Bijbel, Bijbelstudies, doop, Evangelie, God gehoorzamen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Vrije seks kan leiden tot een demonische verslaving.

Seksverslaving is gevaarlijk.
We krijgen inmiddels elke dag e-mails binnen, zowel van mannen als van vrouwen, getrouwd en single, tieners en volwassenen, die worstelen met pornografie, masturbatie, cyberseks en andere seksuele verslavingen. Relaties, huwelijken en gezinnen dreigen vaak kapot te gaan door de verslaving aan dergelijke seksuele zonden en ten einde raad vraagt men ons gelukkig om advies vanuit de Bijbel. Het voordeel is natuurlijk dat men anoniem kan blijven en met het advies kan doen wat men wil.

Sommige mensen hebben ons gevraagd: hoe komt het toch dat er juist in deze tijd zoveel problemen ontstaan op het gebied van seksualiteit? Ons antwoord is dat natuurlijk ook vroeger mensen met deze dingen worstelende, maar op een andere manier. We hadden immers niet de digitale mogelijkheden die we vandaag hebben. Daar komt bij dat er nagenoeg geen dingen meer zijn waar nog enige taboe op rust. In een samenleving waarin we vandaag leven kan zogenaamd alles, men wil vrij zijn, ook op het gebied van de seksualiteit. Het is een op zichzelf staande activiteit geworden die je doet met wie je wilt, hoe je dat wilt en wanneer je dat wilt. Alles is gericht op het ‘nu’ en het ‘ik’.

Een valkuil is dat we seks vaak verwarren met liefde. Het voelt nu dus goed en het is nu lekker, ik wil nu bevredigd worden, ik wil nu liefde en ik neem seks. Maar seks is niet hetzelfde als liefde. God zelf plaatste seksueel verkeer binnen de veilige grenzen van het huwelijk, omdat seks de kroon behoort te zijn op een liefdes relatie die je voor het leven aangaat.

Het is duidelijk dat dit standpunt van seks binnen het huwelijk, in onze samenleving niet door iedereen wordt gedeeld. We leven in een seksueel geobsedeerde en ontremde wereld. Historici zijn het erover eens dat geen enkele samenleving het ooit zover met seks heeft laten komen. De media brengt seksuele zonden dagelijkse de huiskamer in, onder het mom van vrijheid, openheid. Seks is zelfs een economische grootmacht geworden waar een demonische invloed achter schuilgaat. Zorg dat het geen invloed op je heeft, maar dat je vrij zult blijven van deze dwingende macht.

Door niet te doen wat iedereen doet, ga je recht tegen de stroom in. Dit is soms best lastig, bijvoorbeeld voor jongeren op scholen. Vooral voor jongeren die vanuit hun christelijke achtergrond er kostbaar mee om willen gaan, kan het een worsteling zijn. Helemaal in de tegenwoordige maatschappij waar op het gebied van seksualiteit alles lijkt te kunnen en te mogen. Maar die z.g. vrije seks is tegen hetgeen God wil en zet de poort open voor een demonische gebondenheid, hetgeen zich uit in een verslaving.

Wanneer je nu denkt hieraan verslaafd te zijn en je leest dit artikel, mail ons dan gerust. Heel vaak hebben mensen die met ons contact opnamen hun probleem nog aan niemand durven te vertellen. Bij ons kun je gewoon anoniem blijven en je verhaal is bij ons beslist veilig.

Als je denkt vast te zitten in een seksuele verslaving, willen we je graag wat advies geven die ook anderen hebben geholpen op de weg naar bevrijding. Hier volgen al vast wat aanwijzingen.

1.Erken je zonde, wees eerlijk tegenover je zelf.
Als er een seksuele verslaving is in je leven, dan is de eerste stap naar bevrijding om het gewoon toe te geven en het niet goed te praten.

Hoe weet je nu dat je verslaafd bent? Wel als je steeds weer in dezelfde seksuele zonde vervalt, ondanks dat je verlangt om ermee te stoppen, dan heb je er geen controle meer over en ben je dus verslaafd. Je zit aan de ketting en je hebt bevrijding nodig.

Vraag jezelf het volgende eens af: Fantaseer ik vaak over seks? Bezoek ik regelmatig, pornosites op internet? Misschien bekruipt je vaak de gedachte dat je dit eigenlijk helemaal niet wil. Het liefst zou je er mee stoppen. Als je dit patroon in je leven herkent, moet je op dit moment aan de noodrem trekken. Je hebt te maken met onreine demonen die bezig zijn je meer en meer in hun macht te krijgen.

Seksuele verslavingen komen nooit zomaar uit de lucht vallen. We zitten niet opeens middenin zo’n gebondenheid; we zetten de deur daar altijd zelf naar toe open. Heel vaak is het een lang proces in ons leven, waarin we ons steeds verder voor de zonde openstellen. Op het moment dat we dan daadwerkelijk in de verleiding komen, is het moeilijk om nee te zeggen.

Erken dus dat het zo is en draai er niet meer omheen, want dat is de eerste stap in de richting van bevrijding.

2. Belijd je zonden.
De tweede stap is om je zonde voor God te belijden en de strijd aan te gaan, uiteraard met de hulp van de Heer. Bidt de Heer om kracht, geloof dat Hij je gaat helpen en handel er ook naar. Ga in ieder geval niet zitten afwachten of God iets gaat doen, maar biedt weerstand aan de zonde.

