Maandelijks archief: april 2018

Zeven valkuilen voor geestelijk leiders.

Voorgangers, oudsten, pastorale medewerkers, die goede leiding geven zullen in de eerste plaats bezig zijn met het herderlijk begeleiden (ondersteunen) van de leden van de gemeente. Daarin dienen ze de gemeente en volgen ze ook het voorbeeld van Jezus na. Leiders die willen heersen, zijn altijd op zoek naar medewerkers die zonder tegenspraak, bereid zijn hen te dienen. Men zal bij voorkeur oudsten, diakenen of andere medebestuurders kiezen, die blijk hebben gegeven niet snel tegen te spreken. Het gevolg is dat er bij vergaderingen meestal geen sprake is van overleg, maar veel meer van het geven van instructies.

Men beroept zich vaak op de bekende tekst uit Hebr.13:17 waar staat dat we voorgangers (geestelijk leiders) moeten gehoorzamen. Maar het is echter niet aannemelijk dat de schrijver van de Hebreeën brief hier inderdaad bedoeld zou hebben, dat geestelijke leiders (voorgangers) altijd gelijk moeten hebben. Dit creëert namelijk een onwerkbare situatie in een gemeente. Je denken moet dan helemaal worden uitgeschakeld, want het enige wat je moet doen is instructies opvolgen. Maar dit kan nooit zo bedoeld zijn. Veeleer gaat het er om, dat mensen die voorgaan in de gemeente, bijvoorbeeld in de prediking, serieus genomen moeten worden. We moeten dus naar ze luisteren en als het Bijbels is wat ze ons voorhouden, er ook naar handelen. Doen we dat niet, dan spannen deze mensen zich voor ons in, zonder resultaat.

In de huidige tijd zien we echter steeds meer leiders opstaan in evangelische kringen, die zichzelf eerder zien als een soort manager van een groot bedrijf, dan als toegewijde dienaren van Gods werk. Ze leiden de gemeente alsof het een commercieel bedrijf betreft, terwijl het dat absoluut niet is, maar levend lichaam van Christus waarvan Jezus het hoofd is. Het feit dat leiders geneigd zijn hun gemeente als een bedrijf te zien, heeft natuurlijk ook te maken met de specifieke gevaren die verbonden zijn aan geestelijk leiderschap, risico’s die speciaal personen in leiderschap lopen. Ze komen als het ware mee met de verantwoordelijkheid en de taak.

Maar het is ook waar dat niet iedereen die meent een leider te zijn, het ook is. De Bijbel zegt dat God ‘sommige’ heeft aangesteld in de gemeente (1 Cor.12:28-31). Het is beslist geen schande als een leider terugtreed uit zijn functie, omdat hij gaandeweg tot de ontdekking komt niet over de juiste bestuurskwaliteiten te beschikken. Dit is in ieder geval veel beter dan te blijven in een taak waar men geen roeping voor heeft, met mogelijke schade voor de gemeente en hem zelf.

We willen hier even kort de eigenschappen bespreken waaraan leiders moeten voldoen.

1. Een geestelijk leider moet geen carrière jager zijn.
De Bijbel zegt in Rom.12:3 “Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.”

Een groot gevaar voor leiders is hoogmoed. Het is het eerste en belangrijkste waar leiders voor moeten waken. Natuurlijk is hoogmoed een ernstig gevaar voor iedereen, maar geestelijke leiders zullen er meer last van te hebben. Zij worden vaak in een positie geplaatst waarin andere hoge verwachtingen van hen hebben. Wanneer een leider bijvoorbeeld door veel mensen bejubeld wordt, omdat hij bepaalde dingen zeer goed doet, komt hij gemakkelijk in de verleiding om op anderen te gaan neer te zien.