Feitelijk bent je in een geestelijke strijd gewikkeld, maar laat de duivel met zijn demonen het niet winnen in je leven. Demonen komen binnen in ons leven doordat wij de zonde eerst zelf toelaten. Daarmee openen we de deur voor satan. Daarom zegt de Bijbel ook dat we radicaal moeten breken met zonde. Jezus zegt het zo:

‘En indien uw oog u tot zonde verleidt, trekt het uit, en werpt het van u! Het is u beter, maar één oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.’ (Mat. 18:9).

Natuurlijk is dit geestelijk bedoeld, namelijk ‘wees radicaal als het gaat om zonden’. Onze plicht is niet alleen om de verleiding te weerstaan, maar nog beter is om er van weg te rennen. Als je op dieet bent, moet je geen bakkerij binnenstappen. Als je seksueel rein wilt blijven, blijf dan weg van tijdschriftrekken, videowinkels, advertenties, websites met onreine inhoud. Gaat niet naar mensen of plaatsen die jou tot zondige begeerten zullen prikkelen. ‘Vlucht weg van seksuele onreinheid!’ (1 Kor. 6:18). Als jouw internetaansluiting de aanleiding is om telkens weer pornografie te bekijken, moet je er een filter op zetten of anders internet van je computer halen en je abonnement opzeggen.

Een verandering in je gewoonten kan wonderen doen om je uit de verleidingen te houden. Bijvoorbeeld, als je het meest in de verleiding kom als je achter je computer zit, nadat je vrouw naar bed gegaan is, neem dan het besluit om in die tijd bij de computer vandaan te blijven.

Behoed uw hart boven al wat er te bewaren is (Spreuken 4:23). Laat de demonische wereld je gedachten leven niet beïnvloeden (Ef. 6:12-20). Als je je overgeeft aan zondige fantasieën en het najagen van genot, word je er een slaaf van (Rom. 6:16).

We moeten onreine gedachten daadwerkelijk afweren, anders zetten we de deur open voor onreine demonen. Vroeg of laat leggen ze beslag op ons leven en zijn we slaven geworden. Het overkomt ons echter niet vanzelf, we laten het altijd zelf gebeuren.

Natuurlijk kunnen we niet alle seksuele prikkels vermijden, maar we kunnen wel voorkomen dat ze wortel gaan schieten. De sleutel daartoe is dat we onze harten en gedachten richten op dat wat goddelijk en rein is en de zonden afwijzen. Daarin moeten we radicaal zijn. Vraag Jezus om je te helpen een leven van reinheid te gaan leiden. Geef toe dat je deze verslaving niet zelf kunt overwinnen in je eigen kracht, maar dat je Gods kracht daarbij nodig hebt.

3.Wees ook open en eerlijk naar anderen.
Ofschoon het begrijpelijk is dat je je schaamt voor de zonde waar je in beland bent, moet je hierdoor niet in de val lopen van de satan, die die schaamte misbruikt als een wapen om je in de val te lokken. Stiekeme dingen doen is een van de grootste vijanden van een Christen, terwijl juist het belijden van je zonde vrijheid kan brengen en bevrijding uit de slavernij van een groot schaamtegevoel.

In een betrouwbare relatie kies je een vertrouwenspersoon, waar je open en eerlijk tegen kunt zijn over je verslaving. Belijd je zonden (Jak. 5:16). Zorg er wel voor dat het iemand is van je eigen sekse.

We begrijpen heel goed, dat het erg zwaar is om je geheim aan iemand anders toe te vertrouwen. Toch is het noodzakelijk, er is al te lang geheimzinnig over gedaan, het moet juist vanuit de duisternis in het licht komen. Vraag God je te leiden in de keuze van je vertrouwenspersoon. Verneder je. Zet elke stap in wijsheid en vertrouwen op God. Hoe kunnen anderen ooit voor je bidden en je helpen op de weg naar bevrijding als je alles geheim houdt.

Het is te prefereren dat je een discreet persoon uitzoekt met een zekere mate van geestelijke volwassenheid, iemand die met Christus wandelt en een pastorale en niet veroordelende geest bezit, iemand die ook met je kan bidden. Als je zelf namelijk niet door gebed vrij kan komen van demonen, dan hebben we hulp nodig van iemand die vervuld met de heilige Geest en demonen met autoriteit kan gebieden los te laten. Er is in ieder geval altijd bevrijding mogelijk, want satan is overwonnen op het kruis door Jezus. Zodra we in geloof weerstand bieden zal hij moeten vertrekken. De Bijbel zegt in Jac.4:7 “..biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden”.
Lees verder

Geplaatst in Bevrijding, demonen, Seks voor het huwelijk, Seksualiteit, Seksverslaving, Zonden | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Moeten vrouwen zwijgen in de gemeente?

In de tijd waarin we nu leven, hebben we te maken met het streven naar absolute gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Waar vroeger nog verschil was, is dat er nu niet meer of men doet er alles aan om dit te veranderen. Alhoewel meningen van mensen door de tijd heen snel kunnen veranderen, is God in Zijn mening nooit veranderd.

Het is duidelijk dat zowel man en vrouw beiden verschillend door God geschapen zijn. Zij zijn geschapen met verschillende eigenschappen, gaven en talenten om elkaar aan te vullen, zowel geestelijk, praktisch, als ook lichamelijk. Dit laatste geeft onmiskenbaar aan dat man en vrouw nooit gelijk kunnen zijn en weten dat mannen en vrouwen ook in denken verschillen.

Ook in de gemeente moeten man en vrouw elkaar aanvullen met de eigen gaven en talenten, ook dan zijn ze niet automatisch gelijk. Vrouwen hebben net als mannen een belangrijke rol, niet alleen in het gezin, maar ook in de gemeente. Er is dus absoluut geen sprake van dat vrouwen minder belangrijke taken hebben in de gemeente.

Echter, bij dit onderwerp is onder christenen beslist sprake van twee sterk uiteenlopende standpunten, die lijnrecht tegenover elkaar staan.
1.Sommigen gaan namelijk alleen uit van Gal.3:27, 28 en lezen de rest van de Bijbel, voor wat betreft dit onderwerp, door deze bril. Hier staat “Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus.”

Men concludeert dan hieruit dat er nu in Christus een absolute gelijkheid is van man en vrouw, zodat er geen enkel onderscheid in positie, rol en taak is.
1.Daar tegenover staat een heel ander standpunt, dat is dan tegelijk het andere uiterste. Daarbij gaat men alleen uit van de z.g. zwijgteksten als 1 Kor. 14:33-35 en 1Tim.2:11-15, waarin Paulus zegt dat vrouwen moeten zwijgen en zeker geen onderwijs mogen geven.

Men concludeert dan dat de vrouw in het ‘geheel’ niet mag spreken in de gemeente en zeker geen taken mag uitvoeren waarbij er sprake is van onderwijs in ‘welke vorm dan ook’.

Maar uiteraard zullen we altijd de genoemde Bijbelteksten in samenhang met andere teksten moeten zien. We lezen namelijk naast deze genoemde teksten, nog veel meer over vrouwen en hun roeping en bediening in het Nieuwe Testament.
■In de evangeliën lezen we b.v. van Jezus en de apostelen die vergezeld werden door vrouwen die hen ‘dienden met hetgeen zij bezaten’ (Luk. 8:1-3; Mark. 15:40,41). Hier gaat het duidelijk om praktische hulp.
■Maar Paulus noemt uitdrukkelijk ook de hulp van vrouwen m.b.t. zijn bediening (Rom.16:1-7, 12-13; Filip. 4:2-3). Het gaat hier duidelijk om hulp ten behoeve van het evangelie. Deze teksten geven niet in detail aan waaruit deze hulp bestond, maar andere teksten werpen daar wel licht op: b.v. Febe wordt diacones genoemd (Rom. 16:1) en het is dus aannemelijk dat ze in de leiding van de gemeente als zodanig actief was. Van Tabitha weten we dat ze diaconaal werk deed in de gemeente (Hand. 9:36-43).
■Een gemeente kwam samen bij een zekere Nymfa (Kol. 4:15), hoewel er niets bij staat over de rol van deze Nymfa, is het aannemelijk dat ze een leidinggevende rol had in deze samenkomst.
■We vinden ook diverse teksten in verband met het geven van onderwijs door vrouwen. Bijvoorbeeld: we lezen dat Aquila en Priscilla, onderwijs gaven aan Apollos. “Ze legde hem de weg Gods nauwkeuriger uit”. (Hand. 18:26). Overigens worden ze wel altijd samen genoemd, maar het is niet aannemelijk dat Priscilla daarbij gezwegen heeft en Aquila alleen aan het woord was.
■Paulus roept ook vrouwen op die ouder zijn, om andere vrouwen onderwijs te geven (Tit. 2:3-5).
■Als we de teksten 2Tim.1:5 en 2Tim.3:14,15 samen lezen, zien we dat vrouwen een zeer belangrijke rol speelden in de opvoeding van kinderen, ze gaven duidelijk onderwijs aan hen uit de Bijbel.
■Paulus staat vrouwen ook toe om te bidden en te profeteren (1 Kor. 11:5; vgl. ook Joel 2:28,29), lees hiermee in verband ook Hand. 21:8-9 waar we lezen over 4 vrouwen die profetessen waren.

De conclusie uit deze teksten is dat vrouwen beslist allerlei taken in de gemeente hadden en daarin zeker een belangrijke rol vervulden met hun specifieke gaven. Dit zien we ook in 1 Kor. 12 waar gesproken wordt over verscheidenheid aan gaven die aan allerlei mensen in de gemeente gegeven zijn en waarin dus duidelijk geen voorbehoud wordt gemaakt voor vrouwen.

Moeten vrouwen dan zwijgen in de gemeente?
Maar nu de belangrijkste teksten over dit onderwerp, waar vaak nog zo verschillend over gedacht wordt. De vraag is natuurlijk, hoe de teksten als hierboven, te rijmen zijn met de ‘zwijgteksten’ zoals we lezen in 1 Kor. 14:33-35 en 1Tim.2:11-15.
■In 1 Kor. 14:34-35, lezen we “Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers schandelijk voor vrouwen om in de gemeente te spreken.”

In het licht van hetgeen we gelezen hebben over de bediening van vrouwen in het Nieuwe Testament, is het duidelijk dat we de regel in deze teksten niet ‘in absoluut zin’ moeten verstaan. Want, als we het echt absoluut moeten zien, dan betekent dat dus dat de vrouwen in de gemeente absoluut stil moeten zijn, ze mogen zelfs niet fluisterend of een vraag stellen, ook niet buiten. Nee, ze moeten eerst wachten tot ze thuis zijn, om dan hun man te vragen, want die weet alles. Ook staat dat recht tegenover de woorden van Paulus in 1 Kor.11:2-16, waar hij zegt dat vrouwen in de gemeente mogen bidden en profeteren.