Zelfs geestelijk leiders die veel waarschuwen voor hoogmoed, kunnen er toch zelf aan ten prooi vallen, want dit gevaar is vaak veel groter dan men denkt en dus kan het gemakkelijk onderschat worden. Vandaar dat dagelijks gebed en diep buigen voor de Heer, de enige weg voor een leider is om hiervoor bewaard te blijven. Hoogmoed is bij uitstek de manier waarop de duivel een geestelijk leider ten val kan brengen. Want vanuit deze zonde komt nog veel meer voort, zoals leugens, oneerlijke praktijken en schijnheiligheid. Hoogmoed komt voort uit onze zondige natuur en daarom waren we er in ieder geval allemaal bevattelijk voor.

In het bijzonder leiders moeten zich de vermaning van Paulus aan de Corinthiërs voor ogen houden in 1 Cor.3:5: “Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.”

2. Geestelijk leiders moeten teamspelers zijn.
Twee voorbeelden waarin we zien dat God wil dat leiders teamspelers zijn.
◾Handelingen 6:1-6 beschrijft hoe met het groter worden van de gemeente te Jeruzalem de behoefte aan diakenen ontstaat: er zijn ‘handen’ tekort voor het bedienen van de tafels. De apostelen zien dit in en stellen de voltallige gemeente voor: “Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen”.
◾Dit stemt ook overeen met de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg toen hij van de ochtend tot de avond bezig was om recht te spreken tussen het volk: (Ex.18:21) “Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien”.

Daarom, ook nu moet het werk in de gemeente gedelegeerd worden aan betrouwbare mensen, vol van Geest en wijsheid, het werk kan niet slecht door één persoon gedaan worden. Een leider moet zich dus omringen met bekwame mensen die hem kunnen helpen en adviseren. Maar leiders die niemand naast zich dulden of kunnen verdragen, geven daarmee in feite aan ongeschikt te zijn voor het geestelijk leiderschap.

We zien nogal eens groepen van gelovigen met een leider die zichzelf onaantastbaar is gaan vinden en zelfs absolute gehoorzaamheid eist van zijn volgelingen. Hoewel men soms ook nog de mond vol heeft over Bijbelse principes van verantwoordelijkheden delen en gaven die gelovigen hebben, duldt men in de praktijk toch niemand naast zich. Men mag dan wel meewerken, maar de leider deelt niet het gezag wat hij heeft, dus de verantwoording blijft ten alle tijden alleen bij hem. Dit is dan totaal anders dan wat we in de Bijbel vinden. Mozes werd juist gecorrigeerd door zijn schoonvader Jethro, toen hij de neiging had om alles alleen te doen.
Lees verder

Advertenties
Geplaatst in geestelijk leiders, gemeente, Hoogmoed | Tags: | Een reactie plaatsen

Bestaat de hel wel, of is het een fabel om je bang te maken?

(2018) Paus Franciscus laat in een interview weten, dat de hel helemaal niet bestaat. Dit lijkt goed nieuws, voor wie bang is na de dood niet in de hemel, maar in de hel te belanden, alleen… het is tegen de Bijbel en dus klopt het niet. Een andere uitspraak van deze kerkleider is, “zondaren worden niet gestraft, maar als ze berouw tonen krijgen ze alsnog, na dit leven vergeving van God. Alleen degenen die geen berouw tonen, kunnen niet vergeven worden en zullen eeuwig verdwijnen.” Wat hij met ‘verdwijnen’ precies bedoelde is onduidelijk.
◾Er is echter een groot gevaar voor christenen, wanneer ze duidelijke Bijbelse uitspraken in twijfel te gaan trekken. Als we namelijk niet meer zouden geloven in een hel, waarom dan nog wel in een hemel? Sterker nog, waarom zouden we nog in God geloven en in de waarheid van de Bijbel? Hiermee wordt Gods Woord tot een sprookjes boek gemaakt en God tot een leugenaar.

Niet alles wat gepredikt wordt is waar.
Een stroom van verkeerde leringen overspoelt het christendom in het westen. Er is maar één mogelijkheid om niet misleidt te worden en dat is door dicht bij het Woord van God te blijven. Zodra we afwijken en gedachten van mensen gaan navolgen, komen we op drijfzand. Eén van de snelst groeiende leringen op dit moment waarbij men afwijkt van de Bijbel, is de zogenaamde ‘alverzoening’ en helaas zijn er in Nederland al diverse christenen die deze leer aanhangen en hun aantal groeit nog. Ook hetgeen de Rooms Katholieke kerkleider zegt, is duidelijk een variant van die onBijbels ‘alverzoening’ leer.