Als we de teksten in 1 Kor.14 echter goed lezen, zien we duidelijk dat het hier gaat over het profeteren in de gemeente en met name ‘over het belang van het beoordelen van de inhoud van de profetie’. Paulus zegt dat namelijk profetie beoordeeld moet worden (1 Kor.14:29-33).

In 1 Kor. 14: 33-35 zegt Paulus dus ‘feitelijk’ dat vrouwen niet mogen deelnemen aan het beoordelen van de profetie in de samenkomst van de gemeente. Dat bedoelde hij, niet meer, maar ook niet minder. Het is dus duidelijk dat vrouwen wel mochten profeteren in de gemeente (1 Kor. 11 en 1 Kor.14).
■In 1 Tim. 2:11-15 lezen we : “Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden.”

Mensen, die de volkomen gelijkheid van man en vrouw benadrukken en alle functies in de gemeente ook open willen stellen voor vrouwen, hebben uiteraard veel moeite met deze teksten. Maar ook hier moeten we ons afvragen: wat betekent deze tekst van Paulus feitelijk?

Als Paulus zegt dat de vrouw rustig en onderdanig zich moet laten onderrichten, betekent dat feitelijk gewoon dat een vrouw het gezag van de oudste in de gemeente moet aanvaarden. Omdat het hier stellig over een bijeenkomst van de gemeente gaat, moeten we bij ‘de man’ denken aan de oudsten van de gemeente. Zij hebben in de gemeente in de eerste plaats de taak om leiding en onderwijs (1 Tim. 5:17) te geven. Zij zijn ook als eerste verantwoordelijk voor het geestelijk beleid en bestuur in de gemeente en daarnaast ook voor het verkondigen van de juiste leer. Hier in dit vers staat Paulus vrouwen niet toe in het openbaar in een bijeenkomst van de gemeente gezag uitoefenen en/of onderwijs geven als daar oudsten zijn om het te doen. Natuurlijk geldt dat voor iedereen in de gemeente, maar er moet een goede reden geweest zijn waarom Paulus dit met name van de vrouw zegt.

Binnen de toenmalige cultuur was het voorheen, vanuit dat Griekse denken, uitgesloten dat vrouwen samen met mannen samenkomsten bezochten. Maar nu kwamen deze zusters hier opeens op voet van gelijkheid te staan met de broeders, dit was dus geheel nieuw. Daarom kon dit nogal wat chaos en onrust veroorzaken en hier wilde Paulus dus iets aan doen. Paulus was dus bezig wanorde, tumult, tijdens de samenkomsten aan te pakken en daarom spreekt hij hier speciaal de vrouwen aan om niet door de samenkomst heen te praten.

Het is dus absoluut geen verbod op het geven van alle vormen van onderwijs door vrouwen. Het onderwijs dat Paulus niet toestaat slaat op het gezaghebbend doorgeven en verkondigen van de leer van Christus in de gemeente. Dit is namelijk de taak van oudsten zoals we lezen in 1 Tim. 3:2; 5:17; Tit. 1:9.

Wat betekent dit woord ‘zwijgen’ hier feitelijk?
We gaan nu een Bijbeltekst lezen waar gezegd wordt dat juist de mannen moesten zwijgen.
Handelingen 12:17 “En hij wenkte met zijn hand, dat zij zwijgen moesten, en verhaalde hun, hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid..”.

De opdracht hier is in het Griekse grondwoord exact dezelfde, alleen worden dan de broeders bedoeld. Ze moesten zwijgen want Petrus had iets te zeggen. Het zwijgen was echter beperkt tot een bepaalde situatie en dit is ook het geval als Paulus de vrouwen in de gemeente gebied om te zwijgen.

Maar ook in Paulus dagen waren er ‘vrouwen’ die een speciale roeping hadden in de leiding van de gemeente, hierbij denken we aan ‘dienaressen’ zoals Phebe (Rom.16:1), een diacones (=dienares) van de gemeente te Kenchreae. Deze vrouwen hoorde beslist ook bij de vergadering van oudsten en droegen medeverantwoordelijk voor het geestelijk leiderschap van de gemeente. Paulus verwijst ook naar de hulp van vrouwen in zijn bediening (Rom.16:1-7, 12-13; Filip. 4:2-3).

In de geschiedenis hebben vrouwen vaak een belangrijke rol gespeeld in zending. Soms kregen vrouwen daarin zelfs meer vrijheid dan in de eigen thuisgemeente omdat er geen mannen beschikbaar waren.

God verleende in het oude testament vrouwen ook vaak geestelijk gezag. Ze waren zelfs godsdienstige leiders van Gods volk. Denk aan Mirjam, Debora, Chulda, Ester, Junia en Kuria. Geestelijke gaven in de gemeente zijn onafhankelijk van iemands geslacht en een tiental van de gaven kunnen niet zonder een spreken uitgeoefend worden. Dit spreken door vrouwen gebeurde ook in de eredienst van de gemeente (1 Kor. 11:5; 14:26; Kol. 3:15-16).

Vrouwen hebben vaak specifieke gaven en eigenschappen waardoor zij een belangrijke rol spelen in het pastoraat, zangleiding, onderwijs in kringen. Daarnaast kunnen vrouwen een bijzondere roeping of bediening van God ontvangen, waardoor een belangrijke aanvulling kunnen zijn voor oudsten. De ervaring leert dat hierin man en vrouw elkaar uitstekend kunnen aanvullen.
Lees verder

Geplaatst in gemeente, vrouwen | Tags: | Een reactie plaatsen

Gevaren voor geestelijk leiders (2).

Het is van groot belang dat een leider integer is. Weinig zaken hebben de voortgang van het Evangelie meer schade toegebracht dan leiders die niet integer zijn en die integriteit begint in de eigen omgeving.

Het klinkt wellicht wat vergaand, maar toch ontkomen we er niet aan. Voordat iemand als leider kan worden aangesteld, is het van belang om iets te weten over iemands persoonlijke handel en wandel? Want de Bijbel leert ons in 1 Tim.3:2 dat een leider moet zijn onbesproken:

“de man van een vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig.”

Een leider, die b.v. in zijn privéleven financiële problemen schept, zal mogelijk ook in de gemeente onverantwoorde bestedingen doen. Een leider die onzorgvuldig is met relaties zal ook in de gemeente brokken maken en emotionele puinhopen kunnen achterlaten. Vandaar dat zijn huwelijk onbesproken moet zijn, m.a.w. ingeval van ontrouw wordt hem dat dubbel aangerekend, want hij heeft een voorbeeld functie.

Vaak wordt er gezegd: “ja maar God was koning David toch ook genadig en hij mocht koning blijven, ondanks dat hij in overspel viel”. Dat is wel zo, maar laat ons niet vergeten dat God David verbood om de tempel te bouwen. (1 Kronieken 22:6-16). In geestelijke zin wijst dit erop dat niet iedereen kan meebouwen aan de gemeente van de Heer, die ook gezien wordt als de tempel van God. Soms kunnen mensen vanwege hun levenswandel, niet in het leiderschap van een gemeente staan. Dat wil niet zeggen dat daar een wet of regel voor zou bestaan, nee zeker niet. Maar overspel geeft wel aan dat er iets mis is met het huwelijk en/of de relatie met de Heer. In zo’n geval is men niet (of nog niet) capabel voor een leiders ambt.

De Bijbel zegt ook dat een leider eerst op de proef gesteld moet worden (1 Tim.3:10). Het is dus niet verkeerd om eerst een proef periode in te stellen voordat iemand definitief wordt aangesteld. Te snel iemand aanstellen in de gemeente, is dus niet wat de Bijbel leert.

We willen hier even kort de eigenschappen bespreken iets zeggen van de integriteit van een leider.

5. Een geestelijk leider moet niet op geld uit zijn.

Leiders in de dienst van God mogen niet uit zijn op grote winst, met als doel zichzelf te verrijken. Lees de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg: (Ex.18:21) “Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien.”

Een dienaar van God heeft een voorbeeld functie in de gemeente van de Heer en dient daarom beslist geen overdreven luxe leven te leiden. Luister naar wat Paulus zegt in 1 Tim. 6:7-10

“Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.”

Is het dan verkeerd om van je geld te genieten? Beslist niet. Het is een misverstand dat de God van de Bijbel een zuinige en karige God is, die het ons niet gunt dat we genieten en die, als wij iets leuk vinden, bedenkelijk gaat kijkt. Nee zo is het niet, een evangelie dienaar hoeft zeker niet arm te zijn, maar het is absoluut onjuist als men rijk wordt van de giften van mensen.

Leiders mogen ook de inkomsten (c.q. vergoedingen) uit hun evangelie werk, zeker niet als een soort bijverdienste zien en nog minder, als een manier om rijk te worden. De giften van mensen zijn daar zeker nooit voor bedoeld geweest, want ze zijn als

aan God gegeven. Het zijn liefde offers van mensen, die bedoeld zijn om hen een normaal bestaan te kunnen geven en niet om een overdadig en weelderig leven te kunnen gaan leiden.

Leiders in de gemeente maken geen winsten, zoals ondernemers van bedrijven. Ze zijn zelfs in het geheel niet te vergelijken met zakenmensen in de wereld, die door slim zaken doen grote winsten maken en dat geldt ook voor leiders met een grote gemeente of bediening. In ieder geval zal elke dienaar van God ook wat dit betreft, rekenschap moeten afleggen bij God.

Sommige leiders in het evangelie, menen echter ‘recht’ te hebben op een hoge positie en op een daarbij behorend hoog salaris plus een zeer ruime onkosten vergoeding. Ze zien zichzelf als een soort directeur en beroepen zich op de roeping van God.

De gemeente wordt in de Bijbel echter genoemd het lichaam van Christus, Jezus is de enige top manager. Een gemeente leider heeft ook hierin een voorbeeld functie in de gemeente, om te dienen en niet eerst aan zichzelf te denken. Daarom is het zeer noodzakelijk voor een dienaar van God om ook hierin te sterven aan zijn ego en te winnen aan nederigheid.

Denk erom, geldzucht is levensgevaarlijk voor een leider. In een grondtekst van 1 Tim.6:10 staat feitelijk : “Want de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld; door daaraan toe te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zij zichzelf doorboord met vele smarten.”