Degene die deze leer aanhangen zijn verdedigers van het idee, dat werkelijk alle mensen zalig zullen worden, dus zelfs als men zich nooit bekeerd heeft. Deze mensen menen dat eeuwig nooit echt eeuwig kan zijn, tenminste als het gaat om straf van God. Men denkt dat God mensen niet voor eeuwig kan straffen of anders gezegd ‘blijvend’ kan oordelen.

Mocht er al ooit sprake zijn van een oordeel van God, dan zal het meer een loutering zijn waar sommige mensen door heen gaan, om dan alsnog behouden te worden. Men zegt ‘God is toch liefde’ en ‘hoe kan een liefdevolle God nu mensen voor eeuwig en altijd in de hel werpen’. Het is dus veel aannemelijker, dat de liefde van God ervoor zal zorgen dat uiteindelijk alle mensen worden behouden. Uiteraard is deze gedachte vaak goed bedoeld, maar op de vraag is of de Bijbel dit leert, is het antwoord ondubbelzinnig nee.

Bestaat er een hel
Veel mensen kunnen ook maar moeilijk accepteren dat de Bijbel leert dat er ook een hel is. En ja, natuurlijk is dit niet een gemakkelijk onderwerp om over te praten of iets waar je blij van wordt. Maar daarom hoeven we deze Bijbelse waarheid nog niet aan de kant te schuiven. De Bijbel leert inderdaad dat God enorm barmhartig en lankmoedig is en dat Hij niet snel zal oordelen. Steeds opnieuw schenkt Hij genade en wacht Hij met oordelen, maar… er komt wel een definitief oordeel van God. Het kan nu eenmaal niet dat de zonden onbestraft zou blijven, daarvoor is de prijs die Jezus heeft betaald op het kruis van Golgotha, te hoog geweest.

We moeten er natuurlijk ook voor waken dat er alleen hel en oordeel gepredikt wordt. Eerst komt de genade, Gods barmhartigheid en liefde, maar het is net als met de rekbaarheid van een elastiek, op een dag is de rek eruit en dan breekt het en dus volgt onherroepelijk het oordeel. De leer van de alverzoening is een verkeerde lering omdat die voorbijgaat aan de rechtvaardige toorn van God. De toorn van God die op iedere zondaar rust die zich niet wenst te bekeren van zijn zonden. In Joh. 3:36 staat “Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, maar wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem…”.

Het gaat dus over een zeer ernstige zaak, namelijk de toorn van God. En ja, wie een ander evangelie aanhangt dan de Bijbel leert, bedriegt zichzelf of heeft zich door de meester leugenaar (satan) laten misleiden en komt straks mogelijk bedrogen uit.

Er zijn evangelische Christenen die beweren, dat de traditionele kijk op de hel berust op Griekse filosofie en dat de Bijbelse tekst hierover op een andere manier verklaard moet worden. Het idee dat alle mensen, hoe ze ook geleefd hebben, uiteindelijk toch door het geweldige werk van de Heer Jezus op Golgotha’s kruis behouden zouden worden, is natuurlijk ook veel aantrekkelijker.

Maar hoewel de wens wel sympathiek kan zijn, moeten de redeneringen wel beproefd worden met de Bijbel. De oplossing kan namelijk alleen liggen in het laten spreken van de Bijbel en niet in het laten prevaleren van eigen gevoelens of gedachten. Het is overigens tekenend voor deze tijd, waarin men vrijwel alleen nog wenst te luisteren naar een “evangelie” dat aangenaam klinkt in de oren. Waardoor een lering zoals de alverzoening steeds meer aanhang krijgt. Maar we moeten beseffen dat de satan een meester vervalser is.