6. Een geestelijk leider moet ook op het vlak van huwelijk en gezin, een voorbeeld zijn in de gemeente.

Paulus zei in Efeziërs 5:25: “Mannen, hebt uw vrouwen lief!” Als het gaat leiders moeten zij ook hierin een voorbeeld zijn voor de gemeente. Dus een geestelijk leider geeft aandacht aan zijn vrouw. We hebben leiders nodig die zo nu en dan niet bereikbaar zijn omdat ze tijd met hun vrouw moeten doorbrengen. Leiders die niet vervallen in de gewoonte om hun vrouwen uit te lachen en op hun plaats te zetten met kleine nonchalante opmerkingen in het publiek.

Want wat helpt het als we grote aanhang hebben in de gemeente, de mensen blij met ons zijn en dit gaat ten kostte van ons relatie thuis? Leg dus de krant eens neer en zet de televisie uit en praat eens samen. Doe men dat niet, dan kan al het succes als leider op een dag thuis in een complete mislukking uiteenspatten.

Voordat een leider een gemeente kan besturen, zal men eerst in huwelijk en gezin bewezen moeten hebben een leider te kunnen zijn. Lees 1 Tim.3:4,5 een leider moet zijn “..een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt; indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?

Dat geldt natuurlijk voor iedere echtgenoot maar in het bijzonder voor een leider. Iedere man is namelijk het hoofd van zijn huwelijk en gezin, d.w.z. dat God hem als eerste verantwoordelijk stelt voor ´t welslagen van het huwelijk. Deze verantwoording houdt in dat een man de houding van Christus in zijn huwelijk moet aannemen, dat wil zeggen een dienende houding. (Ef.5:25 en Joh.13:14,15) Een heerzuchtige en tiranieke houding van een man, is dus absoluut tegen de Bijbel.

In 1 Petr.3:7 staat dat mannen verstandig moeten leven met hun vrouwen, als met broos vaatwerk:
“..Desgelijks gij mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk en bewijst haar eer, …opdat uw gebeden niet belemmerd worden”, m.a.w. mannen moeten rekening houden met het meer gevoelige karakter van de vrouw en hun vrouwen niet beledigen of naar beneden halen, er staat ‘..bewijs haar eer’. Doen we dat niet, dan zal het ons gebedsleven in de weg staan, er staat ‘opdat uw gebeden niet belemmerd worden’. Dus onze houding in huis heeft rechtstreeks te maken met ons geestelijk kontakt met God.

Een leider zal zijn kinderen ook trachten op de voeden naar Bijbelse maatstaven. Het klinkt niet modern, maar toch weten we uit het Woord van God dat er is een duidelijk verschil in gezag en verantwoordelijkheid is tussen de ouders en het kind. (Lees Efeze 6:1 en 2) Uiteindelijk komt elk gezag bij God vandaan en de basiswet bij God is: er is geen vrijheid zonder gebondenheid. Kinderen willen graag vrij zijn, maar deze vrijheid is een schijn vrijheid. Het lijkt vrij maar het leidt soms tot wetteloosheid of losbandigheid. Echte vrijheid is “gehoorzaam” willen zijn aan God. Een leider is zich hiervan terdege bewust.

5. Een geestelijk leider moet merkbaar vervuld zijn met de heilige Geest.

Je kunt aan geestelijk leiders zien of ze in relatie met de Heer leven en van Hem ontvangen. Vandaar ook dat niemand zichzelf hoeft aan te prijzen, de heilige Geest zal mensen aanwijzen, ze worden vanzelf zichtbaar door de werking en de vrucht van de Heilige Geest.

Handelingen 6:1-6 Stellen de twaalf apostelen de voltallige gemeente voor: Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen”.

Vol van Geest spreekt over meer dan de inwoning van de Heilige Geest (vanaf de wedergeboorte) maar over vervulling met de Heilige Geest. Inwoning duidt op permanente aanwezigheid, vervulling duidt op een gebeurtenis waarbij iemand VOLLER wordt van Gods Geest. Dit laatste wordt ook wel doop in de Heilige Geest genoemd. In de Griekse grondtekst staat letterlijk doop IN de Heilige Geest (Handelingen 11:16)

Deze uitdrukking leert ons dat het gaat om als het ware helemaal in de Heilige Geest ondergedompeld of gedrenkt te zijn. Op andere Bijbelplaatsen staat dat de Heilige Geest OVER of OP de gelovigen kwam (Handelingen 1:8; Handelingen 10:44-45; Handelingen 19:6), wat op hetzelfde neerkomt, alleen met een iets andere beeldspraak. In alle gevallen gaan het om een merkbare gebeurtenis die moet hebben plaats gevonden in het leven van een geroepen dienaar van God en niet om een langzaam proces.

Vervuld WORDEN met de Heilige Geest betekent dat de Heilige Geest op een bepaald moment MEER RUIMTE krijgt dan voorheen en krachtiger wordt ervaren. We hebben het dan over een soort geestelijke doorbraak. Bij iemand die vol is van Gods Geest heeft Gods Geest de ruimte om actief aanwezig te zijn, om in en door de gelovige te werken. Bij iemand waar Hij alleen in het hart woont, is zijn aanwezigheid maar nauwelijks merkbaar in zijn leven. Dat is dus het verschil tussen inwoning en vervuld zijn: passieve of actieve aanwezigheid van Gods Geest in de gelovige.

Het verschil tussen inwoning en vervulling met Gods Geest werd eens afgebeeld met het kruikje nardusolie waarmee Maria de Heer Jezus zalfde kort voor zijn lijden en sterven. VOOR de zalving rook niemand iets, omdat de zalfolie in de dichte kruik zat. Pas toen ze de hals van de kruik had gebroken en de zalfolie over Hem heen goot, werd de kamer vervuld van de geur (Marcus 14:3).

Bij veel gelovigen moet er eerst een doorbraak in hun leven komen en moeten barrières worden verwijderd voordat de Heilige Geest hun bewuste leven kan binnenstromen. Maar dit moet reeds hebben plaats gevonden in het leven van een geestelijk leider.
Lees verder

Geplaatst in coachen, geestelijk leiders, leiders | Tags: | Een reactie plaatsen

Gevaren voor geestelijk leiders (1).

Studie over geestelijk leiderschap – Deel 1.

In de huidige tijd zien we steeds meer leiders opstaan in evangelische kringen die zichzelf eerder zien als een soort manager van een groot bedrijf, dan als toegewijde dienaren van Gods werk. Ze leiden de gemeente alsof het een commercieel bedrijf betreft, terwijl het dat absoluut niet is, maar levend lichaam van Christus waarvan Jezus het hoofd is. Het feit dat leiders geneigd zijn hun gemeente als een bedrijf te zien, heeft natuurlijk ook te maken met de specifieke gevaren die verbonden zijn aan geestelijk leiderschap, risico’s die speciaal personen in leiderschap lopen. Ze komen als het ware mee met de verantwoordelijkheid en de taak.

Maar het is ook waar dat niet iedereen die meent een leider te zijn, het ook is. De Bijbel zegt dat God ‘sommige’ heeft aangesteld in de gemeente (1 Cor.12:28-31). Het is beslist geen schande als een leider terugtreed uit zijn functie, omdat hij gaandeweg tot de ontdekking komt niet over de juiste bestuurskwaliteiten te beschikken. Dit is in ieder geval veel beter dan te blijven in een taak waar men geen roeping voor heeft, met mogelijke schade voor de gemeente.

We willen hier even kort de eigenschappen bespreken waaraan leiders moeten voldoen.

1. Een geestelijk is leider moet geen carrière jager zijn.

De Bijbel zegt in Rom.12:3 “Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.”

Een groot gevaar voor leiders is hoogmoed. Het is het eerste en belangrijkste waar leiders voor moeten waken. Natuurlijk is hoogmoed een ernstig gevaar voor iedereen, maar geestelijke leiders zullen er meer last van te hebben. Zij worden vaak in een positie geplaatst waarin andere hoge verwachtingen van hen hebben. Wanneer een leider bijvoorbeeld door veel mensen bejubelt wordt omdat hij bepaalde dingen zeer goed doet, komt hij gemakkelijk in de verleiding om op anderen te gaan neer te zien.

Zelfs geestelijk leiders die veel waarschuwen voor hoogmoed, kunnen er toch zelf aan ten prooi vallen, want dit gevaar is vaak veel groter dan men denkt en dus kan het gemakkelijk onderschat worden. Vandaar dat dagelijks gebed en diep buigen voor de Heer, de enige weg voor een leider is om hiervoor bewaard te blijven. Hoogmoed is bij uitstek de manier waarop de duivel een geestelijk leider ten val kan brengen. Want vanuit deze zonde komt nog veel meer voort, zoals leugens, oneerlijke praktijken en schijnheiligheid. Hoogmoed komt voort uit onze zondige natuur en daarom waren we er in ieder geval allemaal bevattelijk voor.

In het bijzonder leiders moeten zich de vermaning van Paulus aan de Corinthiërs voor ogen houden in 1 Cor.3:5: “Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.”

2. Geestelijk leiders moeten teamspelers zijn.

Twee voorbeelden waarin we zien dat God wil dat leiders teamspelers zijn.
■Handelingen 6:1-6 beschrijft hoe met het groter worden van de gemeente te Jeruzalem de behoefte aan diakenen ontstaat: er zijn ‘handen’ tekort voor het bedienen van de tafels. De twaalven apostelen zien dit in en stellen de voltallige gemeente voor: “Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen.”
■Dit stemt ook overeen met de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg toen hij van de ochtend tot de avond bezig was om recht te spreken tussen het volk: (Ex.18:21) “Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien.”

Daarom, ook nu moet het werk in de gemeente gedelegeerd worden aan betrouwbare mensen, vol van Geest en wijsheid en niet slecht door één persoon gedaan worden. Een leider moet zich dus omringen met bekwame mensen die hem kunnen helpen en adviseren. Maar leiders die niemand naast zich dulden of kunnen verdragen, geven daarmee in feite aan ongeschikt te zijn voor het geestelijk leiderschap.

We zien nogal eens groepen van gelovigen met een leider die zichzelf onaantastbaar is gaan vinden en zelfs absolute gehoorzaamheid eist van zijn volgelingen. Hoewel men soms ook nog de mond vol heeft over Bijbelse principes van verantwoordelijkheden delen en gaven die gelovigen hebben, duldt men in de praktijk toch niemand naast zich. Men mag dan wel meewerken, maar de leider delegeert feitelijk geen leiderschap, dus de verantwoording blijft ten alle tijden bij hem. Dit is dan totaal anders dan wat we in de Bijbel vinden. Mozes werd juist gecorrigeerd door zijn schoonvader Jethro, toen hij de neiging had om alles alleen te doen.