Het is ook veel aantrekkelijker om te geloven dat Jezus alleen liefde, vrede en vergeving predikte in het nieuwe testament. En sommigen beweren dat Jezus ons niet of nauwelijks onderwees over een eeuwige, vurige plaats waar ongelovigen gestraft zouden worden. Maar het tegenovergestelde is juist waar. In Gods Woord onderwees niemand méér over de hel dan Jezus. Hij beschreef de hel als een plaats van eeuwig vuur, (Mattheüs 25:41) eeuwige bestraffing (Mattheüs 25:46) en een plaats van kwelling, vlammen, en lijden (Lucas 16:23-24). Jezus onderwees tijdens Zijn leven zelfs vele malen uitdrukkelijk over de hel (Mattheüs 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43-47; Lucas 12:6; 16:23).

Maar mensen die de Bijbel niet voldoende kennen, kunnen heel gemakkelijk ‘betoverd’ worden (Gal.3:1) door een bepaalde leer, zonder dat men in de gaten heeft dat het een dwaling is en afwijkt van het Woord van God. Men kan dan zelfs vol vuur en overtuiging een dwaling verdedigen.
Lees verder

Geplaatst in Actueel, hel en hemel | Tags: , | Een reactie plaatsen

Kun je profeteren leren door oefening? Wat zegt de Bijbel?

Zeven vragen over profeteren.

We krijgen vrijwel dagelijks e-mails van mensen die ons vragen stellen over onderwerpen uit de Bijbel. Hier volgen de zeven vragen die ons het meest gesteld zijn over ‘profeteren in de gemeente’. Aansluitend vindt u hier ook onze antwoorden. Misschien heeft u ook brandende vragen over een Bijbels onderwerp, mail ons gerust, u krijgt altijd antwoord. KLIK HIER.

Profeteren is een boodschap van God doorgeven, onder de directe inspiratie van de heilige Geest. Je hoort in bepaalde samenkomsten waar veel geprofeteerd wordt, nogal eens het bekende ‘zo spreekt de Heer… ‘ en dan volgt er een boodschap. Anderen zijn wat voorzichtiger en zeggen ‘de Heer bepaalde mij bij…’ en dan volgt er een boodschap of bepaalde gedachte die men meent van God ontvangen te hebben. Echter, in beide gevallen zeker moeten weten dat God inderdaad spreekt en niet een mens maar wat bedenkt.

1.Kunnen we profeteren leren?

Bijvoorbeeld op een cursus of in een z.g. profetenschool of iets dergelijks. Tegenwoordig komen ze als paddenstoelen uit de grond, cursussen genoeg. In de tijd van het oude testament komen we dit ook tegen, een z.g. ‘profetenschool’.

◾In 1 Sam.10 wordt dit omschreven als een groep profeten die al musicerende profeteerden. Bij een door Samuel voorzegde ontmoeting met deze profeten, komt Gods Geest ook over Saul en geraakt hij met hen in vervoering.

◾In het verhaal van Elia en Elisa (2 Kon.2) is ook sprake van een groep jonge profeten; een z.g. profetenschool. Na de voorzegde hemelopname van Elia stellen deze profeten een zoektocht naar de verdwenen Elia voor, terwijl Elisa toch duidelijk te kennen geeft dat dit niet nodig is!

Wordt er dan bedoeld met profeten-scholen?
Deze profetenscholen waren in ieder geval geen plaatsen waar men geestelijke gaven kon aan leren, want daarvan lezen we pas na de uitstorting van de heilige Geest op de pinksterdag (Hand.2). Maar hoe zit dat nu vandaag? In het nieuwe testament lezen we nergens meer van een aparte profetenschool, maar wel van de gemeente.

Als belangrijkste argument voor het aanleren van het profeteren, wordt meestal aangehaald dat de Bijbel zegt dat we moeten streven naar de gaven van de Geest (1 Kor.14:1) en vooral dat we zullen profeteren. Maar moeten we dat streven dan ook weer zo vertalen, dat het dus aan te leren is? Nee, we denken het toch niet. Autorijden kan men leren, een muziek instrument bespelen kan men leren. De manier om dat te doen is veel oefenen. Maar men kan niet profeteren oefenen, dus… gewoon maar zeggen wat in je opkomt, om te kijken of het wel ergens op lijkt. Mensen die dat beweren maken er een spel van en daarvoor zijn de dingen van God te heilig. Het karakter van een profetie is juist de spontane directe manier waarop er plotseling een boodschap van God komt en dit kan nooit aangeleerd of ingestudeerd zijn.