Jezus is tijdens zijn aardse bediening ook direct begonnen om 12 apostelen op te leiden. (Luc.6:13). Hij wist dat de tijd zou komen dat Hij ten hemel zou varen en dat zijn werk door anderen zou moeten worden voortgezet. Tevens zond Hij zijn discipelen ook uit om de boodschap van het koninkrijk te verkondigen en met zieken te bidden (Luc.9 en 10) en liet ze zelfs toe om mensen te dopen (Joh.4:1). Hij schakelde ze dus werkelijk ook in.

Een van de beste middelen tegen het gevaar om solistisch te worden in geestelijk leiderschap, is direct anderen mee te nemen in de bediening en hen de ruimte te geven zich naast je te ontwikkelen. Natuurlijk zit daar ook een gevaar in, je loopt als leider veel meer risico op rivaliteit en afgunst. Maar tegelijk moet elke leider beseffen dat het werk van God niet het eigendom van de leider is, zelfs al heeft hij aan de basis van het werk gestaan. God is machtig om je al leider te bevestigen en als Hij het niet doet kunnen we beter stoppen en plaats maken voor anderen, want anders is het gewoon mensen werk.

3. Geestelijk leiders moeten ook open staan voor kritiek.

“Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”( 1 Kor.10:12)

Mensen die zich afsluiten voor de mening van anderen, zijn gevaarlijke mensen in het leiderschap. Leiders die zich afsluiten voor kritiek van medewerkers of collega’s in de dienst van God, ervaren kritiek meestal als een aanval in plaats van een mogelijke aanvulling en verrijking. Een van de kenmerken van geestelijk leiderschap is juist het vermogen om Gods leiding te verstaan door middel van de bijdrage die uit de groep om je heen komt.

Door de doop in de heilige Geest heeft iedere christen de inwoning van Geest Gods in zich. Door de werking van de Geest in ons, kan dus elke gelovige Gods leiding ervaren. Het is m.a.w. geen exclusief voorrecht voor één leider. Om die reden is het juist een zegen als een leider voor opbouwende kritiek open kan staan en er op een geestelijke wijze zijn voordeel er mee doet; uiteraard alleen als kritiek uit de juiste bron voort komt en niet b.v. uit een bitter hart of uit jaloersie.

Maar een leider moet geleerd hebben om te onderscheiden of God spreekt, of dat het uit een andere bron komt. Kritiek moet mag nooit geuit worden om af te breken en iemand geestelijk omver te halen, maar juist om op te bouwen. Maar.. dit is ook waar: kritiek kun je alleen accepteren als je bereid bent open en eerlijk te zijn als het gaat om de dingen die verkeerd gaan en niet voordurend bezig bent de eigen fouten zoveel mogelijk te verdoezelen.

Natuurlijk, de leider is geroepen een voorbeeld te zijn, maar hij hoeft niet te pretenderen dat hij de perfectie op aarde is. In het leven van alledag zijn die mensen die denken nooit fouten maken juist niet geloofwaardig. Deze mensen lijken zo ver verwijderd van de strijd die de meesten van ons dagelijks voeren, dat we ons daar niet in herkennen. We kunnen ons veel beter identificeren met iemand die evenals wij, verzoekingen kent en het daar soms moeilijk mee heeft. Een leider komt wel vaker in de verleiding om zijn fouten te bedekken. Daarom kan hij het beste onmiddellijk zijn falen onder ogen zien en vergeving vragen als dat eventueel nodig is. Daarmee zal hij juist nog meer een voorbeeld zijn voor anderen.

4. Een leider moet zoveel mogelijk samenbinden en niet verdelen.

Het is soms beangstigend om te zien, hoeveel verdeeldheid er ontstaat in geestelijk werk door persoonlijke ambitie van leiders. Soms wordt er een klein meningsverschil gevonden om een splitsing te rechtvaardigen, terwijl het in werkelijkheid om een persoonlijk conflict gaat. Feitelijk moet een leider zijn persoonlijke conflicten met iemand kunnen oplossen, zonder dat de gemeente er schade door ondervindt. Het is in ieder geval geen bewijs van geschiktheid als leider, als men gaat lobbyen in de gemeente om mensen achter zich te krijgen. Daarmee ontstaat er verdeeldheid en staan we de eensgezindheid, die van levensbelang is voor een gemeente, juist in de weg.

Wat is dat: eensgezindheid? Eensgezindheid is een zaak van het hart. Het heeft alles te maken met de manier waarop we in de gemeente met elkaar omgaan. Niet het feit dat iedereen hetzelfde vindt, maakt een gemeente, maar het feit dat iedereen dezelfde gezindheid heeft, namelijk de gezindheid van Christus.

Natuurlijk betekent het niet dat we over alles verschillend mogen denken. Er zijn Bijbelse principes, zoals onze redding door Jezus offer en de waarheid van de Bijbel, welke de basis vormen van de gemeente van de Heer. Daarover mogen we dus nooit van mening verschillen.

Maar.. waar de gezindheid van Christus is, is geen plaats meer voor eigen geldingsdrang. Paulus schrijft: Fil.2:3 “In ootmoed achte de een de ander uitnemender dan zichzelf”.
Het uitnemender achten van de ander, is een belangrijk principe in geestelijk leiderschap. Ootmoed is een sieraad voor geestelijke leiders en het bewaart ons voor verdeeldheid. Vandaar dat een geestelijk leider daarin een voorbeeld moet zijn.
Lees verder

Geplaatst in coachen, geestelijk leiders, leiders | Tags: | Een reactie plaatsen