Het Griekse woord voor ‘streven naar’ betekent letterlijk ‘ijverig zijn, beijveren’. Het spreekt over een ernstig en intens verlangen. Heel praktisch gesproken kunnen we bij ‘beijveren’ denken aan bidden voor een gave en aan het bestuderen van de Bijbel met betrekking tot de gave waarnaar je verlangt. En verder geeft Paulus in 1Kor.14:12 het belangrijke advies, als het gaat om de gaven, om te trachten uit te munten tot stichting van de gemeente te zijn.

2.Kan men profetie ook van te voren bedenken?
Ons is wel gevraagd of je een profetie van te voren kan bedenken. Maar ons antwoord is dan steeds: ‘bij een echte profetische boodschap, kan men niet van tevoren al weten wat men gaat zeggen. Als dat wel zo is, dan komt het vrijwel zeker uit onze eigen gedachten’. Wel kan er een bepaalde gedachte in onze geest binnen komen, waar we later de woorden bij krijgen. We moeten in ieder geval zorgen dat we volkomen vrij van invloeden van buiten af zijn. Bijvoorbeeld, we moeten niet over zaken willen profeteren, waarover we al enige voorkennis hebben. In zo’n geval is het beter te zwijgen. Dergelijke profetieën zijn namelijk zelden zuiver, want te gemakkelijk verwarren we dan onze eigen gedachten, ideeën en verlangens met het spreken van God.

Een profetie behoort wel geïnspireerd te zijn door Gods Geest, maar kan soms toch menselijke elementen bevatten of niet volledig zijn ( 1Kor.13:9). Daarom is een toetst niet alleen voor de ontvanger belangrijk, maar ook voor de gever van de profetie. Een gezonde terugkoppeling kan de gave en bediening van profetie verder in ons ontwikkelen! Het kan ook zijn dat een “beperkte” profetie door een andere profetie aangevuld wordt in de samenkomst.

3.Kunnen profetieën schadelijk zijn?
Profetie is dus niet volmaakt (1 Kor.13:9). Wanneer het gaat om ‘profeteren in de gemeente’, dan gaat het altijd om profetieën uitgesproken door nog onvolmaakte mensen, maar wel geïnspireerd door de heilige Geest. Profetie is dus beslist geen aanvulling op de Bijbel, ze voegt geen nieuwe openbaring toe, Openb. 22:18,19. De Geest zal daarom ook nooit ingaan tegen het Woord van God.

Daar staat tegenover dat profetieën die in de Bijbel zijn opgenomen wel altijd zuiver zijn, het Woord van de Heer dus. Maar… dat is anders als het gaat om gemeente-profetie? Daarom moeten we voorzichtig zijn met profetie, maar wat ook waar is, niet alles wat uitgesproken wordt in een gemeente is even schadelijk. Er zijn mensen die menen woorden van God te moeten doorgeven, die alleen bemoedigen of positief aansporen en ja, zolang als er dan geen on-Bijbelse dingen gezegd worden, kan dat nooit een probleem zijn. We worden er immers wel door opgebouwd en het is erg moeilijk om te beoordelen of de profetie dan echt van God is, of van iemand die ons graag goed bedoeld wilde zegenen.

Maar het wordt anders als profetieën duidelijk richtinggevend zijn, dus ‘je zult genezen’ of ‘je zult door God gebruikt gaan worden’ of ‘God gaat je probleem oplossen’ of ‘God roept jou om voor Hem te gaan werken’ (Lees bijvoorbeeld Hand.13) etc.., in dat geval is het van groot belang dat we zeker weten dat God gesproken heeft en dat men niet uit eigen gedachten maar iets gezegd heeft. Lees Prediker 5:1 “Wees niet te snel met uw mond, en laat uw hart zich niet haasten een woord te uiten voor het aangezicht van God. Want God is in de hemel en u bent op de aarde”.

Laten we daar in ieder geval zeer voorzichtig mee omgaan en altijd weer om een bevestiging vragen. Dat iemand een profetie uitspreekt, garandeert dus nog niet altijd dat hij of zij een boodschap van God doorgeeft. Profetie kan zelfs worden misbruikt, met soms manipulatie als gevolg. Pas vooral op voor mensen, ook geestelijke leiders, die schermen met uitdrukkingen als “de Heer heeft me laten zien dat … en daarom moet jij dit of dat doen.” Door het gebruik van zulke uitdrukkingen kan de spreker anderen gemakkelijk manipuleren. Wie zou immers in twijfel durven trekken wat God zelf zegt? Waar wordt geprofeteerd, moet altijd een correctie mogelijkheid aanwezig zijn. Dat dient om te voorkomen dat alles wat als profetie wordt aangediend, klakkeloos wordt geaccepteerd.

4.Waaraan is een Bijbelse profetie te herkennen?
In 1 Kor.14:3 lezen we van de kenmerken of eigenschappen van een profetie, waar we de boodschap ook op mogen toetsen. “Maar wie profeteert spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend”. Een profetie is dus altijd: stichtend, vermanend, bemoedigend. Een profetie is dus nooit afbrekend, maar altijd opbouwend.

Profeteren is dus ook geen voorspellingen doen over de toekomst. Het is uitsluitend stichtend, vermanend en bemoedigend spreken. Degenen die dachten dat zij de toekomst konden voorzeggen omdat zij die gave bezitten, hebben soms voor verwarring gezorgd in gemeenten. Vooral als hetgeen voorspeld is later niet uit bleek te komen.

Profetie is altijd gericht op Jezus. In Openb. 19:10 lezen we: “Het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie”. Dit betekent, dat een profetische uiting steeds weer betrokken moet (kunnen) worden op Jezus, op zijn werk van verlossing, waarbij ook het aspect van het oordeel niet achter hoeft te blijven. Bij de toetsing mogen we dan ook de vraag stellen: ‘Gaat het in deze profetische uiting om Jezus?’

5. Zijn we gedwongen om te spreken?
Soms hoor je ook de opmerking: “Ik kon mijn mond niet houden, ik moest spreken ” of “ik kon niet wachten met het uitspreken”. Men denkt vaak dat dit van Gods Geest is, maar dat is het toch niet, maar het komt uit onze eigen gedachten. Gods Geest dwingt niemand om te spreken. De Bijbel zegt: “de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen, want God is geen God van wanorde, maar van vrede”. 1 Kor.14:31-33.

6. Kan iedereen op elke plaats profeteren?
Pas op als mensen zomaar plotseling naar u toe komen om over u te profeteren. Er zijn genoeg blunders gemaakt waarbij mensen gingen profeteren in het vlees. Profetie hoort in de eerste plaats binnen de gemeente, waar aandacht gegeven kan worden aan het profetische woord en ook de toetsing kan volgen door andere gelovigen.

Die toetsing of beoordeling is belangrijk. Lees 1 Cor 14:29-31 “Wat de profeten betreft, twee of drie mogen het woord voeren, en de anderen moeten het beoordelen. Maar indien aan een ander, die daar gezeten is, een openbaring ten deel valt, moet de eerste zwijgen. Want gij kunt alleen een voor een profeteren, opdat allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen. En de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen, want God is geen God van wanorde, maar van vrede”.

Samengevat: als iemand zomaar na de samenkomst of elders naar u toe komt en zegt dat hij of zij een profetisch woord voor u heeft, vraag dan dit te bewaren voor de openbare samenkomst of u vraagt de leiding van Gemeente er bij te komen, indien dit mogelijk is. De Bijbel maakt immers duidelijk dat ons profeteren niet volmaakt is, eenvoudigweg doordat de mens die profeteert niet volmaakt is: “Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren” (1 Kor. 13:9)
Lees verder

Geplaatst in Profeteren in de gemeente | Tags: | Een reactie plaatsen